30 mei 2018

van de voorzitter

Door Pieter Bart Korthuis

Zichtbare schrijvers

Een aantal dagen voorafgaand aan de perspresentatie van de speelfilm Gek van Oranje, werd ik gebeld door een publiciteitsmedewerker van de distributeur met de vraag of ik het heel erg zou vinden om niet naar de presentatie te komen.

"Nou ja", stotterde ik, "hoezo dan niet?" Vervolgens kreeg ik te horen dat eigenlijk niemand van de pers geïnteresseerd was om met mij of mijn collega-scenarist Maarten Lebens te praten. Dat ik de geestelijk vader van het project was en dat Maarten en ik over een periode van acht jaar met heel onze ziel en zaligheid aan de film gewerkt hadden, was geen argument. Men had genoeg aan een quote van Martijn Fischer...
 
Het vergroten van de zichtbaarheid van de scenarioschrijver en bekendheid geven aan ons vak is jarenlang het speerpunt geweest van het Netwerk. Je zou je kunnen afvragen of we daar heel succesvol in zijn geweest. Hier en daar wordt wel eens een scenarist geïnterviewd over het schrijfproces of de drijfveren die hem ertoe brachten dit specifieke verhaal te vertellen (hulde aan de VARA- en VPRO-gids), maar het blijven uitzonderingen. Veel vaker worden de acteurs of de regisseur aan het woord gelaten. Dat is jammer, want als scenaristen meer 'smoel' krijgen, dan kan dit voor het publiek een extra prikkel zijn om zijn of haar volgende film of serie te bekijken.  Daarnaast kan de bekendheid van ons vak er ook voor zorgen dat we bij beleidsbeslissingen die voor ons van belang zijn, niet over het hoofd worden gezien.
 
Hoe groot het belang van de scenarioschrijver is, bleek onlangs op het festival Series Mania in Lille waar ik, net als vijftien collega's, de kans kreeg om een idee te pitchen voor een internationale serie. Voor een publiek van vijfhonderd man moesten mijn co-scenarist en ik in acht minuten ons plan presenteren, om vervolgens twee dagen lang ontmoetingen te hebben met mogelijke omroepen, co-producenten en distributeurs. Geconfronteerd met die enorme overdaad aan plannen en televisieseries op het festival, overviel me het gevoel dat ik ook altijd heb in een boekwinkel of een bibliotheek: waarom zou ik hier in godsnaam nog iets aan toe willen voegen?
 
Maar toen het me eenmaal was gelukt om deze volstrekt nutteloze gedachte opzij te schuiven, kon ik ons verhaal heel behoorlijk over het voetlicht brengen. Want dat is de eerste vraag die je krijgt als mensen geïnteresseerd zijn: "What's the story?" Vraag twee is of je al financiering hebt en vraag drie welk talent eraan verbonden is. In die volgorde. En aan het eind van de bespreking vraagt men of ze iets mogen lezen.
 
Wat er op papier staat, bepaalt of een idee wordt opgepikt of niet. Voor schrijvers die internationaal hun vleugels uit willen slaan - en op zo'n festival krijg je al snel de indruk dat daar onze toekomst ligt - betekent dat dus dat je jezelf moet trainen om ook mondeling te pitchen en dat je er dus aan moet werken om je zichtbaarheid te vergroten.
 
Dit geldt niet alleen voor scenarioschrijvers, maar ook voor de Nederlandse filmsector als geheel. Op de dramatop C21, afgelopen november in Londen, presenteerden veel landen hun beste dramaseries. Nederland schitterde door afwezigheid. Op Series Mania werd je warm gemaakt voor de nieuwste series uit België, Denemarken en Frankrijk... en keek men verlangend uit naar de pitch van Israël, een land dat op het gebied van tv-drama enorm in de belangstelling staat. En wisten jullie dat Finland het nieuwe Denemarken is? Je hoort het goed, Finland.
 
Op dit soort festivals is Nederland als de scenarist onder de Europese landen: volledig onzichtbaar. Zelfs IJsland scoort tegenwoordig hoge ogen als het gaat om internationale waardering en mogelijke co-productiekansen. IJsland, ik zeg het nog maar een keer. Gelukkig keren op tv-dramagebied onze kansen nu de Production Incentive voor high-end tv-series van het Filmfonds een succes lijkt te zijn. En met de eerste Netflix-order voor een Nederlandse serie zou het zomaar kunnen dat de markt waar wij ons als schrijvers op moeten begeven weer iets groter wordt. Dat zou goed nieuws zijn, zeker met het mogelijk verdwijnen van drama op NPO2, waar in Hilversum over gefluisterd wordt.
 
Meer goed nieuws voor scenarioschrijvers: het budget voor ontwikkeling van filmproducties bij het Filmfonds is de afgelopen jaren structureel verhoogd: van 1,46 miljoen in 2013 naar 3,1 miljoen in 2017. Een deel van dat geld is beschikbaar voor de Vrijplaatsen voor ervaren en beginnende scenaristen. Het aantal aanvragen voor ervaren scenaristen is niet gemaximeerd en hangt af van wat er binnenkomt, voor beginnende schrijvers zijn maximaal vier vrijplaatsen beschikbaar.
 
Het Netwerk heeft ervoor gepleit dat er meer mogelijkheden komen voor scenaristen om zonder producent aanvragen in te dienen bij het fonds. Natuurlijk is er altijd ruimte voor verbetering, maar de Vrijplaats is een mooi begin en wij moedigen iedereen aan om er gebruik van te maken en de indiendata op de website van het Filmfonds in de gaten te houden.
 
Inmiddels ben ik een jaar lang voorzitter van het Netwerk, een paar maanden korter dan Donald Trump, die het een stuk beter gelukt is om zijn zichtbaarheid te vergroten. Maar goed, we hoeven ook weer niet in alles een voorbeeld aan de Amerikanen te nemen.
 
netwerkscenarioschrijvers@auteursbond.nl
 
 

,