20 september 2016

Voetbalmeisjes, het verhaal van een gedreven makersduo

Door Gertie Schouten

In première tijdens het Filmfestival in Utrecht, in het najaar op televisie: Voetbalmeisjes, een jeugdserie van Sia Hermanides en Alieke van Saarloos over het multiculturele meidenteam FC Athena. Als ook maar een fractie van hun enthousiasme en gedrevenheid zijn weerslag heeft gekregen in de serie, moet het een groot succes worden. 
 

De Spa rood en tonic zijn besteld, de zon schiet her en der in felle stralen door de hoge bomen. Na een lange dag in een kamertje zwoegen op een Telefilm vinden Sia Hermanides (29, rechts op de foto) en Alieke van Saarloos (33, links) het geen straf om op het terras van de IJsbreker in Amsterdam te vertellen over Voetbalmeisjes, de serie waaraan ze ruim drie jaar hebben gewerkt, maar eigenlijk nog veel langer.


Sia: “Het begon met een afstudeerproject van de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht (HKU). Dat was iets heel anders, het heette toen Heet gras.”  
Alieke: ‘Er is nog een hele oude website van. Die moeten we er eigenlijk afhalen, anders gaan mensen denken dat dat Voetbalmeisjes is.”
S: “Inderdaad ja! Dat was in 2010, een pilot voor een serie over Sam en Roxy, twee meisjes die voetballen bij FC Athena – die naam is trouwens hetzelfde gebleven, waarbij Sam verliefd wordt op Roxy. Voor die pilot hadden we heel veel leuke bijrollen gecast. Daardoor raakten we ook geïnteresseerd in al die andere meiden uit het team. Voetbalmeisjes is daaruit ontstaan.”
A: “Eigenlijk moet je rewinden naar het derde jaar op de HKU. We zaten in parallelklassen en hadden nog nooit iets samen gedaan, behalve dansen in Paradiso. Dat ging altijd heel goed en als je samen een ritmegevoel deelt, is dat een goed teken voor samenwerking, dat denk ik serieus. En we hadden elkaar al gevonden in de interesse voor gender, identiteit en waar privé politiek wordt.”
S: “En het verbeelden van vrouwen toch? We vonden dat er te weinig verhalen over vrouwen en meisjes waren.”
A: “Dus we hadden allemaal ideeën, we wilden een documentaire maken over een vrouwelijke rapper bijvoorbeeld. En toen hebben we samen een serie over een jongen gemaakt.”
S: “Haha!”
A: “Ik vraag me nu pas af hoe dat nou kwam?”
S: “Er zat wel een heel actief en avontuurlijk meisje in. De jongen was heel dromerig.”
A: “In dat derde jaar moesten we allemaal stage lopen. Sia en ik wilden allebei heel graag zélf iets maken, dus toen dachten we: ‘we gaan iets pitchen’. Maxim Hartman introduceerde ons bij de VPRO en daar mochten we een 15-delige webserie gaan maken voor Villa Achterwerk, Raaf Mixer. We vonden het fantastisch.”
S: “Op school vonden ze het raar. Ik weet nog heel goed dat een docent naar ons toekwam en bedenkelijk zei: ‘Tja, een serie. Weten jullie het zeker?’ Dat was nog iets minderwaardigs in die tijd.”
A: “Dat is zo snel veranderd.”
S: “Wij vonden het juist leuk, omdat je meer kunt vertellen.”
A: “Een film moet übergoed zijn, sluitend. Een serie heeft zekere lichtheid, dat is tof. Je kunt experimenteren.”
S: “Met Raaf Mixer hadden we heel korte afleveringen, van zes minuten, maar wel vijftien afleveringen. We waren best trots.”
A: “Het was interactief. We dachten: we zijn interessant voor de VPRO als zij zeggen dat we jong en vernieuwend zijn. Dus we stellen voor om een interactieve serie te maken.”
S: “En we vonden het ook interessant hoor, dat de kijker mocht meedenken.”
A: “Aan het einde van elke aflevering was er een dilemma en mochten de kijkers stemmen over het vervolg. Dat leidde op de website best tot existentiële discussies, heel leuk. Zondag en maandag werd er gestemd, dinsdag schreven we, woensdag produceren, donderdag draaien, vrijdag en zaterdag monteren en sound design, en zondag dus weer een uitzending. Crazy.”
S: “We hadden geen leven. Zondag sliepen we. De VPRO had een budget van 200 euro per aflevering. Daar deden we dan de vaste stagevergoeding nog bij. Ik had zoiets van ‘wauw’, voor het eerst hebben we budget!”
A: “Daarna besloten we om samen een goede pilot te maken als eindproject voor de HKU. Dan hadden we iets substantieels om mee de boer op te gaan. Dat werd Heet gras. Een beetje Dunya en Desie, maar dan met lesbisch perspectief, want we wilden iets met homoseksualiteit en biseksualiteit.”
S: “Het voetbal kwam erbij doordat we een setting zochten en allebei voetbalden. En toen we dat eenmaal hadden bedachten we: een heel elftal van meiden met uiteenlopende karakters en verhalen is veel interessanter.”
A: “We raakten heel erg geïnspireerd door die arena, het voetbalveld. Het is een van de weinige plekken in de samenleving waar je mensen van allerlei achtergronden tegenkomt.”
S: “Klasse en etniciteit gaat er door elkaar. Je merkte ook bij de casting dat er heel diverse types op afkwamen. Bepaalde personages zijn ook ontstaan door die casting. Het personage Selma is echt geïnspireerd op de actrice, die haar rol zo fantastisch neerzette.”


Improviseren

Zo. Stilte. Tot zover het antwoord op vraag één, hoe het allemaal begon. Hier zitten twee vrouwen die elkaar door en door kennen. Ze luisteren aandachtig naar wat de ander vertelt, lachen hard om de gedeelde avonturen, vallen elkaar in de rede en vullen elkaar aan. Sia Hermanides neemt een slokje spa en Alieke van Saarloos vraagt de ober waar de tonic blijft.
Schrijven én regisseren van de serie, was dat ploeteren of een feest om te doen?
A: “Schrijven is een feest.”
S: “Jaaaa.”
A: “Regie is ook fantastisch maar meer ploeteren. Schrijven zou ploeteren kunnen zijn omdat je vastzit of het niet meer weet, maar we zitten er samen in. Dus dan ga je praten en je eigen levens en die van anderen onderzoeken en bedenken hoe mensen iets zouden doen. Dat zijn heerlijke gedachte-experimenten.”
S: “Bij regisseren vind ik lastig dat je bepaalde details in je hoofd hebt, waar uiteindelijk helemaal geen tijd voor is. Maar er komt genoeg voor terug.”
A: “Schrijven is het dromen, regisseren is het aards maken. Dan zijn tijd en ruimte en geld ineens een issue.”
S: “Bij het schrijven kon je lekker losgaan; lekker veel scènes met al die meiden op allerlei lokaties. Maar dat is niet handig uiteindelijk. Tamara Bos van BosBros begeleidde ons met de scripts en deed die reality check. Zij zei: ‘Dit is het budget, we hebben zoveel dagen’.“
A: “Ze kon productioneel vooruitdenken. Wij waren daarin wat stubborn, in eerste instantie.”
S: “Maar ja, als je eenmaal op de set staat en je moet drie scènes schrappen…. Het is fijn als je dat al vooraf bedenkt, dan kom je niet in de problemen. En uiteindelijk word je een betere regisseur omdat je vooruitdenkt. Dat was leerzaam.”
A: “Die realiteit was overigens ook zeer inspirerend. We hebben heel veel gehad aan de eigen inbreng van de meiden.”
S: “Al snel merkten we wat een kracht dat gaf. We hadden Roxy bijvoorbeeld meisjesachtig geschreven. Maar het meisje dat we gecast hebben, was een beetje een tomboy. Een superleuke chick, maar de teksten sloegen nergens op. Volgens het script moest ze ergens haar nagels lakken. Zij zei: ‘Kan ik niet Fifa-gamen?’ Natuurlijk kon dat. Daardoor klopt zij gewoon helemaal.”
A: “Het zijn bijna allemaal meiden die we van het voetbalveld hebben getrokken en die niet per se wilden acteren. Dus het was helemaal nieuw voor ze. Maar op een gegeven moment begrijpen ze de set, begrijpen ze het acteren en werd ook het improviseren fantastisch. Een volgende keer willen we dat veel meer doen.”
S: “Schrijven en regisseren gaan hand in hand.”
A: “Eigenlijk vind ik het merkwaardig dat niet bijna iedereen dat doet, of dat in ieder geval regisseurs niet altijd meeschrijven of…”
S: “Pas je wel op wat je zegt!? Het is voor PLOT.”
A: “O jee, ja. Maar wij komen van de HKU, daar wordt het niet opgedeeld. Wij móesten schrijven. Het voelt voor ons heel natuurlijk. Veel schrijvers vinden het lekker om ergens alleen in een hutje op de hei te zitten. Wij zijn veel te beweeglijk om dat te kunnen. Na het schrijven is het heerlijk de adrenaline van de set te voelen en met acteurs te werken.”
S: “Ik merk dat we, na zo’n heel seizoen te hebben geregisseerd, weer veel inspiratie voor nieuwe karakters en verhaallijnen hebben.”
A: “Wat betreft ploeteren: ik heb ooit een filmpje van de Duitse filmmaker Werner Herzog gezien, waarin hij laat horen hoe een grote Duitse acteur verschrikkelijk tegen hem tekeergaat: 'Je bent een slechte regisseur, je bent gek, wie denk je wel dat je bent'. Vreselijk. En dan zegt Herzog: 'Ik heb hier veel van geleerd, vooral dat filmmaken ongemak is, dat het eigenlijk verschrikkelijk is'. Dat moet je aan willen gaan. Zodra je weet dat dat erbij hoort is het minder erg. Waar het moeilijk wordt, is creatie.”

Magie

Een tweede keer vragen en dan komt de tonic toch eindelijk door. Iets met een wissel van de wacht en een drankje waarvan niemand wist waar het naartoe moest en dat nu op de bar staat te wachten. Alieke van Saarloos neemt het dankbaar in ontvangst.


Elf afleveringen heeft de nieuwe serie Voetbalmeisjes. Telkens staat één van de speelsters centraal. Armoede, pesten, liefde, racisme zijn een paar van de zaken waarmee ze te maken krijgen. Heeft die opzet gewerkt? Krijg je zo niet een serie rond elf maatschappelijke problemen? Het makersduo antwoordt eendrachtig geschokt.
S en A: “Neeee!”
A: “Mensen denken misschien dat het over maatschappelijke problemen gaat omdat het een multicultureel team is, terwijl het eigenlijk gewoon gaat over meisjes. Over volwassen worden, voor jezelf opkomen, relaties, het individu versus het elftal, geheimen.”
S: “De aflevering over racisme vonden we best gevaarlijk, omdat het al snel moralistisch is. Maar we wilden hem wel doen.”
A: “Het is belangrijk om te bespreken. Je gaat je vingers er sowieso aan branden en daarom wordt het vaak níet besproken, maar de meiden vonden het de beste aflevering. En heel herkenbaar. Tijdens de audities zei iemand dat ze de dag ervoor nog iemand voor ‘aap’ uitgemaakt had horen worden.”
S: “De afleveringen vertellen een persoonlijk verhaal dat vaak raakt aan een maatschappelijk thema. Armoede is niet mee kunnen op voetbalkamp bijvoorbeeld. Ik hoop dat de serie zo werkt dat je het team langzaam leert kennen. Dat je in die ene aflevering Pia ziet, maar ook Roxy en Selma. En dat je ziet hoe meiden van nu zijn, hoe divers ze zijn.”
A: “Ernstige onderwerpen humoristisch benaderen is steeds onze inzet. We wilden dat het sociaal realistisch was en daarmee ook een bepaalde rauwheid zou hebben. Maar er zitten ook magische momenten in, bijvoorbeeld als van een meisje van wie de ouders in scheiding liggen ruzie hebben langs de lijn. Dat wordt too much voor haar, ze schreeuwt keihard. Op dat moment valt het spel helemaal stil en bevriezen langs de lijn ook alle ouders. Daarna loopt ze van het veld.”
S: “Er zijn ook kleinere momenten; als een meisje een vogeltje ziet en denkt dat het misschien haar overleden moeder is. Dat hebben we net wat dromeriger uitgelicht. Subtiel, maar een klein magisch momentje.”
A: “Ik vind het een heel dankbaar element van film dat je larger than life mag gaan.”
S: “Bij Raaf Mixer hebben we wel gemerkt dat fantasie of magie gauw kinderachtig of kitsch kan worden. Maar ik denk dat we het binnen de perken hebben kunnen houden.”

Blauwe truitjes

Alieke van Saarloos knikt instemmend. Als je ze hoort praten is het alsof ze met z’n tweeën al minstens zestien projecten hebben gedaan. Daar moeten ze heel hard om lachen.
A: “We kennen elkaar al bijna tien jaar, dat is wel wat hè?”
S: “Sinds Raaf Mixer hebben we heel veel samengewerkt: op elkaars sets gestaan, commerciële comedy gemaakt: Lekker bezig voor Net 5. Dat zijn korte sketches, heel leuk. Ook weer experimenteren en maken.”
A: “Aan Voetbalmeisjes hebben we ruim drie jaar gewerkt. We zijn nu bezig met een Telefilm en een nieuwe jeugdserie. En we hopen snel te horen of er een tweede seizoen komt van Voetbalmeisjes.”
S: “Waar Alieke goed in is? Terwijl ik teleurgesteld kan zijn als iets niet precies lukt zoals ik het in mijn hoofd heb, kan Alieke snel schakelen. Een keer was zo’n beanie kwijt op de set, wat ik verschrikkelijk vond omdat die heel bepalend was voor de identiteit van het personage. Alle productie-assistenten probeerden dat mutsje te kopen maar de winkels waren dicht. Ik was helemaal in paniek, En Alieke zat al een oplossing te bedenken. Dat bleek best te kunnen.”
A: “Sia’s kracht is juist dat volhardende. Ik denk regelmatig: wat goed dat ze daarvoor gevochten heeft. Ze is ook heel goed in details, wat belangrijk is voor de feel van de serie.”
S: “We doen bijna alles samen. Al schreven we in het begin ieder voor de personages met wie we het meeste hadden, dat verdween vanzelf. We weten echt niet meer wat van wie is in de scripts. Bij het regisseren verdeelden we de afleveringen, maar vooral omdat de anderen moesten weten met wie ze moesten overleggen.”
A: “Sommige mensen denken dat we een relatie hebben, maar we zijn absoluut geen koppel.”
S: “We zien elkaar wel vaker dan onze geliefden.”
A: “We zijn zo dag in dag uit samen. Jij bent de eerste die ik spreek. Soms gaan we ons onbewust ook kleden naar elkaar.”
S: “Dat is echt gênant. Gisteren hadden we allebei hetzelfde blauwe truitje aan.”
A: “Was dat zo? Dat had ik niet eens door.”
S: “Ja echt.”
A: “Ik zou zeggen dat we een relatie van zusjes hebben.”
S: “Ja.”
A: “We zijn zo comfortabel met elkaar, dat we ook kunnen kibbelen. We hebben niet meer de gêne om elkaar te sparen. Behalve en plein public dan.”
 
Voetbalmeisjes (trailer) is geproduceerd door BosBros en de AvroTros en gaat op zondagmiddag 25 september in première op het Nederlands Filmfestival in Utrecht. Vanaf 15 oktober is de serie elke zaterdag om 18.15 uur te zien bij NPO Zapp. Voetbalmeisjes werd begin deze maand genomineerd voor de Prix Genève 2016, een Europese prijs voor het meest innovatieve tv-dramascript van een nieuwkomer.