31 oktober 2018

Een voet tussen de deur

Door Mirjam Groen

Het is best lastig om als beginnend scenarist de eerste stappen naar betaald werk te zetten. Wat zijn de mogelijkheden die nieuwe schrijvers hebben om mensen te leren kennen in het vak, de belangrijke eerste meters te maken en zo ervaring op te doen?

‘Eigen initiatief en een lange adem zijn onontbeerlijke eigenschappen voor de net afgestudeerde scenarioschrijver’, zo staat te lezen op de website van de Nederlandse Filmacademie. Het kan inderdaad lang duren voordat een beginnend scenarist voet aan de grond krijgt in film- en televisieland. En vóór je voet aan de grond hebt, moet je die voet eerst tussen de deur zien te krijgen. Hoe krijg je die deur op een kier als kersvers scenarist, al dan niet afgestudeerd aan een relevante opleiding?
 
Wie afstudeert aan de Filmacademie heeft bij voorbaat al een stapje voor op de rest, zo blijkt. Studenten scenario maken samen met studenten uit andere disciplines een afstudeerfilm, zodat ze meteen werk kunnen laten zien aan potentiele geïnteresseerden en al een netwerk hebben van beginnende regisseurs en producenten. Het feit dat je al iets op je naam hebt staan helpt enorm, zeker als je afstudeerfilm een succes is.
 
Ook in de aanloop naar de afstudeerfilm worden studenten goed voorbereid op de praktijk, zo licht studieleider Anne van Melick telefonisch toe. Ze leren over praktische zaken als auteursrecht en het zzp-schap en over het contact met de omroepen en de productiehuizen. Ook worden de fondsen en gevestigde schrijvers uitgenodigd om te komen praten over de beroepspraktijk.
 
Daarnaast vormen stages een belangrijk onderdeel tijdens de studie. “De studenten analyseren scripts bij productiehuizen en zitten aan tafel bij scenariomeetings, of ze lopen mee bij een serie, waar ze soms ook al meeschrijven”, aldus Van Melick. “Ze kunnen ook meelopen met een maker, die hen bijvoorbeeld aanvragen bij een fonds laat doen. Zo doen ze ervaring op met de ontwikkelkant. En ze leren mensen kennen en belangrijker nog: mensen leren hen kennen.” 
 
Op de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht worden studenten Audiovisual Media breed opgeleid en komen alle filmdisciplines aan bod, maar elk jaar kiezen zo’n vier à vijf studenten scenarioschrijven als specialisatie. Volgens Wiendelt Hooijer, studieleider Audiovisual Media, zijn filmstudenten aan de HKU vrijer in wat ze kunnen doen dan aan de Filmacademie, maar ook in Utrecht lopen ze stage en maken ze een gezamenlijke eindexamenfilm. Hooijer: “Ze krijgen inmiddels ook masterclasses van allerlei mensen uit het vak. Netwerken doen studenten vanaf hun eerste jaar met ouderejaars en studenten van andere opleidingen, en vanaf de stageperiode in jaar drie ook met het vakgebied.”
 
Producenten
 
Niet alle aspirant-scenaristen hebben na hun afstuderen een eindexamenfilm en een stagenetwerk op zak. Studenten aan de ScriptAcademy bijvoorbeeld worden weliswaar in twee jaar tijd met uitgebreide theorielessen en bekende gastdocenten klaargestoomd voor het scenariovak, maar lopen geen stage en maken ook geen eindexamenfilm. Daarnaast zijn er mensen die zonder specifieke opleiding vanuit een andere discipline of aanpalende bedrijfstak instromen, waardoor het vaak nog lastiger is om een voet tussen de deur te krijgen. Ook voor Filmacademie- en HKU-studenten gaan overigens niet automatisch alle deuren open na hun studie. Waar ligt dat aan?
 
Gemma Derksen heeft jarenlange ervaring met beginnende scenaristen, als scripteditor, eindredacteur en tot voor kort als hoofd drama van BNNVARA. Ze erkent dat het niet altijd gemakkelijk is ertussen te komen, maar wil benadrukken dat dat niet alleen voor beginnende scenaristen geldt.
 
“Ook voor gevestigde schrijvers is het lastig, tenzij je helemaal aan de top zit. Tegelijkertijd vind ik wel dat beginnende scenaristen een kans moeten krijgen om te laten zien wat ze kunnen. Volgens mij is er trouwens niemand die daar níet voor is. Beginnende scenaristen hebben soms het idee dat ‘ze ons niet willen’. Dat is echt niet zo. Mensen bij de omroepen en ook producenten staan juist heel erg open voor nieuw schrijftalent. Er zijn producenten die daar echt in investeren, ook financieel, want uiteindelijk is iedereen erbij gebaat dat schrijftalent opbloeit. Dus het heeft zeker zin om producenten te benaderen om te kijken of ze geïnteresseerd zijn. Het maken van drama kost echter veel geld, dus op een groot, duur project ga je niet iemand zetten die nog nooit een boog van een serie heeft gemaakt. Als je echter nergens ervaring kunt opdoen, krijg je die ervaring ook niet.”
 
Hoe producenten aankijken tegen werken met beginnende schrijvers blijft overigens onduidelijk. Ondanks diverse pogingen van Plot lukte het niet om een producent te vinden die wilde meewerken aan dit artikel.
 
Talententrajecten
 
Gelukkig zijn er talentontwikkelingsprogramma’s als Kort! en One Night Stand (inmiddels vervangen door Centraal), in het leven geroepen om onervaren makers de kans te geven de noodzakelijke ervaring op te doen. Via dit traject komt volgens Derksen een aanzienlijk percentage uiteindelijk ook echt verder. In talententrajecten ligt de nadruk echter vooral op regisseurs, en minder op scenaristen, zeker als ze niet van de HKU of AHK komen. Marina Blok, hoofd drama bij de NTR, bevestigde in een eerder Plot-artikel over Centraal al dat ze zich ervan bewust is dat er veel meer scenaristen zijn dan het kleine clubje dat zij vaak voorbij ziet komen. 

Het is daarom goed dat de meester-gezelregeling van het NPO-fonds in het leven is geroepen, die specifiek is gericht op scenaristen en die ‘beginnende talentvolle scenarioschrijvers de mogelijkheid geeft vlieguren te maken bij de ontwikkeling van Nederlands drama’. “Het is wel zo dat dit alleen geldt voor projecten die sowieso al scenariosubsidie toegekend krijgen van het NPO-fonds”, merkt Derksen op, “dus dat is een vrij beperkte vijver, daarmee is het basisprobleem niet meteen opgelost. Eigenlijk zou zo’n regeling moeten worden uitgebreid naar alle drama, dus dat de NPO van een ontwikkelingsbijdrage standaard een deel reserveert voor beginnende schrijvers, als investering. Niet alle schrijvers zijn echter pedagogen en ook niet allemaal zijn ze zo gebrand op samenwerking, dus je moet kijken wat vruchtbaar is voor een specifiek project.”
 
Gemma Derksen ziet ook wel iets in de zogenoemde spec-scripts, scenario’s die zonder opdracht geschreven zijn en die zijn bedoeld om te laten zien wat een schrijver in huis heeft, met het uiteindelijke doel zo’n script te verkopen. “In het buitenland wordt veel vaker gewerkt met spec-scripts. Als zo’n script gewaardeerd wordt, neemt men het in dank aan en zo niet, dan heb je alsnog een heleboel geleerd. Zo’n systeem heb ik in Nederland ook meerdere keren willen opzetten, maar een kleine vergoeding voor een scenarist die daar energie in steekt zou wel op zijn plaats zijn. En wie gaat het begeleiden? Het probleem zit hem in tijd en geld, terwijl er in het algemeen voor projecten meestal al tijd en geld tekort is.”
 
Het is sowieso niet de bedoeling dat een beginnende scenarist op eigen houtje hele series gaat zitten schrijven, inclusief seriebijbel en karakterbeschrijvingen, zonder begeleiding van wie dan ook. Ideeën deponeren is prima, maar als je nog nooit iets gemaakt hebt is dat zonde van je tijd, meent Derksen.
 
Proeftuinen
 
Scripteditor en scenarist Maarten Almekinders ziet ook hoe lastig het is voor beginnende schrijvers om te laten zien wat ze kunnen, hoewel er wel behoefte is aan nieuw talent. “In het talententraject van de omroepen zijn schrijvers de achterliggende partij. Je kunt nog zulke goede ideeën hebben, maar als je niet de juiste regisseur vindt die een gunfactor heeft bij de beslissers, kom je niet verder. Er is bij producenten echter wel behoefte om schrijvers te vinden. Ik krijg als editor steeds de vraag of ik nog schrijvers weet voor bepaalde projecten. Er is een top dertig die veelgevraagd is, maar daaronder zit een grote groep schrijvers van wie het talent niet erg zichtbaar is. Bekende schrijvers hebben natuurlijk beproefd resultaat, terwijl het moeilijk is inzicht te krijgen in wat een schrijver kan van wie je nog niet zoveel gezien hebt. Het enige doorslaggevende is nu: wat heb je al gedaan? Dat bepaalt waar je voor gevraagd wordt en dat is een grote eerste hobbel om te nemen.”
 
Om als scenarist in contact te komen met producenten en regisseurs, heeft Almekinders Scriptbank in het leven geroepen, een platform waar film- en televisieprofessionals hun werk kunnen etaleren en ideeën kunnen uitwisselen. De inspiratie voor Scriptbank was The Black List, een jaarlijkse lijst van de favoriete, nog niet geproduceerde scripts van Hollywood-professionals. Maarten Almekinders: “Die lijst is ooit ontstaan omdat scripteditors in dienst van studio’s elkaar tips gaven over veelbelovende projecten waar ze zelf geen plek voor hadden. Zo wilde ik met Scriptbank een platform opzetten waar makers zichtbaar worden binnen de driehoek, waar ze bij elkaar komen en producenten ze kunnen oppikken. Het is een manier om gevonden te worden. Want de vraag naar goede scenaristen blijft – het is vooral een kwestie van welke producent bij welk project past.”
 

Scriptbank organiseert ook bijeenkomsten waarin scenaristen andere makers en vooral regisseurs kunnen ontmoeten, de zogenaamde Proeftuinen. Daaruit zijn al diverse succesvolle matches voortgekomen. Nadat de eerste bijeenkomst min of meer toevallig ontstond, bleek er een enorme behoefte te zijn om elkaar vaker te spreken. Sindsdien hebben al zo’n vijftien Proeftuinen plaatsgevonden, waarbij Almekinders makers hun visie of idee in kleine groepen en korte sessies van twintig minuten laat uitleggen. “Het bleek heel goed te werken. Je hoeft jezelf niet zo nadrukkelijk te presenteren of te verkopen. Dat is bij beginnende makers vaak een probleem, en zeker bij schrijvers; die zijn vaak wat meer teruggetrokken, terwijl regisseurs extraverter zijn. Het is een gelegitimeerde gelegenheid om jezelf via je werk te laten zien en jezelf schaamteloos te promoten. Zoiets is op een borrel toch lastiger. De selectie vooraf is belangrijk; het criterium is dat iedereen wat te halen en te brengen moet hebben. Je zoekt een balans, zodat iedereen bijdraagt en er ook iets aan heeft. Het kan een eerste stap zijn, waardoor je in beeld komt.”
 
Borrels
 
Voor wie wel goed is in zichzelf presenteren op informele borrels, is er nog de maandelijkse scenaristenborrel die het Netwerk Scenarioschrijvers organiseert in café de Pels in Amsterdam. Ook VERS, de vereniging van nieuwe film- en televisiemakers, organiseert regelmatig bijeenkomsten. Beginnende scenaristen kunnen verder een aanvraag doen voor een Vrijplaats van het Filmfonds, waarbij ze zonder druk van een omroep of producent, maar met een schrijfcoach een scenario kunnen ontwikkelen. Het Filmfonds meldt op zijn site dat iedere scenarist met een relevante opleiding in aanmerking kan komen voor deze regeling.
 
Zijn er tot slot nog algemene tips van de kenners? Gemma Derksen: “Maak low-budget iets zelf, met een klein groepje gelijkgestemden, en geef daarmee een visitekaartje af. Dat kan soms heel succesvol uitpakken. Wij zijn bijvoorbeeld met BNNVARA in ANNE+ gestapt. De makers hebben zelf afleveringen opgenomen, via crowdfunding. Dat deden ze ontzettend goed en uiteindelijk kregen ze begeleiding vanuit Millstreet en BNNVARA, maar dat was pas in tweede instantie. Dus als je absoluut iets móet maken, begin dan gewoon.”
 
Maarten Almekinders: “Zoek samenwerking met iemand die jouw talent verder kan laten groeien, die je uitdaagt op nieuwe terreinen. Je hebt een klankbord nodig, of dat nu een scripteditor, een co-schrijver of een regisseur is. Een persoonlijke, creatieve klik is belangrijker dan alleen zoeken naar mensen die al verder of succesvoller zijn. En ga er veel op uit, doe overal aan mee. Ik merk vaak dat er een soort schroom is om met de billen bloot te moeten, of dat het te kwetsbaar is een idee dat nog niet helemaal af is voor de leeuwen te gooien. Maar laat je werk juist veel lezen door anderen en praat met zoveel mogelijk mensen over je ideeën.”

Foto's Proeftuinen: Laila Mol
Foto midden: Still uit de One Night Stand 'Dòst'