29 oktober 2019

column

Door Franky Ribbens

Signalen

Het zal niemand ontgaan zijn dat het online bekijken van tv-programma’s, films en series een enorme vlucht aan het nemen is ten koste van ‘gewoon’ lineair kijken. Met de komst van een aantal nieuwe aanbieders, dit en komend jaar, hoef je geen helderziende te zijn om te weten dat het landschap in rap tempo verandert en dat dit gevolgen heeft voor de makers en hun inkomsten. 

Ook Netflix hoort de sirenenzang, probeert de naderende concurrentie voor te zijn en zet in op samenwerking met lokale partijen als de NPO om kijkers aan zich te binden. Dit jaar voegen Apple TV+ en Disney+ zich bij het aanbod van Videoland, NPO Start Plus en Amazon Prime, en lonken mee naar de gunst van de Nederlandse kijker. Deze verschuiving van het kijkgedrag - en vooral de roep om ‘lokale content’ - biedt kansen voor makers. "It’s a great time to be an creator", las ik ergens in de New York Times en elders in deze Plot zeggen scenaristen hetzelfde. Maar behalve kansen zijn er ook fikse uitdagingen.

Makers, filmprofessionals en al hun organisaties roepen deze maand bewindslieden en Kamerleden in de mooie brief 'Circle Of Film' op om aanbieders van video on demand (VOD) verplicht een bijdrage te laten leveren aan het Nederlandse tv-aanbod door middel van een 'contentbijdrage': een heffing om de markt op te mogen en een verplichting om een percentage lokale content te produceren. Een investering in de lokale filmsector om ruimte te bieden voor een gezond, toekomstbestendig filmklimaat. Het is een eensgezind geluid van alle relevante spelers in het veld.

Een helder signaal. Hierbij dient opgemerkt te worden dat dit niet ten koste mag gaan van de rechtspositie en de (auteursrechtelijke) vergoedingen van de makers. Daarnaast kun je ook de vraag stellen of makers niet zouden moeten kunnen meepraten over de besteding van de opbrengsten van zo’n heffing, maar het is in ieder geval een goed signaal dat de sector ziet wat er op ons afkomt en de wetgever vraagt om ingrijpen.
 
Dit speelt in heel Europa. Tijdens de door het Netwerk Scenarioschrijvers georganiseerde bijeenkomst van de Federation of Screenwriters in Europe (FSE) zagen we hoe verschillende landen worstelen om deze razendsnelle verandering van het speelveld te vertalen naar een gezonde investering in de lokale filmindustrie en proportionele inkomsten voor filmmakers. Afgezien van de Denen en de Fransen heeft niemand het nog echt goed voor elkaar, maar het zou goed zijn om - ter inspiratie - over de grens te kijken wat er voor oplossingen worden gevonden om filmmakers daadwerkelijk te laten meeprofiteren van alle veranderingen.
 
In Nederland moeten we het intussen doen met het zogeheten Vrijwillige Collectief Beheer voor video on demand, dat alweer jaren geleden is overeengekomen om makers te laten meedelen in de opbrengsten van drama. Er is keihard gewerkt aan een werkende weerslag van de afgesproken billijke en proportionele vergoeding voor deze exploitatie en na vijf (!) jaar komt er dit jaar eindelijk een geldstroom op gang voor het online gebruik van het werk van Nederlandse filmmakers. Of je het proportioneel mag noemen is de vraag; niet alle partijen op de markt betalen mee, al zijn ze daar via het zogeheten derdenbeding wel toe gehouden.
 
Een wettelijke verankering van Verplicht Collectief Beheer voor video on demand-aanbieders is belangrijker dan ooit, om ook grote internationale streamers die in Nederland actief zijn aan de regeling te binden. Dit kan het verschil maken tussen wel of niet meedelen in de opbrengsten van je werk in de nabije toekomst.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

,