18 February 2019

interview

Door Amira Duynhouwer

Telefilm Hiernamaals: 'Een verloren geliefde terugzien is een droom die bijna iedereen heeft'

Willem Bosch (32), schrijver aan series als Feuten, Bellicher, Van God Los en Penoza, maakt zijn regiedebuut met de Telefilm Hiernamaals, die deze week, op 19 februari, wordt uitgezonden. De film gaat over het meisje Sam, wier moeder is overleden. Als ze zelf ook doodgaat krijgt ze de kans om in de hemel bij haar moeder te blijven ofwel haar leven opnieuw te doen. Ze kiest voor het laatste, om in haar tweede kans haar moeder te redden.

De afspraak is in een rumoerig café in het centrum van Amsterdam. Willem Bosch zit driftig nog wat laatste zinnen te tikken op zijn laptop. “Aan een script”, grijnst hij. Zoals hij dat vaker doet, in hoog tempo bergen verzetten ergens in een kroeg verstopt. Maar hij gaat er eens goed voor zitten. “Zo, wat wil Plot allemaal van mij weten?”
 
Waar komt het idee voor Hiernamaals vandaan? 
“Ik heb een terugkerende droom waarin ik dood ben, mijn moeder in de hemel terugzie en ze me vraagt hoe het is. Waarop ik zeg: ‘Ik heb een kind en ik krijg er nog een, ik heb een huis gekocht, een film geregisseerd.’ ‘Oh wat mooi, wat leuk’, reageert ze dan en daarna zijn we eigenlijk uitgepraat. Dat is heel wrang, een confrontatie met het feit dat ik verander en dingen meemaak, maar mijn moeder niet meer. Ze is bevroren in de tijd en blijft voor altijd de 58-jarige vrouw die ze was toen ze verongelukte. Die ik moet loslaten.”
 

Ergens in 2016 kwam de eerste zin in me op. Meestal begint dat zo bij mij. Het was de eerste zin van de synopsis en hij is ook in de film terechtgekomen: ‘Niet schrikken, ik zal beginnen met het slechte nieuws, je bent dood.’ Ik wist nog niet waar het heen moest, ik dacht alleen: dat is best een goed begin. Dan gaat het verder met een tweede zin. ‘Je stak de straat over, je keek niet uit. Jammer, je bent niet zo oud geworden, veertien maar.’ En halverwege heb ik zoiets als ‘Je moeder is hier ook’ opgeschreven. Zo vormde zich een verhaal. Dat heb ik naar Felix van Gisbergen van Pupkin gemaild voor de Telefilms, vervolgens een regieversie geschreven en twee maanden later belden ze dat ik het mocht doen.”
 
Een vrouw stommelt nogal onhandig het café binnen. “Welkom!” roept Bosch en vertelt: “Sinds die [lovende, ad] recensie in de Volkskrant, ben ik alleen nog maar heel vrolijk. Hij doet een kleine persiflage van zijn joviale zelf, inclusief handgebaren en raar stemmetje: “Welkom, welkom, kom binnen! Hallo!”
 
Waarom heb je niet met een regisseur ingediend? 
“Ik had al twee keer een Telefilm ingediend. Die aanvragen waren positief ontvangen, maar mij als regisseur vonden ze toch een beetje spannend. Dus toen heb ik een korte film gemaakt, Weg met Willem, en op basis daarvan mocht ik een aflevering van Eng regisseren. Ik had iets meer ervaring dus en toen zat ik er ineens bij. Dat was best een shock, zo van fuck, dan heb ik dus tien jaar scenario geschreven en ben ik nu ineens filmregisseur. Van een fucking speelfilm.“
 
Dat wil je wel vaker?  
“Iedereen kent me als scenarioschrijver. Dat zal gaandeweg wel veranderen, maar ik zie mezelf ook nog zo. Ik ga nu bijvoorbeeld een serie schrijven, maar niet regisseren.
 
Ik vraag me wel af of de regisseur zich nu meer op de vingers gekeken zal voelen. De kritiek van een schrijver kun je wat makkelijker wegzetten, zo van: ‘Jij komt niet op de set, je hebt geen idee, ik zal het je wel even uitleggen. Dit is te ingewikkeld om te filmen, daar snap jij niets van.’ Schrijvers maken zich daar ook weleens schuldig aan, dat ze niet weten of dingen praktisch haalbaar zijn. Ik schreef al best afgemeten en haalbaar, maar heb door het regisseren nog beter door hoe kostbaar locaties zijn.
 
Onlangs heb ik aan de uitvoerend producent van een serie nog excuses aangeboden voor iets dat ik had geschreven, een moord in de McDonalds in de jaren tachtig. Dat was een beetje amateuristisch. Alsof je een helikopterachtervolging in je script schrijft. Grow up. Dat kan gewoon niet.”
 
Heb je moeders dood verwerkt met Hiernamaals? 
“Het is een afsluiting van dat verwerkingsproces. Ik heb ook tegen mijn vriendin Sarah gezegd: ‘En nu ga ik een keer ophouden over mijn moeder.’ Ik kreeg op het recente Volkskrant-interview veel reacties van mensen die het heel heftig en mooi vonden. Dat verbaast me dan. Naar mijn gevoel heb ik het er al honderdduizend keer over gehad. Voor mijn volgende film is het zaak om te laten zien dat ik meer te vertellen heb.”
 
Hoe kijk je terug op de draaiperiode? 
“Projecten kunnen soms een winning mood hebben. Dat zit hem dan in alles. Bij een filmproject is altijd de vraag wanneer het vliegtuig neerstort. Want bijna alles stort neer op een gegeven moment. Sommige dingen in de schrijffase, andere in de draaifase en sommige storten niet neer, maar maken een noodlanding waarmee ze net de finish halen. En soms landt dat vliegtuig ineens gewoon veilig en wel."
 
Je voelt het in hoe mensen zich gedragen, dat vriendschappen ontstaan en castings en locaties ineens allemaal lukken. Dat heeft iets magisch, je voelt ‘this could be it’. Dat had Van God los ook, dat eerste seizoen. Je voelde gewoon ‘this is something else’. Wat heel gek is, want wie weet nou of de kinderbegeleider of boom operator ook die winning mood voelt? Maar dat blijkt achteraf vaak wel zo te zijn.”
 
Waar ik eigenlijk op doel is dat je jouw terugkerende droom tot leven hebt zien komen. De scène waarin Sam aankomt in de hemel. 
“Iedereen moest een beetje huilen toen we dat draaiden. Het is een droom die bijna iedereen heeft, een verloren geliefde terugzien in de hemel. Toen merkte je ook dat mensen de film een warm hart toedroegen. Nooit gezeik over overwerk, ja misschien van productie een beetje dat we moesten oppassen, maar mensen stonden ook voor hun lol op de set. Dan merk je dat alles oké is. Als mensen iets staan te draaien wat ze niet begrijpen of niet grappig vinden, dan willen ze daar ook niet voor overwerken.
 
En met Sanaa Giwa [die debuteerde in Hiernamaals, ad], Romana Vrede, Gijs Scholten van Aschat, Ria Eimers, Jan-Paul Buijs hadden we titanen van het theater natuurlijk. Sanaa was een absolute vondst. Ze was een beetje mopperig toen ze de set opkwam, echt zo’n tienermeisje, helemaal niet met ons bezig. Maar dan richt je een camera op haar en dan vult ze het beeld. Echt een ster. Het is leuk om te zien dat ze ook veel ouder geworden is, sindsdien. Veel meer open.
 
Ik vond het heel bijzonder. Ik was na Hiernamaals een beetje depressed. Als je met zoveel plezier aan iets hebt gewerkt is daarna alles een beetje kut, toch? Moest ik weer moordmysteries schrijven, helemaal geen zin in.”
 
Ben je bijgelovig? 
“Mwaaaah, bij het draaien eigenlijk wel. Ik geloof er niet in, maar klop het wel af. Zo van doe nou maar, anders ga je er de hele tijd aan denken dat je het niet hebt gedaan.”
 
Dat is precies wat bijgeloof is. 
“Het is grappig dat ik dat met filmen en regisseren veel meer ben - veel emotioneler, veel bijgeloviger - dan bij alle andere dingen in mijn leven. Dan moet ik ineens die trui aan of die muziek luisteren. Daar moet ik veel opener in zijn denk ik dan. Niet cynisch.”
 
Wat voor schrijver vind jij jezelf? 
“Praktisch, efficiënt. Er moet een reden zijn dat iets in het script zit. En ook niet te moeilijk over dingen doen, gewoon schrijven.”
 
Heb je een proces? 
“Ja, maar dat is eigenlijk allemaal gelul. Ik had dat met roken heel erg, maar nu ik ben gestopt kom ik erachter dat ik het helemaal niet nodig heb om te schrijven. Ik weet vaak meteen wel wat werkt, maar ik moet mezelf soms dwingen het op te schrijven. En ik schrijf beter als iemand een week eerder gezegd heeft dat het me niet zal lukken. ‘I’ll show you, motherfucker’, denk ik dan.
 
Naarmate de tijd vordert leer je veel leuke nieuwe dingetjes van het vak. Bijvoorbeeld dat scènes best wat langer mogen duren. De Nederlandse neiging is om alleen het broodnodige te vertellen. Zo laat mogelijk de scène in, zo vroeg mogelijk eruit. Daar krijg je ook veel exposé van. Soms is het gewoon goed als iemand iets raars doet, als je even bij iemand bent. En hoe meer je schrijft, hoe meer je je realiseert: kijkers hebben zó weinig nodig. Ze snappen echt alles. Je hoeft ze niks uit te leggen.”
 
Kijk jij dingen terug? 
“Niet echt. Een beetje uit zelfbescherming. Of als de regisseur niet heeft gedaan wat ik wilde. Het kan wel gebeuren dat ik geen zin heb om naar de wrap te komen. Maar ja, bij tv maken ben je een huurling. Een deel van een huurlingenleger in de middeleeuwen. Ligt je ziel erin? Doe je het voor volk en vaderland? Niet altijd, soms doe je het gewoon voor het geld. Maar als je je werk niet goed doet, you still die.
 
De belangen zijn eigenlijk hetzelfde, of je het nu doet om je vrouw en kind te beschermen, of je vaderland, of gewoon omdat je ervoor betaald krijgt, je bent nog steeds een soldaat. Je moet het goed doen. Voor mijn gevoel is mijn Telefilm iets beter, omdat dat iets is wat ik heel graag wilde vertellen, maar je kan niet ineens twintig procent slechter zijn bij een serie, want dat gaan mensen meteen zien.“
 
Hoe belangrijk is inspiratie? 
“Minder dan toen ik twintig was. Je hebt goede en slechte dagen. Als ik ’s ochtends nieuws krijg waardoor ik ben afgeleid, kan ik die dag op mijn buik schrijven. En als ik echt in een flow zit kan ik binnen vier uur een vijftigminutenscript schrijven. Doe ik niet. Maar het kan.
 
Ik geloof er niet in om tegen heug en meug door te werken omdat je vindt dat je dat zou moeten kunnen. Ik heb altijd een film opstaan, ik kijk er elke dag één. Vandaag is het Rushmore van Wes Anderson, die had ik nog niet gezien. Dan kan ik tussendoor die film opzetten, in plaats van me blind te staren op mijn beeldscherm.
 
Vijf jaar geleden had ik gezegd: ik geloof niet in inspiratie, ik doe gewoon mijn werk. Maar daar ben ik nu veel emotioneler in. Er moet ziel in. Als het alleen maar regels zouden zijn, zou iedereen het kunnen.  Dat is gewoon zo. Het heeft te maken met emotie, ergens voor openstaan, dat soort dingen. Het lijkt meer op neuken dan op je huis opruimen." 
 
Wat ik een paar jaar terug ook heb ontdekt, inmiddels mijn belangrijkste motto: iedereen doet altijd zijn best. Dat helpt heel erg om op terug te vallen in je scenario. Ik was gisteren de Netflix-serie The Bodyguard aan het kijken. Een scène waarin duidelijk moet worden dat die bodyguard een enigszins moeilijke vrouw moet beschermen. Hij zit in de auto en besluit dat ze om veiligheidsredenen een andere route nemen. Waarop de dame die hij beschermt zegt: ‘Deze route nemen we normaal nooit. Wat irritant dat jij mijn bodyguard bent zeg’, of zoiets.
 
Dat doet toch niemand? Niemand zou toch ooit zo onaardig doen tegen haar nieuwe bodyguard? Dat die vrouw moeilijk is en graag de controle heeft, had je prima kunnen vertellen door die vrouw hetzelfde te laten zeggen, maar dan aardig. Mensen willen altijd tegen zichzelf blijven zeggen, ja maar ik ben wel aardig.”
 
Schrijf je weleens jezelf?
“Ik denk dat iedereen in zekere mate zichzelf schrijft. En ook weer niet. Door ze een naam te geven, geef je je personages ook weer aan het verhaal. Sam is een beetje Willem, maar doordat ik haar Sam noem, is ze ook gewoon Sam en leeft ze haar eigen leven.
 
Voor de rest zie ik weleens flarden van mezelf terug. Ik had een keer een zinnetje in Penoza geschreven, iets dat mijn vriendin tegen me zei. Ik doe thuis veel luiers, vind ik ook niet erg. Maar toen zaten we een keer op de bank en zei ze: ‘Ezra heeft gepoept.’ Waarop ik zei: ‘Oké?’ ‘Jij bent zoveel beter in luiers verschonen’, antwoordde ze. Waarop ik dat dan toch weer ga doen, half voor de grap ook.
 
Een paar weken later zaten we Penoza te kijken en speelde deze scène zich daar ook af. Ik hoorde Sigrid ten Napel zeggen: ‘Jij kan dat zoveel beter.’ Ik was het al bijna weer vergeten, maar toen werd ik rood tot in mijn nek. Dat kan gebeuren. Maar je bent het nooit echt zelf.’
 
Wat wil je allemaal nog doen? 
“Gewoon films maken denk ik. Films maken, series maken. Een oeuvre bouwen. Twintig films schrijven en regisseren en tien series schrijven en regisseren. Het zou best fijn zijn als ik op een gegeven moment gewoon van film naar film ga zonder tussendoor iets anders te hoeven doen. Om autonoom te zijn.” 

Foto Willem Bosch: Jara Lucieer

,