26 november 2019

de conceptie

Door Bart Juttmann

‘Bekommer je niet om de camera’

Het ontstaan van een scenario is vaak een spannend verhaal op zich, vol bizarre wendingen en conflicten. Dit keer in De Conceptie: hoe Alain Resnais en Marguerite Duras cinema en literatuur combineerden.

In 1956 had Alain Resnais wereldwijd een verpletterende indruk gemaakt met Nuit et Brouillard. In deze korte documentaire werden archiefbeelden van de Holocaust gecombineerd met opnames van de nu verlaten vernietigingskampen, begeleid door sober commentaar. Twee jaar later kreeg de Franse regisseur het verzoek om een vergelijkbare film te maken over Hiroshima. Uit deze opdracht groeide op wonderlijke, organische wijze Resnais’ speelfilmdebuut Hiroshima mon Amour, een baanbrekend werk in de filmgeschiedenis.

Op 6 augustus 1945 hadden Amerikaanse bommenwerpers een atoombom laten vallen op de Japanse stad Hiroshima, waarbij 130.000 mensen om het leven kwamen. Een halfjaar lang deed Resnais research naar deze tragedie en de lange nasleep. Wat dit onderwerp extra beladen maakte was het besef dat in die tijd, in de heetste jaren van de koude oorlog, atoomwapens met een veelvoud aan vernietigingskracht permanent klaarstonden om te worden ingezet. Hierdoor lukte het Resnais niet om een manier te vinden om zijn verhaal te vertellen. Ook wilde hij Nuit et Brouillard niet herhalen.



De regisseur gaf de opdracht terug aan de producenten met de mededeling dat hij de film niet kon maken tenzij, zei hij half voor de grap, “iemand als Marguerite Duras het script zou schrijven”. Duras was deel van een stroming jonge naoorlogse Franse schrijvers, die conventionele vertelmethodes verwierpen om te experimenteren met herinnering, fantasie en surrealisme. De flamboyante Duras voorzag haar werk van een flinke dosis politiek en erotiek en was een spraakmakend figuur onder de Parijse avant garde. Misschien, stelde de producent voor, moeten we haar dan maar gewoon eens vragen. Zo gezegd, zo gedaan.

Resnais en Duras spraken af voor een kopje thee, wat uitliep op een vijf uur durend gesprek met veel bier. Er was chemie. Ze waren het erover eens dat de film geen documentaire zou worden maar fictie. Drie dagen later kwam Duras met de eerste aanzet voor een lange dialoog, die als rode draad door de film zou gaan lopen. Het uitgangspunt was simpel: een Franse getrouwde actrice die Japan bezoekt voor filmopnames heeft een korte affaire met een eveneens getrouwde Japanse architect, waarbij ze herinneringen ophalen aan hun respectievelijke oorlogstrauma’s. Dit welhaast banale liefdesverhaal kreeg diepere lading door de setting in Hiroshima, dat langzaam opleeft maar de recente geschiedenis altijd als een litteken meedraagt.

Resnais was lyrisch over dit idee en kreeg ook de producenten mee. Terwijl hij in Japan locaties zocht, werkte Duras verder aan het script. Vrijwel dagelijks werden er per post, telegraaf en later ook per cassette indrukken en scènes uitgewisseld. Dat Duras geen idee had hoe een filmscenario geschreven moest worden, deed er niet toe. Sterker nog, Resnais moedigde haar aan haar distinctieve stijl te benutten: “Schrijf literatuur, bekommer je niet om de camera.” Zo ontstond een draaiboek vol bloemrijke omschrijvingen, die je doorgaans niet aantreft in scripts.

Bijvoorbeeld deze liefdesscene: “Deze twee schouders omarmen elkaar en het is net alsof ze overdekt zijn met as, regen, dauw of zweet, al naar men wil. Het belangrijkste is dat men het gevoel heeft, dat deze dauw, dit zweet, daar is afgezet door de paddenstoelwolk van de bom […]. Hier zou een zeer heftig, zeer tegenstrijdig gevoel van koelte en verlangen uit voort moeten komen.”

Dit soort omschrijvingen inspireerde Resnais tot een innovatieve manier van filmen en non-lineair monteren. De dialogen tussen het naamloze koppel werden associatief verweven met herinneringen en dromen, met expressionistische beelden en documentair materiaal van de verwoeste stad. Het werd een rijke film over het persoonlijke en politiek, over verdriet en vergeving, maar ook over het onvermogen het trauma van de ander ooit helemaal te bevatten.



“Als hij in een bioscoop wordt vertoond, is het een overwinning”, zei Resnais over het eindresultaat. De reacties overtroffen alle verwachtingen. De thematiek raakte een snaar en de stoutmoedige stijl zorgde ervoor dat de film een internationale sensatie werd. Regisseur Éric Rohmer noemde het de eerste moderne film van de geluidscinema”.

Duras’ bijdrage aan de film was niet beperkt tot het script. Ze coachte ook hoofdrolspeelster Emmanuelle Riva met haar dialogen. Duras zou in de loop der jaren zelf een imponerend oeuvre opbouwen als regisseur. Hoewel ze niet bekend stond om haar bescheidenheid, zei ze ooit in een radio-interview dat Alain Resnais ‘de echte maker’ was van Hiroshima mon amour. Ze deed zichzelf tekort.

Bron: Laure Adler – Marguerite Duras (Uitgeverij De Geus, 1999)


 

,