25 april 2018

Waar blijft de van clichés bevrijde vrouw in Nederlands drama?

Door Mirjam Groen

Uit Amerika komen de laatste jaren volop films en televisieseries met feministische verhalen, waarin een soms radicaal alternatief wordt geboden voor de mannelijke kijk op zaken en vrouwen. Logisch, een nieuwe feministische golf rolt zich momenteel immers op allerlei terreinen uit. In Nederland lijkt de tijd qua films en series echter stil te staan. Waar ligt dat aan?

Het was even schrikken voor sommige mannelijke fans van Star Wars. In The last Jedi, het recentste deel van het ruimte-epos, wordt een van de mannelijke helden, Tie Fighter-piloot Poe Dameron, door zijn vrouwelijke leidinggevenden weggezet als macho heethoofd dat te weinig oog heeft voor het grotere geheel (foto onder). Hij moet uiteindelijk zelfs (tijdelijk) worden uitgeschakeld om niet nog meer schade aan te kunnen richten.
 
Vrouwen zijn alomtegenwoordig in de film: het hoofdpersonage Rey is een vrouw, de donkere kant heeft een vrouw, er zijn slimme vrouwelijke technici, moedige vrouwelijke piloten en wijze vrouwelijke verzetsleiders. In The last Jedi worden nieuwe verhalen verteld over vrouwen. De film creëert een nieuwe status quo waarin vrouwen gelijkwaardig zijn aan mannen, en waarin ze worden gewaardeerd om hun kennis en expertise, niet om hun uiterlijk. Tegenover het impulsieve en arrogante gedrag van mannelijke personages zetten de makers keer op keer alternatieve oplossingen van vrouwelijke tegenhangers.
 
Dat dit narratief wordt uitgesponnen in een Disney-blockbuster, de grote kaskraker van afgelopen kerst, mag je gerust revolutionair noemen. De meeste films en televisieseries, zeker de commerciële, zijn namelijk een uiting van de mannelijke kijk op de wereld, niet zo gek in een industrie die sinds jaar en dag wordt gedomineerd door mannen. Onderdeel van die mannelijke visie is de male gaze, een term die in 1975 werd geïntroduceerd door de Britse filmwetenschapper Laura Mulvey. De male gaze verwijst naar de seksualiserende, mannelijke blik op de vrouw, die zodoende wordt gereduceerd tot lustobject. Dit beeld is alomtegenwoordig in onze cultuur, zozeer dat zelfs vrouwen zichzelf grotendeels door de ogen van mannen zijn gaan bekijken.
 
Geëmancipeerd seksisme
 
In een artikel uit juni 2015 in NRC Handelsblad over seksisme in de Nederlandse film stelt filmjournalist Karin Wolfs dat vanwege het eendimensionale, commerciële vrouwbeeld, de bepalende factor voor de persoonlijkheid van een vrouw haar lichaam is. “Een overtuiging die zo dominant is, dat die ook door menig vrouwelijk filmmaker – scenarist of regisseur – is geïncorporeerd en wordt uitgedragen, onder het mom dat haar ‘zelfbewuste’ uiterlijk of ‘durf’ om haar lichaam te tonen modern en geëmancipeerd is.” Daarmee hebben ze zich volgens haar de male gaze toegeëigend, waardoor het vrouw-zijn beperkt wordt tot een seksistisch cliché dat het tot archetype heeft geschopt. “Geëmancipeerd seksisme” noemt Wolfs dit fenomeen.
 
De male gaze gaat vooral over de vrouw als lustobject. Maar ook in films waarin vrouwelijke personages niet direct lijken te worden geseksualiseerd, bestaat een vrouw nog steeds vooral in relatie tot een man. Bridget Jones en Soof zijn uiteindelijk toch gewoon op zoek naar die man die hun leven compleet maakt. Maar een vrouwelijke personage is meer dan alleen aantrekkelijk voor een man, op zoek naar een man of op een andere manier gerelateerd aan een man. De Amerikaanse striptekenares Alison Bechdel bedacht een test waarmee de positie van vrouwelijke personages in films getest kan worden: er moet meer dan één vrouw in voorkomen, die vrouwen moeten samen een gesprek voeren, en wel over iets anders dan een man. Het is ontluisterend hoe weinig films slagen voor deze simpele test.
 
Vrouwelijke personages zijn grofweg hoe mannen ze zien: in het positieve geval als opwindend, afhankelijk, schattig of moederlijk, en aan het andere, negatieve uiterste als gillend gek, gevaarlijk of nymfomaan. Die laatste categorie delft uiteindelijk bijna altijd het onderspit. Maar the times they are a-changing. Uit de Verenigde Staten waait een frisse wind, die ons een ander soort vrouwbeeld voorschotelt: een make-uploze vrouw van middelbare leeftijd die woedend is en daar niet voor wordt afgestraft (Three Billboards); een jonge lesbienne die het opneemt tegen een oudere seksistische collega (Battle of the Sexes); een jonge vrouw die onuitstaanbaar en ongemanierd mag zijn (Jessica Jones); een oudere vrouw die voor zichzelf opkomt in een mannenwereld (The Post). Onlangs nog toonde Mary Magdalene ons niet alleen dat Maria de belangrijkste apostel van Jezus was, maar hintte de film er ook op dat ze haar eigen beweging zou gaan leiden. En ondanks het stoeipakje van Wonder Woman bevatte ook haar verhaal subversieve elementen (zij beloert een naakte man in plaats van andersom en maait in dat stoeipakje wel mooi hordes mannen neer). De film was wereldwijd een groot succes.
 
Geweldsporno
 
Een van de meest opvallende, meest verontrustende series van de afgelopen jaren is The Handmaid's Tale, waarin Amerika zucht onder een totalitair en extreem patriarchaal bewind en de weinige vruchtbare vrouwen worden misbruikt als wandelende broedmachines. De maandelijkse verkrachtingen in seizoen 1 worden zonder opsmuk of overbodig voyeurisme in beeld gebracht en nergens geëxploiteerd, in tegenstelling tot veel andere films en series over seksuele onderdrukking van vrouwen, die door de male gaze (bewust of onbewust) uitmonden in een soort geweldsporno. In de trailer voor het tweede seizoen lijken de dienstmaagden overigens in opstand te komen.
 


Om nieuwe verhalen over vrouwen te kunnen vertellen, is het essentieel dat achter de schermen dingen veranderen. Daar lijken filmmakers zich vooral in Amerika steeds meer van bewust, met allerlei initiatieven tot gevolg. Meryl Streep verwoordde het in januari tijdens een persconferentie voor The Post als volgt: “Meer vrouwen zouden groen licht moeten kunnen geven voor films. Als vrouwen evenredig vertegenwoordigd zouden zijn in agentschappen, in leidinggevende posities en het bestuur van studio’s, zou de wereld er anders uitzien.” Streep zelf is een van sponsors van The Writer’s Lab, een vierdaagse schrijfretraite voor vrouwelijke scenaristen van boven de veertig, met Oprah Winfrey en Nicole Kidman als andere geldschieters.

Reese Witherspoon startte haar eigen productiebedrijf omdat ze het zat was steeds maar “we’re not interested in female-driven material” van producenten te moeten horen. De serie Big little Lies, over een groep welgestelde moeders die uiteindelijk een front vormt tegen mannelijk geweld, is het meest opvallende gevolg van deze carrièrestap. De vijf hoofdpersonages, gespeeld door onder anderen Nicole Kidman, Laura Dern en Witherspoon zelf, waren stuk voor stuk genuanceerd en gelaagd geconstrueerd. De serie won vele prijzen en werd goed bekeken, door vrouwen én mannen. Een tweede seizoen is in de maak.
 
Verder zet de Time’s Up-beweging, geïnitieerd door prominente vrouwen uit de entertainmentindustrie, zich in voor gelijkwaardigheid en gerechtigheid op de werkvloer. Cruciale evenementen als de Academy Awards en de Golden Globes worden aangegrepen om statements te maken en bewustwording te creëren.
 
Stuitend gebrek aan creativiteit en durf
 
Tot zover de situatie in Hollywood en omstreken. Hoe vaart de Nederlandse filmwereld op deze nieuwe feministische golf? Eerst het goede nieuws: qua filmmakers is Nederland al jaren een van de meest geëmancipeerde landen van Europa. Begin april meldde het AD dat van de actieve Nederlandse regisseurs in 2017 41% vrouw is. Bij de producenten is dat een kleine 37% en bij de scenaristen zelfs bijna 47%, terwijl het aantal vrouwelijke regisseurs in Amerika op amper 10% blijft steken. Bovendien zitten op belangrijke posities in de Nederlandse filmwereld, zoals de grote festivals, drama-afdelingen van de omroepen en het Filmfonds, meer vrouwen dan mannen aan het roer.
 
Maar vertalen deze percentages zich ook in het soort verhalen dat we zien op het grote en kleine scherm? Nou nee, zo stelt Karin Wolfs in eerdergenoemd NRC-artikel, waarin ze het type vrouwen dat in Nederlandse films aan bod kwam turfde. Ze blijken niet bepaald het toonbeeld van emancipatie en beperken zich voornamelijk tot stereotypes. Bovendien bedienen Nederlandse filmmakers zich volgens Wolfs van een dubbele moraal: “De seksistische norm wordt bekritiseerd, gepersifleerd of afgekeurd, maar alternatieven krijgen we niet of nauwelijks te zien. Resultaat onder de streep: de zogenaamd vermaledijde norm (vrouw, wees slank en aantrekkelijk) wordt de facto bevestigd.” En die paar vrouwen die wel anders worden neergezet zijn vaak slachtoffer, van agressieve mannen of ernstige ziektes. “Dat filmmakers, zich als geen ander bewust van de impact van beelden, geen originelere invulling aan hun vrouwelijke personages weten te geven, duidt op een stuitend gebrek aan creativiteit en durf”, concludeert Wolfs.
 
Hoe komt dit? Wordt er te veel op safe gespeeld en worden te weinig risico’s genomen, zoals Wolfs stelt? Worden creatievere en moediger verhalen over mannen en vrouwen wel degelijk geschreven, maar durven producenten en distributeurs het niet aan? Of is onze blik te veel vertroebeld door filmpatriarch Paul Verhoeven en zijn zogenaamd vrijgevochten blik op seksualiteit? Want zo modern en provocatief als zijn films ook lijken, ze zijn een toonbeeld van de male gaze. In dit artikel in The Guardian wordt korte metten gemaakt met het idee dat Elle een eigenzinnige blik op vrouwelijke seksualiteit laat zien. Het verhaal over een vrouw die opgewonden wordt van seksueel geweld heeft weinig met verfrissende vooruitgang te maken, maar eerder met zorgwekkende verkrachtingsporno. Het is seksisme vermomd als emancipatie.
 
Een ander voorbeeld van dit soort geëmancipeerd seksisme is de RTL-serie Meisje van Plezier, naar een idee van Halina Reijn en met Angela Schijf in de hoofdrol. In die serie transformeert een huisvrouw, nadat haar man haar verlaat, tot sexy callgirl om zo in haar eigen levensonderhoud en dat van haar kinderen te voorzien. De boodschap: dé manier waarop je als vrouw financieel zelfstandig kunt worden, is blijkbaar door jezelf als lustobject te presenteren en je lichaam te verkopen aan mannen.
 
Een gebruiker van het online Viva-forum verwoordt perfect het probleem met dit uitgangspunt: “Prima dat iemand escort wordt, maar om vrouwen altijd maar zo te stigmatiseren vind ik echt niet meer van deze tijd en schadelijk. Ze hadden een serie kunnen maken van hoe Angela als de hoofdverdiener bij haar man weggaat voor een jongere knul. Dat hij als huisvader die fulltime voor de kinderen zorgt door de gigolo uit te hangen zijn geld verdient en zijn nieuwe bestaan met de kinderen vormgeeft. Was veel interessanter geweest. Hadden we als maatschappij ook meer aan gehad.”
 
Pisnijdig, lelijk of opstandig
 
Het publiek is al veel verder dan veel Nederlandse producenten en distributeurs denken, zo blijkt wel uit het succes van films als Wonder Woman en The last Jedi. Het idee dat het publiek niet op andere, originelere verhalen zit te wachten en er dus geen markt voor is, klopt simpelweg niet. Toch blijven we in Nederland ook dit jaar grotendeels hangen in romantische komedies, oorlogsfilms en misdaadseries (al was Penoza zeker een stap in de goede richting). Ons belangrijkste vrouwelijke personage van de afgelopen filmjaren is Soof, die in al haar in bloemenjurkjes gestoken onhandigheid en warrigheid geruststellend niet-bedreigend is voor de status quo. Uitdagender wordt het echter pas als vrouwelijke personages vraagtekens zetten bij platgetreden paden of zelfs in opstand komen. Wanneer gaan we een grote Nederlandse publieksfilm zien waarin het vrouwelijke hoofdpersonage pisnijdig mag zijn, of lelijk, of opstandig, zonder dat ze geslachtofferd of belachelijk gemaakt wordt?
 
Karin Wolfs zag het in 2015 somber in wat de Nederlandse markt betreft. Verandering leek gedoemd te mislukken, het was vechten tegen de bierkaai, “niet bepaald een aanmoediging om de wereld tegemoet te treden met een kritisch geluid of al te verfrissende stellingname. Terwijl dat nou juist zo hard nodig is om de door clichés verdoofde hoofden los te weken.”
 
Toch steken hier en daar voorzichtig initiatieven de kop op. Een van de thema’s van het recente Imagine Film Festival was ‘Kick-ass Women’, waarbij in een masterclass werd gewezen op het belang van diversiteit in films en hoe niet-mannelijke perspectieven wezenlijk andere verhalen opleveren. Daarnaast lanceerde het International Film Festival Rotterdam in januari Tigress, een ‘netwerk dat zich actief gaat inzetten voor vrouwelijke makers’. Het zou ook helpen als Nederlandse topactrices, mochten ze zich geroepen voelen, hun marktwaarde net als Nicole, Reese en Meryl gaan inzetten als hefboom om meer uitdagende, fascinerende, gelaagde vrouwelijke personages op het scherm te krijgen.
 
De Nederlandse films en series die de kijker de komende jaren krijgt voorgeschoteld, kunnen zijn of haar door clichés verdoofde hoofd losweken, of die clichés juist verder verankeren. De keuze is aan ons, maar dan moeten we wel met zijn allen, van schrijver tot distributeur tot omroepbobo, andere verhalen over vrouwen durven vertellen.