1 juli 2019

column

Door Franky Ribbens

Vrijwillige VOD-vergoeding is te vrijblijvend

Afgelopen jaar hebben de Nederlanders voor het eerst meer naar Video on Demand gekeken dan naar traditionele televisie. Die verschuiving gaat sneller dan gedacht en heeft gevolgen voor het inkomen van de makers.

Vier jaar nadat de nieuwe Wet Auteurscontractenrecht plus bijbehorend convenant in werking zijn getreden, komt de incasso uit Video on Demand (VOD) eindelijk op gang, maar het is nog erg weinig. Dit is een verzilvering van de vergoedingsaanspraak voor de overdracht van rechten aan de producent/omroep, zoals we die kennen van de kabeltelevisie.
 
Het belangrijke verschil is echter dat kabelvergoedingen verplicht collectief geïnd en doorbetaald kunnen worden, terwijl VOD-betalingen voortkomen uit het zogeheten vrijwillig collectief beheer: afspraken tussen de producenten/omroepen/distributeurs (verenigd in RODAP) en de PAM/CBO-partijen, die zijn vastgelegd in het eerder genoemde convenant en moeten resulteren in betalingen voor het online gebruik van films en series van Nederlandse bodem.
 
Hoewel de afspraken ook bindend zijn voor niet-RODAP leden (Netflix, etc) die Nederlands repertoire aanbieden, zijn er uit die hoek nog geen betalingen gekomen.
 
Dat er nu pas voor het eerst wordt uitgekeerd is sowieso rijkelijk laat. Volgend jaar loopt het convenant tussen de PAM-CBO's en RODAP alweer ten einde; onderhandelingen zijn in volle gang. Dat terwijl er met de grootste online platforms nog niet eens een overeenkomst is gesloten over wat ze op basis van de huidige afspraken moeten betalen, laat staan dat ze al betalen voor het toenemend aanbod aan Nederlandse content in hun catalogi. Intussen groeien hun ledenbestanden en stijgen de abonnementsprijzen.
 
Volgens de Auteurswet hebben de (hoofd)makers recht op een billijke en proportionele vergoeding voor uitzending en doorgifte van hun werk, maar het vrijwillig collectief beheer zoals dat nu bestaat voor VOD, functioneert dus heel moeizaam. Vrijwilligheid draagt vrijblijvendheid in zich als de andere partij eigenlijk niet wil meedoen. Welnu, zie waar we staan. Het harde en ingewikkelde werk van PAM ten spijt, moeten de vergoedingen nog tot proportioneel groeien en de grootste partij nog zien te bewegen tot betalen.

De wetgever zou er goed aan doen om bij de evaluatie van de Wet Auteurscontractenrecht goed te kijken naar de gevolgen van de door hem opgelegde uitzondering voor VOD voor het inkomen van de makers. We zouden hem er eigenlijk toe moeten verplichten.
 
 
 

,