4 juli 2018

achter de schermen

Door Dave Herman

Checklist voor de eindversie van je script

Als scenarist en vertaler Engels ziet Dave Herman veel treatments en scripts voorbijkomen. De lange ontwikkeltrajecten laten hun sporen na, is zijn ervaring. Door de vele nieuwe versies kan de intentie van de scenarioschrijver ongemerkt uit zicht raken. Hoe voorkom je dat? Zeven tips.

Naarmate het ontwikkelproces van een scenario langer duurt, wordt het steeds moeilijker om er afstand van te krijgen en het te lezen met verse ogen. Producent, dramaturg, scripteditor, collega-schrijvers, coach, fondsen – iedereen draagt een steentje bij om het scenario op een zo hoog mogelijk niveau te brengen.
 
Na twintig versies kan niemand het stuk meer onbevangen lezen. En doordat dramaturgische en verhaaltechnische ingrepen zich vooral toespitsen op structuur, karakterontwikkeling en plot, is er weinig aandacht voor woordkeuze. Terwijl die het verschil kan maken tussen een intrigerende, aangrijpende leeservaring en een verwarrende of zelfs clichématige tekst. Jouw woordkeuze bepaalt ook de mate waarin de lezer het gevoel krijgt in veilige, bekwame handen te zijn.

Als scenarist kun je er niet vanuit gaan dat de lezer jouw intentie wel zal snappen. Een potentiele (co)producent, acteur of regisseur wil ervaren dat de scenarist zijn of haar personages tot in de intiemste details kent en alle actie tot in de puntjes heeft doordacht. Jijzelf verhoogt door heel specifiek te zijn de eigenheid van je werk en zorgt ervoor dat de uiteindelijke productie zo dicht mogelijk staat bij jouw visie.
 
Hieronder zeven van de vaakst voorkomende gemiste kansen om je intenties expliciet neer te pennen. Doe er je voordeel mee!

Karakterbeschrijvingen

Dikke kans dat ‘Arjan (30)’ niet het specifieke beeld oproept bij de lezer dat jij in gedachten hebt. Je zult verbaasd zijn hoe weinig informatie je als lezer soms krijgt als een personage wordt geïntroduceerd. Vaak alleen naam en leeftijd, zelfs bij hoofdpersonages. Als scenarist kun je met een korte beschrijving (bijvoorbeeld haar, kleding, een lichamelijke eigenschap) deze algemene Arjan tot jouw specifieke Arjan omtoveren. Cast hem eens in je verbeelding. Straalt hij gezag en kalmte uit, vindt hij zichzelf de leukste thuis, draagt hij de zorgen van de wereld op zijn schouders? Laat ons weten wat voor indruk deze persoon zou maken als we hem op een feestje zouden tegenkomen.
 
Ook als een personage geen naam krijgt (‘Politieagent #1’, bijvoorbeeld) is het toch net even interessanter als de lezer een beeld krijgt van wat voor iemand het is. Breed, klein, oud, jong, nerveus, intimiderend, etc. Het heeft allemaal een functie in de scène. Als scenarist ken je je hoofdpersonages als geen ander. Je kent hun zwakke plekken, de dingen die ze proberen te vermijden of geheim te houden. Waarom zou je kansen laten liggen om de situatie uitdagender, grappiger, dramatischer te maken door een voorbijkomend typetje net even wat meer in een personage te veranderen?

Locatiebeschrijving

Je had de scène bedacht in de koninklijke eetzaal op Soestdijk, maar het wordt de bijkeuken van de zus van de kostuumontwerper. Zucht. Als er dan toch gekozen moet worden voor een veel gebruikte setting als ‘keuken’ kun je het met een paar woorden wat ongewoner en interessanter maken. Is het vertrek obsessief schoon, drastisch aan renovatie toe, tot het nokkie volgestouwd met troep? Zet wat onverwachte props neer of beschrijf bijzondere meubels, apparatuur, persoonlijke eigendommen of sporen van intrigerende activiteit. Zulke details kunnen de invloed van een locatie enorm versterken.
 
Ook de geografie van locaties is belangrijk. Het kan ontzettend afleiden als er inconsequenties zijn in hoe de personages zich bewegen tussen verschillende delen van een locatie. Grenst de woonkamer nou wel of niet aan de hal? Hoe is hij dan in bed beland met zijn schoonmoeder zonder dat de anderen hen voorbij hebben zien tippelen? Als lezer moet je dan gaan terugbladeren, puzzelen. Je raakt uit de flow van de scène. Of de scène zich afspeelt in het zomerhuisje van je oma of een gefantaseerd, mythologisch labyrint, geef de lezer het gevoel dat je de plek door en door kent. Maak bijvoorbeeld een plattegrond van de locatie in je hoofd, of op papier. Zorg dat je de weg daar feilloos kent.

Kijken, glimlachen

Dat zijn vermoedelijk de meest gebruikte werkwoorden in scenario’s die ik zie. Personage A zegt iets, personage B ‘kijkt hem aan’. Personage A legt iets op tafel, personage B ‘glimlacht’. Het gaat om een reactie, zoveel is duidelijk, maar ‘kijken’ of ‘glimlachen’ geeft niet aan wat voor reactie het betreft.

Een glimlach kan een breed scala aan emoties uitdrukken: simpele blijheid, maar ook ongeloof, sarcasme, dreiging, nervositeit, opluchting, dankbaarheid, iets doorkrijgen, etc. Bij nader inzien is misschien ‘Sanne glimlacht’ helemaal geen nauwkeurige beschrijving van Sanne’s reactie op het lezen van dat appje. ‘Kijken’ is nog vager.
 
Helderder is om de reactie specifiek te beschrijven. Met behulp van woorden als ‘glunderen’, ‘grijnzen’, ‘stralen’, ‘glimmen’ of ‘juichen’. Of door een fysieke reactie, gezichtsuitdrukking of handeling te beschrijven, zoals: ‘de ogen neerslaan’, ‘fronsen’, ‘wenkbrauwen optrekken’, ‘mond open van schrik’. Mogelijkheden genoeg! Een andere manier om ‘kijken’ en ‘glimlachen’ specifieker te maken is het gebruik van vergelijkingen. “Bob glimlacht naar Karen alsof hij haar geheim weet”, “Linda kijkt naar Frank als een hond die een trap verwacht”.
 
Waar je in een synopsis misschien ruimte wil laten voor de lezer om zijn of haar verbeelding te gebruiken, probeer je in een uitgeschreven scène juist specifiek aan te geven welke emoties in het spel zijn. Want hoe de personages zich voelen en de keuzes die ze daarom maken, daar draait het allemaal om.

Lopen, binnenkomen

De manier waarop iemand loopt spreekt boekdelen over zijn of haar gemoedstoestand. Het woord ‘lopen’ op zich doet dat niet. Straalt iemand zelfvertrouwen uit, heeft hij haast, probeert ze pijn te verbergen? Kies liever voor woorden als ‘marcheren’, ‘slenteren’, ‘schuifelen’, ‘kuieren’. Op deze manier krijg je als scenarist talloze momenten cadeau waarop je meer emotie en gelaagdheid aan de actie kunt toevoegen. Ook de beschrijving hoe iemand ergens binnenkomt, is een gelegenheid om je talenten als scenarist in te zetten. Een entree kan een heleboel weergeven van iemands verwachtingen, van de status van de personages in de scène, van de mate waarin zij wel of niet weten wat hun te wachten staat.
 
Misschien niet handig als je in het café schrijft, maar: sta op en acteer zelf hoe je personage binnentreedt. Wat is er opvallend aan? Welke aspecten van de beweging verraden wat er in iemand omgaat? Elk woord dat de lezer zich beter laat verplaatsen in de emotie van de actie, is winst.

Ineens, plotseling

“Ineens trekt Johan een mes.” “Het dak stort plotseling in.” Soms is ‘plotseling’ of ‘ineens’ precies de juiste beschrijving van een actie, zeker als je de kijker of andere personages wil laten schrikken. Maar als de handeling van een personage niet echt onverwacht of abrupt is, komen deze bijwoorden verwarrend over.
 
Misschien dat jouw schrijversintuïtie middels ‘plotseling’ probeert aan te geven dat een personage een betekenisvolle beslissing heeft genomen of emotioneel reageert op de omstandigheden. Is je personage in paniek, vastberaden, onzeker, kwaad? Verstijft ze, ziet ze iets, valt het kwartje? Laat de lezer weten wat er gebeurt. Als je personages te vaak ‘plotseling’ van tafels laat opstaan of ze zich ‘ineens’ tot iemand anders wenden zonder dat het onverwacht of schokkend is, kun je gaan lijken op het jongetje dat ‘Wolf!’ riep. Hoe spaarzamer en selectiever je deze woorden gebruikt, hoe effectiever ze zijn.

Restanten van vorige versies

“De geliefden komen ’s nachts handje-handje aan bij zijn huis... Al zoenende friemelt hij zijn sleutels uit zijn broekzak... Ze struikelen de slaapkamer binnen waar de neergaande zon romantisch door de vitrage schijnt.” Hè? Het was toch nacht?
 
Door het vele herschrijven en door tijdsdruk komt het voor dat tekst uit vorige versies onbedoeld blijft staan in de versie die naar de vertaler gaat. Bijvoorbeeld zo’n romantische zonsondergang midden in de nacht. Geen catastrofe, maar wel verwarrend. Zo verandert soms ook de naam of het geslacht van een personage tijdens het ontwikkelproces. Het kan even duren voordat je als lezer snapt dat Abdul eventjes nog Fatima is in deze scène en, nee, hij doet niet aan crossdressing. Je raakt even uit het verhaal en je vertrouwen in de schrijver krijgt een deuk.
 
Ander voorbeeld. Je voert een personage op zonder beschrijving, terwijl hij of zij later wordt geïntroduceerd alsof het zijn of haar eerste entree is. Als lezer ga je twijfelen: heb ik iets gemist? Zo blijven soms ook onlogische of zelfs onmogelijke overgangen tussen scènes staan omdat een tussenliggende scène is geschrapt. Proeflezen is ook een kunst.

Het moet te acteren zijn

“Harold tegen Jan: ‘Waar was je gisteren, vriend?’ Jan zwijgt.” We weten nu alleen dat Jan niets zegt. Maar stel dat er staat: “Jan durft niets te zeggen.” Of: “Jan weigert antwoord te geven.” Met een paar woorden maak je het niet spreken tot iets waar een acteur iets mee kan. Als scenarist weet je heel goed waarom je personage niet spreekt. Geneer je niet, de taal is er om gebezigd te worden. Gebruik je woordenschat om aan te geven wat er van de acteur verwacht wordt, wat voor stemming, emotie of gevoel hij of zij moet uitbeelden. Pas dus op met het beschrijven van interne gedachten als deze geen aanleiding zijn voor handelingen, of geen ‘kleur’ geven aan actie of dialoog. Wat wel vaak werkt, is een formulering als: “Je ziet Jolien denken: ‘Ik krijg je nog wel, smeerlap’.”
 
Het meest opvallende is als de emotionele reactie van een personage geheel ontbreekt. Soms komt dat door vage werkwoorden, maar soms staat er gewoon niets. Een scène eindigt met een regel dialoog maar we zien niet hoe die woorden aankomen. Terwijl je als scenarist vast wel een specifieke respons in je verbeelding ziet. Een paar woorden kunnen genoeg zijn om die aan te geven. “Dat zag Jan niet aankomen”, of “Fred ziet eruit als een kleuter wiens ijsje is afgepakt”, of “Lianne probeert vergeefs haar blijheid te maskeren”. Wat het ook is, laat het de acteurs en regisseur weten.

Tot slot

Bovenstaande issues aanpakken is eenvoudig en hoeft niet veel tijd te kosten. Gebruik bijvoorbeeld de zoekfunctie om vervoegingen van ‘lopen’ of ‘kijken’ te vinden en herschrijf die momenten om ze specifieker te maken. Zet de verschillende ‘reports’-functies van bijvoorbeeld Final Draft in om te checken of er nog oude namen in de tekst staan en of aanduidingen van dag en nacht kloppen. Raadpleeg een thesaurus voor woorden die nuances creëren in de reacties van jouw personages en die acteurs meer emotionele richting geven.
 
Lees veel scenario’s. Er staan er letterlijk duizenden online. De meeste zijn in het Engels, maar je kunt er toch een heleboel van opsteken door te kijken hoe anderen het doen. Laat een woord, frase of zin weg en kijk of de scène nog goed loopt. Lees je werk nog eens door in een ander lettertype. Al deze extra checks kunnen ervoor zorgen dat je scenario professioneler en betrouwbaarder overkomt voor potentiële partners. En het maakt mijn werk als vertaler veel leuker, maar dat terzijde…
 
Dave Herman is scenarist en vertaler en heeft vele scripts en treatments naar het Engels vertaald ten behoeve van internationale coproducties en ontwikkeltrajecten. 
 
 

,