18 February 2019

to the point

Door Tingue Dongelmans

Telefilm De tand des tijds: 'Schrijven voor een heel jong publiek lijkt makkelijker dan het is'

Tingue Dongelmans was het grootste deel van haar werkende leven actrice (o.a. een hoofdrol in Kort Amerikaans). Ook speelde, schreef én regisseerde ze jeugdtheater. Vanaf 2004 legde ze zich toe op scriptschrijven, o.a. voor Sesamstraat, Pim & Pom en Het zandkasteel. Ze is co-scenarist van De tand des tijds, de eerste geanimeerde Telefilm, die donderdag 21 februari 2019 om 15.30 uur wordt uitgezonden op NPO3.

Schrijft u momenteel aan iets?
Ik heb net de allerlaatste hand gelegd aan het prentenboek Pol de piratenmuis, dat eind maart uitkomt.
 
Nu ben ik een opdrachtfilmpje over zorg bij dementerenden aan het schrijven. Erg boeiend om mee bezig te zijn, ook omdat ik over het algemeen voor kinderen schrijf. Ik zie het vooral als een uitdaging om van zo’n film, die bedoeld is om de professionele zorg bij te sturen, toch een klein pakkend drama te maken.
 
Verder zit ik op het startschot te wachten om een nieuwe Pim & Pom-serie te schrijven voor KRO/NCRV.  Dat wordt een 26-delige animatieserie met een mooi en fantasierijk format, met het werk van Fiep Westendorp als uitgangspunt voor de animatie. Ik schrijf de serie samen met Fiona van Heemstra.
 
Is schrijven uw hoofdberoep? 
Ja.
 
Wordt u gelukkig van schrijven? 
Ja en ook ongelukkig, maar het ene kan nu eenmaal niet zonder het andere.


Voor welke film bent u onlangs naar de bioscoop gegaan?
Gisteren was de laatste kans om Stan en Ollie te zien. Er stond een lange rij voor de kassa en toen ik eindelijk aan de beurt was, was hij uitverkocht! 

Toen ben ik naar Capharnaüm gegaan, over straatkinderen in Libanon. Dat is een film van een hele andere orde. Toen hij begon, wilde ik meteen weer weg. Ik had geen zin in al die narigheid. Maar al snel liet ik me toch meevoeren in de belevingswereld van het jongetje Zaïn, door wiens ogen het verhaal wordt verteld. De film speelt zich af in een van de armste wijken van een Libanese stad en gaat over de 12-jarige Zaïn, die zijn ouders aanklaagt voor het feit dat zij kinderen zetten op een wereld waar zij enkel en alleen ellende hebben te bieden. Het is een aangrijpende film, met toch ook vertederende en hoopvolle momenten.
 
Wat is het laatste toneelstuk dat u heeft gezien?
‘Emma wil leven’ naar de gelijknamige documentaire over Emma die ten onder gaat aan de ziekte anorexia, geschreven door collega Marc Veerkamp, met wie ik De tand des tijds schreef. Het is een kleine-zaalproductie die 8 februari in schouwburg Amstelveen speelde. Een juweeltje op alle vlakken: script, regie, beeld en erg goed gespeeld door Lisse Knaapen. In Amsterdam staat het stuk, gek genoeg, verder niet geprogrammeerd.
 
Weet u wat er momenteel aan Nederlands drama op televisie is te zien?
Zo ongeveer, hoewel ik de laatste tijd niet veel heb gekeken. De laatste serie die ik met heel veel plezier helemaal heb gevolgd was Klem van Frank Ketelaar. Goed geschreven en geregisseerd. Daarbij ook nog eens prima acteerwerk.
 
Ik kijk wel regelmatig een serie op Netflix. Op dit moment heb ik me voor de afwisseling eens op een comedyserie gestort, waarbij ik me erg vermaak: Dix pour Cent. Een Franse serie, die zich afspeelt op een agentschap voor acteurs. Het wemelt van de grappige karakters en in iedere aflevering is er een bekende Franse acteur te gast.
 
Heeft u behalve schrijven nog andere bronnen van inkomsten? 
Ik coach weleens andere schrijvers en heel af een toe acteer ik nog een kruimeltje. Omdat op spelen voor mij geen druk meer staat, kan ik daar dan echt van genieten.

Doordat ik veel voor tv schrijf levert Lira ook nog een substantieel deel van mijn inkomsten op. Dat wil ik wel even melden omdat het Netwerk Scenarioschrijvers zo hard heeft gewerkt om voor onze belangen op te komen.
 
Welke film had u willen schrijven?
Den Skyldige, het speelfilmdebuut van regisseur/scenarist Gustav Möller en co-scenarist Emil Nygaard Albertsen.  Deze film speelt zich af op een politie-alarmcentrale en dat is meteen de enige locatie. Een agent, gespeeld door Jakob Cedergren, is bijna onafgebroken in beeld en dan ook nog meestal in close-up.  Hij wordt telefonisch betrokken bij een drama, waarvan we helemaal niets te zien krijgen.

Toch slaagt de acteur erin, samen met de stemmen aan de andere kant van de lijn, je van begin tot einde mee te slepen. Je hebt zelfs het gevoel dat je alles wat daar gezegd wordt, met eigen ogen ziet. De agent komt tijdens de gesprekken zelf ook in een achtbaan van gevoelens en inzichten terecht. Die combinatie van psychologie en een spannend plot vind ik heel mooi. Echt knap geschreven. Niet dat ik dat zou kunnen, maar het is een mooi streven, toch? 
 
Wat is uw sterkste punt als schrijver?
Voor een jonge doelgroep moet je eenvoudig kunnen schrijven, wat makkelijker lijkt dan het is. Maar ik word vaak om die reden gevraagd voor pre-schoolseries. En ik heb veel plezier in het ontwerpen van karakters.
 
Wat moet u als schrijver nog leren?
Ik heb de neiging te zoetig te zijn; daar moet ik steeds weer op gewezen worden. En ik moet genoegen nemen met het feit dat een scenario nu eenmaal een halfproduct is. Maar ik ben hardleers.
 
Van wie heeft u het vak geleerd?
Toen ik voor het theater en vooral voor onze eigen jeugdtheatergroep schreef, deed ik dat op intuïtie. Ik schreef in eerste instantie ook niet omdat ik schrijver wilde zijn; wij konden gewoon geen schrijver betalen, dus ging ik zelf aan de slag. Maar ik vond het wel heel leuk en ik wilde professioneler worden.

Toen bij ‘t Colofon een cursus kinderverhalen schrijven niet doorging, koos ik dan maar voor een cursus scenarioschrijven. Daar ontdekte ik dat je alles wat je voor ogen had ook werkelijk kon opschrijven. Bij toneel ben je zo summier mogelijk met regieaanwijzingen, maar bij film kan je eigenlijk stiekem een beetje regisseren.
 
Dus bij ’t Colofon deed ik de eerste stappen in die richting onder leiding van Harry van den Eerenbeemt. Een zeer aimabele man, die mij vooral heel erg stimuleerde en zelfvertrouwen gaf.

Wat betreft structuur heb ik een hele sterke basis meegekregen bij een Europese workshop, die over een heel jaar was uitgesmeerd: North by North West, in Denemarken. Verder leer ik nog bijna dagelijks van collega’s, met wie ik graag samenwerk. Ik ben wel een teamplayer.
 
Aan wie moet de Tingue Dongelmans-schrijfbokaal worden uitgereikt?
Ik zou het niet weten. Er zijn verschillende schrijvers die ik bewonder, maar door de één te kiezen doe je de ander tekort. Bovendien: ik hou niet van wedijveren.
  
Wilt u nog iets kwijt?
Mmm, ja, er is iets wat mij stoort bij het aanvragen van subsidies bij instanties. Bij het indienen van een synopsis en al helemaal bij een treatment wordt van de schrijver verlangd dat alle ideeën al zover uitgekristalliseerd zijn, dat je het gevoel krijgt dat er geen ruimte meer is voor nieuwe invallen. Alles moet al uitgedacht en verklaarbaar zijn, terwijl je vaak pas tijdens de uitwerking van het script die ruimtes tussen de regels zou willen opvullen. Misschien is dit begrijpelijk, want bij film gaan het vaak over erg veel geld, maar frustrerend is het zeker.

Foto Tingue Dongelmans: ​Johan Hobo

,