24 september 2019

column

Door Oene Kummer

De Patrick

Ieder jaar ontstaat er, als de Gouden Kalf-nominaties eenmaal bekend zijn, een aardig gezelschapsspel. Was het een goed jaar voor de Nederlandse film? Een slecht jaar? Of iets er tussenin? Het is een leuk spel, en ik doe er graag aan mee, al vermoed ik dat het laatste antwoord - iets er tussenin - meestal het juiste is. 

Er zijn altijd wel een paar films die er bovenuit steken - voor mij Dirty God, Mijn bijzonder rare week met Tess en het bij de Kalveren helaas genegeerde Light as feathers, maar vul gerust je eigen favorieten in. Ook zijn er steevast een paar films die, alle inspanningen ten spijt, wellicht wat tegenvielen (niks meer aan te doen, zand erover) en een flink aantal die aan de verwachtingen voldeden zonder verder veel opzien te baren.

Vaak is het ook het moment dat er wordt verzucht dat in België, in elk geval op filmgebied, alles beter is, en soms klopt dat ook nog, zoals vorig jaar met het weergaloze Girl, dat zelfs voor een Golden Globe werd genomineerd. Maar ook bij onze zuiderburen zullen ze wel eens wat mindere jaren meemaken, alleen zijn wij ons daar in Nederland dan niet zo van bewust omdat we het te druk hebben met onze eigen filmsores. Net zoals ze in Denemarken ook niet ieder jaar een low budget-sensatie voortbrengen als Den skyldigge, die de hele wereld overgaat.

Omgekeerd kunnen wij weer trots zijn op Dirty God en Instinct, die ook van internationale allure zijn en dit jaar op prestigieuze festivals als Sundance en Toronto draaiden. Maar om even bij België te blijven: onlangs bezocht ik in De Filmhallen in Amsterdam een voorpremière van de Vlaamse film De Patrick, tevens het speelfilmdebuut van regisseur en co-scenarist Tim Mielants, die eerder internationale series als Peaky blinders en Legion maakte.



Die series zijn natuurlijk top, maar Mielants heeft nog veel meer in zijn mars, zoals hij laat zien met De Patrick, die is vernoemd naar zijn sympathieke hoofdpersoon. Bij het vraag-en-antwoordspel na afloop omschreef Mielants de pitch van zijn film als "een man die op de nudistencamping een zoektocht onderneemt naar zijn verdwenen hamer". 

De film laat zich welswaar omschrijven als een komedie, maar Mielants vroeg zijn acteurs het scenario te spelen met de intensiteit van een Holocaust-drama. En dan lopen de acteurs ook nog eens negentig procent van de tijd naakt rond, want het speelt zich zoals gezegd af op een nudistencamping en die locatie wordt niet verloochend.

Nee, het was niet makkelijk om De Patrick gefinancierd te krijgen, ook bij onze zuiderburen krabben ze zich eens flink achter de oren bij het lezen van een dergelijk waaghalzerig filmplan. Maar met een producent die in je gelooft kun je het dus blijkbaar wel van de grond krijgen. En is het resultaat zo'n maffe - denk aan De helaasheid der dingen - maar ook ontroerende film waar ze in België wel patent op lijken te hebben. Al noemde Mielants ook Alex van Warmerdam als een van de inspiratiebronnen voor zijn eigen hang naar het absurde.

En is er tegelijkertijd bij ons sprake van een nieuwe golf van getalenteerde makers, zoals te lezen valt in het artikel van Amira Duynhouwer naar aanleiding van de NFF-openingsfilm Instinct. Maar tegelijk wordt er ook vaak (misschien te vaak) in beproefde formules gedacht, waardoor het niet zo gek is dat veel (maar zeker niet alle) romkoms en familiefilms na verloop van tijd op elkaar gaan lijken en je het dus niet raar moet vinden dat het publiek dat ook steeds sneller doorkrijgt.

Ik druk me expres voorzichtig uit omdat ik niet in doemdenkerij over teruglopende marktaandelen wil vervallen en ik ook oprecht vind dat het in artistiek opzicht helemaal niet zo slecht gaat als her en der wordt beweerd. Er is echt nog wel ruimte voor films van eigen bodem naast alle Amerikaanse franchises, en iets meer originaliteit kan natuurlijk nooit kwaad. Aan het werk dus! En ga ter inspiratie vooral allemaal naar De Patrick kijken... 

,