Inkomensonderzoek

Het is niet ongebruikelijk om op plekken als deze kabelexploitanten, politici, omroepen, fondsen, zenderbazen en producenten – zeg maar: iedereen die in film- en tv-land wat te zeggen heeft – er flink van langs te geven. De slachtofferrol zit ons, scenarioschrijvers, als gegoten. Graag geven wij er iedereen, behalve onszelf, de schuld van dat onze geesteskinderen niet geworden zijn wat we ervan gehoopt hadden en dat we altijd aan het kortste eind trekken als het om geld gaat. Maar hoe zit het dan met onze eigen verantwoordelijkheid?

Laatst sprak ik een zeer succesvolle collega – nee, ik noem geen namen –  die ik vroeg hoeveel royalties deze persoon in zijn carrière had mogen ontvangen voor de kassuccessen waaraan hij/zij had meegewerkt. Helemaal niks, was het antwoord. Contracten werden door schrijver in kwestie zelf onderhandeld, want ja, het salaris staat vaak al vast en de producent zorgt geregeld voor werk en dat is ook wat waard. Wie is er nu verantwoordelijk voor het feit dat deze schrijver mogelijk duizenden euro’s is misgelopen: de producent, die de schrijver niet gewezen heeft op het feit dat er ook zoiets als winstdeling bestaat, of de schrijver zelf die zich niet professioneel heeft laten bijstaan?

Toegegeven, vaak valt er helemaal niks te verdelen omdat op onverklaarbare wijze zelfs grote succesfilms geen nettowinst lijken te maken. En ook schrijvers die wel hun contracten laten onderhandelen, vissen weleens achter het net. Maar dat is een andere discussie. Waar het om gaat is dat wij onszelf als makers veel serieuzer moeten nemen.

Wij zijn namelijk niet alleen kunstenaars (ja, durf jezelf nou maar ‘s zo te noemen), maar ook ondernemers, die hun tijd en talent investeren om een zo mooi en inspirerend mogelijk verhaal op te leveren. Daar hoort bij dat we onszelf niet zien als werknemers, maar als gelijke partners van degenen die ervoor zorgen dat onze films en series het licht zien. Het is daarom van groot belang dat we onderling veel meer informatie met elkaar uitwisselen over de zakelijke kanten van ons werk. Iets dat volledig tegen onze natuur indruist, want schrijvers hebben het veel liever over de inhoud.

Overigens had dezelfde succesvolle auteur onlangs het lidmaatschap van het Netwerk opgezegd, want ja, het is toch ieder jaar weer zo’n 180 euro (noot van mijn accountant: wel aftrekbaar!) en – als je toch niet naar de Dag van het Scenario gaat – wat heb je er dan eigenlijk aan? De PLOT staat ook al gratis online.

Laat ik eens helemaal open en eerlijk zijn: toen ik werd gevraagd om de rol als voorzitter van het Netwerk op me te nemen, wilde ik aanvankelijk weigeren. Waarom? Gewoon, omdat het fokking veel werk is. Daarom. Ik zat er niet op te wachten om naast de oneindige worsteling van het schrijven, ook nog eens de barricaden op te moeten om te vechten voor de rechten van mijn beroepsgroep. Bovendien houd ik, als maker van een concreet eindproduct, niet van stroperige beleidsprocessen.

Uiteindelijk heb ik de functie toch geaccepteerd, in de eerste plaats omdat het enorme boost is voor mijn broze ego, maar wat de doorslag gaf, was dat ik mijn collega’s die al jaren hun verantwoordelijkheid nemen, niet wilde teleurstellen.
Ik heb daar geen spijt van. Juist nu ik van bestuursvergadering naar sectorbreed overleg of de werkgroep Code of Conduct moet hollen, ben ik me ervan bewust geworden hoe belangrijk het is dat wij er met elkaar voor zorgen dat we aan de tafel van de beleidsmakers niet over het hoofd worden gezien. Dat kabelaars die hun mond vol hebben over content, zich ervan bewust zijn dat die content wel ergens op een achterkamertje door een mens van vlees en bloed verzonnen wordt. En even terzijde, als we het toch over content hebben, zijn wij echt wel zo goed als we soms denken?  Schrijven wij echt het beste, meest prikkelende, originele werk dat we in ons hebben? Doen wij voldoende verslag van wat er in de wereld om ons heen gebeurt of zorgen wij enkel voor verstrooiing? Excuus, ik dwaal af…

Alleen door scenarioschrijvers die zich actief opstellen, die bijvoorbeeld hun stem uitbrengen voor de Gouden Kalveren (mijn heilig voornemen voor het volgende jaar!), of die ons als bestuur laten weten wat er speelt in het veld, kunnen wij onszelf zichtbaar maken. En dat is waar het om gaat, want anders dan twee journalisten op de Dag van het Scenario met droge ogen durfden te beweren: een Goede Film staat of valt met een Goed Scenario.

Laat me je dus even vragen – ja, jij daar, schrijver die tussen twee scènes door even deze column zit te lezen – heb je het verzoek van het Netwerk en PAM ontvangen om de enquête voor het inkomensonderzoek in te vullen? En dat ook gedaan?

Ja? Goed zo, bravo! Dank.

Nee? Waarom niet? Is een kwartiertje echt te veel gevraagd? Het is zó belangrijk dat wij op basis van goede informatie onze standpunten over kunnen brengen. Anders dan in de eerste oproep vermeld staat, heb je nog tot en met vrijdag 8 december de tijd. Doe het nu!

Dank je wel, dan ga ik nu mijn koffertje inpakken om twee dagen met Europese zusterverenigingen te praten over de problemen waar zij tegen aan lopen. O nee, eerst zelf die enquête invullen.

Uw voorzitter,
Pieter Bart Korthuis

Wat zoek je?