22 januari 2019

de inspiratie

Door Amira Duynhouwer

Alexandra Penrhyn Lowe is heel bang voor én gefascineerd door het bovennatuurlijke

Op donderdag 24 januari gaat Vals in première, de verfilming van de gelijknamige young adult thriller van Mel Wallis de Vries. Alexandra Penrhyn Lowe, die het script schreef, begon haar carrière als dialoogschrijver bij Het Huis Anubis. Ze schreef ook de tien boeken en twee films op basis van de serie, de young adult-reeks De laatste Wachter en momenteel werkt ze aan een zelfhulpboek voor schrijvers. "Routine is voor mij een verdedigingsmiddel tegen uitstelgedrag door angst." 

Hoe is het schrijven begonnen?
 
Als kind wilde ik al schrijver worden, ik wist alleen niet hoe en daarom werd ik journalist (ik studeerde geschiedenis en journalistiek aan de RUG). Maar de fictiedroom bleef en in 2004 nam ik ontslag als redacteur bij Linda. Magazine. Het plan was om een jaar vrij te nemen om een boek te schrijven. Dat deed ik op een Toscaanse heuvel, geheel volgens de aspirerend-schrijverclichés. Het manuscript kwam er en ligt na veertien jaar nog steeds ergens op een plank te verstoffen. Ik wist tijdens het schrijven al dat het niet goed genoeg was om uit te geven, dat was ook niet mijn intentie. Ik wilde vooral aan mijzelf bewijzen dat ik een boek kon beginnen en eindigen, want ik was al zo vaak begonnen en afgehaakt dat ik er diep ongelukkig door was.
 
Ik ben nog steeds zo dankbaar dat Françoise Gaarlandt, van de vroegere uitgeverij Balans, de moeite wilde nemen om het te lezen. Ik wilde vooral van haar weten of ik goed genoeg was om door te gaan, of beter vakken kon gaan vullen bij de AH. Gelukkig kwam ik door de lakmoesproef en zij adviseerde me om een cursus scenarioschrijven te doen, “omdat je heel filmisch schrijft en met boeken schrijven alleen verdien je niet genoeg geld”.
 
In het boek De Alchemist (Paulo Coelho) staat dat het universum er alles aan zal doen om je te helpen als je doet wat je hart je influistert. Het leek bij mij zo te gaan: op een feestje raakte ik aan de praat met iemand die een vriendin had die een nieuwe televisieserie aan het opzetten was en schrijvers zocht. Die vriendin was Anjali Taneja en de serie Het Huis Anubis. Anjali nam me aan, eerst als dialoogschrijver en later hielp ik haar mee met het bedenken van de lange lijnen, schreef ik tien boeken bij de serie en bedachten we samen de eerste twee Anubisfilms (regie Dennis Bots). Sindsdien ben ik eigenlijk nooit opgehouden met schrijven.
 
‘Vals’ is gebaseerd op het boek van Mel Wallis de Vries. Zou je kort kunnen uitleggen waar dit over gaat?
 
Vals is een young adult (YA) thriller over vier vriendinnen die in hun examenjaar net voor de kerst op meidenweekend gaan in de Ardennen. Ze raken ingesneeuwd en dan blijkt dat er iets of iemand op hen jaagt.
 
Waarom wilde je hieraan meewerken en wat inspireerde je hieraan?
 

Ik kende Mel al omdat we in Groningen bij dezelfde studentenvereniging zaten en ik vind haar een geweldig goede YA auteur. Jaren geleden hadden we het er op een feestje over hoe tof het zou zijn als een van haar boeken verfilmd zou worden. Ik noemde toen zelfs Vals omdat ik het een heel spannend boek vond, dat niet al te veel personages heeft en zich op één plek afspeelt, dus het leek me bij uitstek een geschikt boek om te verfilmen. Ongeveer een jaar later werd ik door Goldman Film/Phanta Vision benaderd om te praten over de adaptatie van een YA thriller. Tijdens het gesprek bleek dat het om Vals ging, hoe toevallig kan het zijn?
 
Ik heb van de adaptatie van Vals het allermeest geleerd in mijn hele schrijfcarrière. De vertaalslag van boek naar film was ingewikkeld en daardoor leerzaam en uitdagend. Overigens heb ik het scenario niet alleen geschreven, maar het treatment samen met schrijver Pieter van den Berg en het scenario met regisseur Tjebbo Penning. Tjebbo nam het stokje over toen ik met zwangerschapsverlof ging. Het was heerlijk om weer met Dennis Bots te mogen werken, hij is een meester in spanning en inspireert me telkens weer met zijn visuele input en eigen ideeën over een project.
 
Je schrijft veel voor een YA publiek, is dat bewust?
 
Nee, niet bewust, ik denk dat het komt omdat ik tieners mateloos fascinerend vind: hun kwetsbaarheid en tegelijkertijd hun bijna griezelige vermogen om bikkelhard te zijn. En dat moment van tussen laken en servet is iets waarmee ik me goed kan identificeren, ook al ben ik al heel lang geen tiener meer.


 
Veel van je boeken hebben bovennatuurlijke thema’s, waar komt dat vandaan?
 
Dat komt omdat ik heel bang ben voor het bovennatuurlijke en er tegelijkertijd een bijna obsessieve fascinatie voor heb. Dat had ik als kind al, ik had hele enge nachtmerries en probeerde die te bezweren door erover te lezen en later ook door erover te schrijven. Daar is wel iets in veranderd sinds Daantje is geboren. Vooral net na haar geboorte had ik moeite met horror schrijven. Ik schreef Leeuwenhart, het laatste deel van De laatste Wachter-serie, in de avonduren net na Daantjes geboorte, maar voor sommige scènes moest ik echt het huis uit, omdat ik het gevoel had dat het anders aan ons gezin bleef kleven, heel bizar.
 
Ik heb daarna ook niet meer zulke brute verhalen geschreven als dat boek. Maar het bovennatuurlijke bloed kruipt toch waar het niet gaan kan. Ik ben nu bezig met een horrorfilm, alleen is het veel meer drama dan horror. En de boekenserie die ik schrijf heeft fantasy-elementen, maar ook dat is meer drama. Het is een goede en denk ik logische stap in mijn ontwikkeling als schrijver, omdat dat hele spannende mijn valkuil kan zijn: dan gooi ik gewoon een demon of bezetenheid in de strijd, in plaats van dat ik karakters iets met elkaar laat uitvechten.
 
In mijn eigen leven kan ik behoorlijk geïmponeerd zijn door de menselijke dynamiek, dus als schrijver ben ik wel eens geneigd om eenzame karakters uit te vinden die helemaal alleen overblijven omdat verder iedereen dood gaat of mijn hoofdpersoon in de steek laat. Het is een goede nieuwe stap om karakters bij elkaar te laten blijven in plaats van ze uit elkaar te trekken. Dit is een beetje zwart-wit natuurlijk, maar als ik de horrorachtige spanning niet heb als kruk om op te leunen, word ik wel eens onzeker: is het spannend genoeg? Willen mensen dit lezen? Maar ik wil niet blijven hangen in iets dat ik al ken en probeer me juist te wagen aan schrijfprojecten die me angst aanjagen. Ik weet dat ik daar als persoon en als schrijver nog iets te leren heb.
 
Wat inspireert je? En als iemand een writer’s block zou hebben, wat zou je ze dan aanraden, heb je een routine?
 
Dat vind ik zo’n moeilijke vraag. Ik weet het niet en ik denk dat niemand precies weet waar inspiratie vandaan komt, dat de magie al besloten ligt in het woord. Ik weet dat ik op de fiets vaak ideeën heb, blijkbaar gaat fietsen snel genoeg om mijn fantasie aan te zwengelen, maar niet zo snel dat er geen ruimte overblijft om te dromen. Het idee voor de televisieserie Vrolijke Kerst had ik bijvoorbeeld toen ik aangeschoten op de fiets zat. Even daarvoor had ik een interview gelezen met Joost Zwagerman, die net was gescheiden en in een vakantiehuisje woonde. En ik ben iemand die vaak: ‘Wat als…’ denkt. Zo ontstaat er dan iets.
 
Ik ga niet op inspiratie zitten wachten als zijnde ’ideeën of oplossingen voor een lopend project’, want dan kan ik wachten tot ik een ons weeg. Ik moet schrijven en zwoegen en zweten, want als ik niet schrijf, is er ook niks. Dat kan heel beangstigend zijn. Als ik niet schrijf, is het alsof ik een wit laken in mijn hoofd heb dat ik niet opzij kan schuiven om te kijken hoe het verhaal verder gaat. Een enorme mindf*ck, want daardoor kan ik mijzelf ook wijsmaken dat er nooit meer iets zal komen, waardoor ik bang word om te schrijven. Dat is mijn writer’s block: ik begin dan zo aan mezelf en mijn bestaansrecht als schrijver te twijfelen, dat ik allerlei manieren verzin om onder het schrijven uit te komen. Ik bedenk bijvoorbeeld ineens dat schrijven een egoïstische bezigheid is en dat ik beter yogaleraar kan worden.

Paradoxaal genoeg is deze angst onmiddellijk verdwenen als ik achter de computer ga zitten en begin. Routine is voor mij absoluut een verdedigingsmiddel tegen uitstelgedrag door angst. Elke dag schrijven. Ik sla liever geen dag over. Ook schrijf ik het liefste zo vroeg mogelijk in de ochtend. Als ik puf heb, sta ik zelfs graag om vijf uur op zodat ik voor het ontbijt al geschreven heb. Dat lukt me trouwens meestal niet, maar de ochtenden zijn behoorlijk ‘schrijfheilig’ voor mij.
 
Ik denk dat een routine alleen niet afdoende bescherming biedt tegen een writer’s block. Als iemand niet meer schrijft, is het volgens mij van belang om erachter te komen waardoor hij of zij geblokkeerd is (geraakt). Gebrek aan inspiratie soms, maar veel vaker is het een gebrek aan motivatie door angst om niet goed genoeg te zijn, of om niet zo goed te kunnen presteren als bij het vorige project. Ook herhaaldelijke afwijzing of hatelijke, niet goed onderbouwde kritiek kunnen ervoor zorgen dat je motivatie verdwijnt als een mot die een vlam is ingevlogen: er blijft hooguit een zuchtje stof over. Afwijzing en kritiek horen bij ons vak, maar het is niet eenvoudig om je ertegen te wapenen. Ik geloof ook niet in het ontwikkelen van een ‘olifantenhuid’ - als schrijver moet je in staat zijn om een waaier aan emoties te kunnen voelen en dat gaat niet als je een dikke huid kweekt.
 
Wat voor mij helpt is steun zoeken en krijgen van mensen die begrijpen dat het schrijversleven soms pijn doet. Mensen die tegen je zeggen: “Ik voel je.” Een veilige omgeving waar je even je wonden kunt likken en dan weer door kunt schrijven. Dat is ook de reden waarom ik al vier jaar elke woensdagochtend De Schrijf Sangha organiseer in De Nieuwe Yogaschool: een schrijfgroep waar iedereen mag aanschuiven. In een groep aan je eigen project werken, doet op een of andere manier wonderen - het is een beetje vergelijkbaar met samen mediteren.
 
O en een writer’s block bij beginnende schrijvers ontstaat vaak door een gebrek aan kennis. Ze beginnen vol goede moed, maar stranden na een paar hoofdstukken omdat ze niet meer weten hoe het verder moet. Dit is eigenlijk gemakkelijk op te lossen. Het enige dat je hoeft te doen is meer kennis vergaren over structuur en verhaalopbouw. De technische kant van schrijven is in theorie door iedereen te leren.
 
Het verhelpen van een writer’s block vind ik ontzettend leuk om te doen. Ik ben vooral dol op het analyseren van de verhaalstructuur of iemand te helpen ontdekken waar het verhaal nu precies over gaat, zodat diegene de ruis eruit kan halen. Ik heb dat onder andere gedaan voor de film Hartbeat van Anjali Taneja. Ik ben op dit moment een non-fictie boek aan het schrijven, waarin ik alle tips en tricks die ik door de jaren heen heb vergaard op een rijtje zet.
 
Waar werk je op dit moment aan?
 
Het zelfhulpboek voor schrijvers dus, een jeugdfilm, een pitch om De laatste Wachter-serie als televisieserie aan de man te brengen en ik schrijf dagelijks aan het eerste deel van een nieuwe boekenserie. Genoeg te doen dus, het zou best fijn zijn als de dagen 26 uur hadden in plaats van 24. Het gaat allemaal minder snel nu ik een kindje heb. Niet alleen maar omdat ik minder tijd heb om te schrijven, maar ook omdat er een onzichtbaar lijntje naar haar toe loopt, waardoor ik iets minder makkelijk in het wit tussen de zwarte letters verdwijn. Ik vind dat trouwens helemaal niet erg, het feit dat elke dag kan en mag schrijven én op de valreep ook het moederschap mag meemaken is iets waar ik elke dag dankbaar voor ben.

Foto Alexandra Penrhyn Lowe: Keke Keukelaar
 

,