29 oktober 2019

De Netflix-revolutie: opwindende tijden voor dramaschrijvers

Door Gertie Schouten

Streaming zet de wereld van drama op zijn kop. Zes jaar nadat Netflix in Nederland zijn intrede deed en we misschien dachten wel buiten House of Cards te kunnen, zien traditionele tv-omroepen kijkers in hoog tempo deserteren en zijn de hitseries van internationale video on demand-providers de norm. Ook Nederlandse scenarioschrijvers richten zich op de wereldwijde markt.

“We mogen als makers heel blij zijn met de tijd waarin we nu werken. We zitten in een razend spannende overgangsfase, waarbij we als verhalenvertellers straks in één klap een internationaal publiek kunnen bereiken.” Aan het woord is Michael Leendertse van het schrijverscollectief Winchester McFly en hoofdschrijver van Ares, een horrorserie over een geheim studentengenootschap in het hart van Amsterdam. De eerste Nederlandse Netflix Original – het Belgisch-Nederlandse Undercover telt niet mee – gaat op 17 januari 2020 in première.
 
Het contact met Netflix liep via productiebedrijf Pupkin, dat in 2018 een aantal concepten bij Netflix neerlegde, vertelt Leendertse. “De combinatie van een studentenserie en horror zagen ze helemaal zitten. Binnen een maand werkten we het plan uit, van concept, karaktervoorstellen tot vormgeving. Ik werd aangewezen als hoofdschrijver. Daarna ben ik met Pupkin naar de Amerikanen gegaan om alles te pitchen. Mega spannend, ook omdat alles in het Engels moest. Gelukkig is mijn vriendin Engelstalig opgevoed, dus kon ik oefenen. 

Netflix was direct enthousiast, maar toen we buiten stonden durfden we nergens op te hopen. In Nederland gaan er soms maanden of jaren overheen voordat een serie groen licht krijgt. Maar na een paar dagen belde Pieter Kuijpers van Pupkin al met het goede nieuws. Die avond hebben we bij hem thuis met het hele team de champagne ontkurkt. Zachtjes, want in die eerste weken mocht nog niemand het weten. We zijn in het geheim begonnen met zoeken naar regisseurs, crew en de cast. Alleen mijn ouders wisten ervan.”
 
Regen in Hollywood
 
Ook met de serie Undercover ging het hard, vertelt de Vlaming Nico Moolenaar, showrunner en één van de drie schrijvers van de succesvolle Netflix-serie. “Ik denk eerlijk gezegd niet dat ik ooit nog zo snel iets zal verkopen. Undercover was vanwege het verhaal een erg logische reeks om zowel in Nederland als België aan te bieden. Nadat we hem in België aan de VRT hadden verkocht, sloot Dutch Filmworks aan. Zij hebben het plan aan Netflix voorgelegd. We hadden behalve een pitch ook een pilootscript. Ze hebben dat gelezen en daarna toegezegd.”
 
Moolenaar vindt het “een buitengewoon interessante tijd om maker te zijn. Ik zou Undercover niet anders verteld hebben als Netflix niet aan boord was. Door de veranderingen in de markt ontstaan echter opportuniteiten. Lokaal wordt misschien iets minder besteld, maar de vraag internationaal is groter dan ooit. Als het regent in Hollywood, druppelt het bij ons. Regisseurs worden al jarenlang in het buitenland gevraagd en voor het eerst kijken ze nu ook naar onze scenaristen.”
 
Anderzijds leeft onder scenaristen het geloof dat je met een goed idee verder dan ooit kunt komen, merkt hij. “Het is wel zo dat veel schrijvers denken dat Netflix het walhalla is voor alle kleine nichereeksen die ze nergens anders krijgen verkocht, hoewel Netflix in de eerste plaats op zoek lijkt te zijn naar lokale reeksen met een groot internationaal potentieel.”


 
Oscar van Woensel, die voor Videoland de serie Mocro maffia schreef, denkt dat streaming wel invloed heeft op het genre drama dat schrijvers tegenwoordig kunnen maken. “Zonder streamingdiensten was het nooit mogelijk geweest om de wat duistere kanten van karakters en verhalen te belichten. HBO is daarmee begonnen en het is een trend die heeft doorgezet. Televisie is veel minder behoudend geworden, zelfs in Nederland merk je dat nu. Mocro maffia had tien jaar geleden niet gemaakt kunnen worden, een soortgelijk project van mij is toen nog afgewezen. De NPO vond het ‘te donker’ en er zou geen doelgroep voor zijn.”
 
Concurrentie
 
Femke Wolting verhuisde zes jaar geleden naar Los Angeles om een tweede vestiging van het productiebedrijf Submarine op te zetten. “De afgelopen jaren heb ik hier de film en televisiewereld in een razendsnel tempo zien veranderen. Naast Netflix kwam Amazon en nu natuurlijk Apple, HBO Max, Disney+ etc. Met de enorme concurrentie tussen al die platforms en omroepen, wil iedereen de beste en meest unieke producties maken. Daardoor zie je nu in televisie meer vernieuwing en creativiteit dan in de speelfilmindustrie.”
 
Submarine scoort momenteel in de Verenigde Staten op Amazon Prime met de animatieserie Undone, die is geproduceerd en gefinancierd door Wolting, haar collega Bruno Felix en het Amerikaanse productiebedrijf Tornante.


De serie, die op de toonaangevende Amerikaanse recensiewebsite Rotten Tomatoes een waardering krijgt van 100% resp. 92%, maakt gebruikt van de zogeheten rotoscope-techniek, waarbij live action-videomateriaal wordt geanimeerd. “Een team van olieverfschilders maakte ongeveer duizend schilderijen, die gedigitaliseerd de basis vormden voor de backgrounds”, vertelt Wolting. Regie en visuele vormgeving waren in handen van de Nederlandse Hisko Hulsing, die animatieteams met in totaal 150 werknemers aanstuurde. “Dat ik, op internationale schaal een lulletje uit Amsterdam, het vertrouwen kreeg van Amazon en de producenten, zegt veel over het lef waarmee de serie is gemaakt”, zei Hulsing onlangs in de Volkskrant.
 
Marketing
 
Is het anders om te werken voor streamers dan voor traditionele omroepen? Bemoeien ze zich meer of minder met de inhoud? “Vanzelfsprekend bemoeide Videoland zich met Mocro maffia”, reageert Oscar van Woensel. “Ik heb dat zeker niet als opdringerig ervaren. Maar als iets ze niet zint, dan zijn ze helder en kun je gaan herschrijven. In mijn ervaring duwen ze je minder dan anderen de kant op die zij willen zien. Ze gaan uit van jouw kwaliteit. Bij de NPO en sommige omroepen hebben mensen soms iets hun hoofd dat ze niet goed kunnen uitleggen. Dan loop je kans te verzanden in een eindeloze discussie die neerkomt op: ‘Ik voel het niet’ – ‘Maar ik voel het wel’. Dodelijk voor een artistiek proces.”
 
Volgens Michael Leendertse gingen zijn taken bij Ares veel verder dan schrijven alleen. “Ik was betrokken bij de casting, het bepalen van de toon van de serie en heb meegekeken bij de montage. Dat een scenarist het creatieve overzicht van een serie helpt bewaken, is iets dat we in Nederland nog niet goed kennen, maar wat in het buitenland allang gemeengoed is.”
 
Netflix had volgens hem “vooral aan de voorkant van het project een ontzettend goed filter: ze weten precies wat voor soort series ze zoeken en welke makers daar geschikt voor zijn. Tijdens het schrijfproces hebben ze ons vrij gelaten, al keken ze natuurlijk wel scherp mee. Dat merkten we bijvoorbeeld toen ze ons de ideeën voor de marketingcampagne lieten zien. Ze hadden haarfijn door wat Ares als serie wil vertellen en uitstralen, en hoe dit zo goed mogelijk bij het publiek terecht kan komen.”


“Ze hebben Undercover enorm goed begrepen en heel goed in de markt gezet. Dat was indrukwekkend om te zien”, zegt Nico Moolenaar. “De feedback op scenario’s en edits kwam bij ons van de VRT, Netflix heeft zich daar bij seizoen 1 niet in gemengd. Bij het tweede seizoen zijn ze meer betrokken. Dat is een wisselwerking en zoeken naar de juiste balans tussen de verschillende zenders waarvoor we onze reeks maken.”
 
Budgetten
 
Femke Wolting wijst op een cruciaal ander verschil tussen Amazon en de omroepen in Nederland. “Amazon werkt voor een wereldwijd publiek en dus zijn de budgetten hoger, ook als je een serie produceert die in Nederland als niche gezien zou worden, zoals een animatieserie voor volwassenen. En het leuke is dat Undone vanaf de premièredatum in meer dan 200 landen te zien was. Het is te gek om reacties te zien vanuit de hele wereld, van Italië en de VS tot Brazilië.” 
 
In Nederland is nog weinig te merken van een trend van hogere budgetten of honoraria voor scenaristen door de toegenomen concurrentie van en tussen streamingdiensten. Nico Moolenaar: “Ik denk dat we ons blindstaren op Netflix vs. traditionele zenders en vind dat we het meer moeten hebben over scenariobudgetten in het algemeen. In België is er al langer het besef dat goede series voortkomen uit goede scenario’s en dat die tijd (en dus geld) nodig hebben om tot stand te komen. Of je nu voor Netflix of een andere streamingdienst of zender werkt, dat maakt niet echt uit. In Vlaanderen is 15.000 euro per 50-minutenscenario tegenwoordig zowat de ondergrens voor kwalitatieve fictie, maar ik zie gelukkig steeds meer series meer budget krijgen. 20.000 euro en hoger is geen uitzondering meer. Zeker als je met een schrijfteam werkt.”
 
Oscar van Woensel: “Ik zie geen groeiende budgetten vooralsnog. Daar zit wel de oplossing om de kwaliteit omhoog te krijgen. Daarnaast leidt planning vaak tot problemen. Over het algemeen wordt er te weinig tijd besteed aan het schrijven, is het niet mogelijk in collectief te werken en gaat een serie te snel in productie.”
 
Tijdens een recente bijeenkomst van de Europese Federatie van Scenaristen (FSE) in Amsterdam was het thema ‘Show me the money’, een verwijzing naar het feit dat het voor scenaristen nog altijd ontzettend moeilijk is om in hun levensonderhoud te voorzien. Uit onderzoek is gebleken dat een doorsnee scenarioschrijver in Europa op het hoogtepunt van zijn carrière, rond zijn vijftigste, jaarlijks niet meer dan 29.000 euro verdient, zijn vrouwelijke collega moet het doen met een schamele 21.000 euro. FSE-directeur David Kavanagh hekelde in Amsterdam het gebrek aan transparantie bij streamers over hun exploitatiekosten, iets wat onderhandelingen over betere vergoedingen voor scenaristen tot een zeer moeizame exercitie maakt. (elders in deze Plot-editie een uitgebreid verslag van de FSE-bijeenkomst).
 
Ook voor de serie Ares geldt dat de cijfers geheim zijn: Michael Leendertse mag contractueel niets zeggen over budgetten of honoraria. Onduidelijkheid bij streamingdiensten is er ook over het aantal abonnees en de populariteit van de series. “Daarover wordt in algemene termen verteld maar niet heel precies. Welke algoritmes belangrijk zijn om een tweede seizoen te krijgen, is een beetje een mysterie. Het gaat om een mix van publieksbereik, prestige en potentie voor de belangrijke tv-prijzen, de Emmy’s”, zegt Femke Wolting. Oscar van Woensel: “Voor de makers is dit niet geheim, maar je wordt wel met klem verzocht er niet met derden over te praten. Dus dat doe ik ook niet.” Nico Moolenaar: “Wij hebben na de eerste maand een uitgebreide briefing gekregen over de kijkcijfers en de appreciatie in de verschillende territoria voor Undercover. In ons geval was dat erg goed. Ik denk eigenlijk dat het een voordeel is dat je iets minder afhankelijk bent van de waan van de dag, omdat je niet de ochtend na uitzending al cijfers krijgt die het succes, al dan niet falen van je reeks bestempelen.”
 
Wildwestmarkt
 
Hoewel streaming nieuwe mogelijkheden biedt, hebben scenaristen tegelijk te maken met de onrust die Netflix en andere digitale reuzen veroorzaken. Op de FSE-bijeenkomst werd de huidige markt voor tv-drama zelfs omschreven als een ‘wildwestmarkt’ en een branche in ‘existentiële crisis’.
 
Er gebeurt in ieder geval heel veel. De NPO heeft NPO Start en NPO Start Plus en webseries in het leven geroepen om in te springen op de veranderingen. Minder series, groter en nog hogere kwaliteit, is het credo van genrecoördinator Suzanne Kunzeler (interview). Videoland is de streamingtak van RTL, dat ook RTLXL exploiteert. Er is Ziggo TV, KPN Presenteert begon en staakte met het maken van eigen drama. In NLZiet werken NPO, Talpa en RTL samen en er zijn plannen voor gezamenlijke dramaproducties van NPO en Netflix, meldde NRC Handelsblad vorige maand. “De publieke omroep en de online videodienst zouden ieder één derde van de kosten betalen, daarnaast kan het Filmfonds mogelijk tot anderhalf miljoen per serie bijleggen. Opgeteld leidt dat tot zo’n 25 miljoen – driemaal het gebruikelijke seriebudget, wat een kwaliteitsimpuls betekent.”
 
Tegelijk werken momenteel op initiatief van minister Arie Slob de grootste mediapartijen van Nederland – waaronder de NPO, RTL, Talpa, NOS en De Persgroep – aan een nationaal kijk- en luisterplatform, dat de strijd moet aangaan met mediagiganten als Netflix en YouTube, zo berichtte o.a. Het Parool eind augustus. “Eerder schreef Slob aan de Kamer dat het kabinet zal ingrijpen als de mediabedrijven er zelf niet uitkomen.” Maar samenwerking tussen partijen die elkaars naaste concurrent zijn, die deels met publiek geld worden gefinancierd en deels hun geld op de markt verdienen, deels van Nederlandse bodem zijn en deels grootmachten uit de VS? Het is een zeer gecompliceerde exercitie. NLZiet is nooit goed van de grond gekomen. Volgens NRC Handelsblad ligt het overleg tussen NPO en Netflix al een jaar stil.
 
Eén aflevering per week
 
Michael Leendertse: “Wij oriënteren ons zo breed mogelijk. We zijn net klaar met het schrijven van Vliegende Hollanders (2020), een grote serie voor AVROTROS van Topkapi Films, en er staan alweer een paar nieuwe NPO-producties op stapel. Collega Thomas van der Ree heeft het afgelopen jaar voor Videoland de serie Judas geschreven. Een geweldig nieuw Videoland-project komt eraan. Van bezuinigingen bij de NPO merken we niet direct iets, maar de overheid maakt het er niet makkelijker op, zeg maar. Volgens mij is dat ook een reden voor Hilversum om zich zoveel mogelijk op streamingdiensten te gaan richten en samen te gaan werken met andere partijen. Nationaal en internationaal.
 

 
Dat we met Winchester McFly voor Netflix Ares mochten maken was een bevestiging dat wij best op de juiste weg zitten. Ons team bestaat uit zes scenaristen die al sinds 2013 samenwerken. Dat is niet alleen uniek in Nederland, maar zorgt er ook voor dat we ons schrijfproces hebben kunnen verfijnen. We plotten nu ongeveer één aflevering per week. Een van ons werkt die aflevering vervolgens uit tot treatment of dialoogversie, terwijl de rest van het team alweer de volgende aflevering plot. Daarmee kunnen we snel scripts opzetten en krijgen we in korte tijd overzicht over een heel seizoen.”
 
Oscar van Woensel: “Ik heb nog nooit iets bij Netflix gepitcht, maar sluit niet uit dat dat wel eens zal gebeuren. Wereldwijd klinkt natuurlijk fantastisch en het streelt je ego. Maar voor mij is dat niet een doel op zich. Ik wil gewoon steeds beter leren schrijven en mijn plezier erin niet verliezen. Dat staat voorop en of iets vervolgens alleen in Noordoost-Groningen te zien is of in 1089 landen maakt mij in wezen niet zo heel veel uit. Mijn mening is wel dat de NPO niet radicaal genoeg durft te zijn in haar keuzes en dat ze daardoor zichzelf aan het ombrengen is.”
 
“Lokaal is de druk groter geworden omdat we voelen dat de commerciële zenders minder (durven) bestellen”, merkt Nico Moolenaar. “Maar al bij al mogen we in Vlaanderen niet klagen, omdat er nog steeds genoeg werk is en de openbare omroep haar rol als motor van de industrie heel serieus en goed opneemt.” Het is te verwachten dat er in de toekomst meer coproducties worden gemaakt, waaraan meerdere landen meewerken, denkt hij. “Ik vind het belangrijk dat er gezocht wordt naar logische, organische scenario’s zoals Undercover, waarbij de mix van de verschillende landen uit het verhaal voortkomt in plaats van andersom. Meerdere betrokken landen betekent doorgaans meer geld, wat nodig is om concurrentie te bieden aan buitenlandse kwaliteitsreeksen.”
 
“Ik ben benieuwd hoe de tv-wereld in Nederland zal veranderen als de komende jaren naast Netflix en sinds kort Disney+ ook andere streamingdiensten gaan concurreren met de traditionele omroepen”, zegt Femke Wolting. “Het taalgebied is klein, dus zijn we nog geen focusland voor bijvoorbeeld Amazon of Apple. Maar we merken dat Amerikaanse distributeurs en studio’s geïnteresseerd zijn in Europese verhalen en makers, omdat die het goed doen op de streamers.
 
Met Submarine hebben wij vanaf de start de ambitie gehad om te werken voor de internationale markt. We hebben veel gecoproduceerd in Europa en de VS, met streamers en omroepen van HBO tot Netflix. We beginnen nu met de pre-productie van het tweede seizoen van Undone voor Amazon. Daarnaast werken we aan een paar Europese dramaseries en met de showrunners van Gomorrah aan een Engelstalige serie over een collectief vigilante onderzoeksjournalisten à la Bellingcat, waar we eerder een documentaire over maakten. Maar we zijn ook bezig met Nederlandse verhalen die interessant kunnen zijn voor een internationaal publiek. Zoals een serie over het ontstaan van de XTC-industrie in Nederland, in samenwerking met twee onderzoeksjournalisten die daar een boek over schrijven. Ook met het ontwikkelen van animatie voor volwassenen gaan we door. Mensen zijn gewend geraakt aan special effects en animatie. Van de Marvel-films tot de Lion King, je ziet het in steeds meer genres.”

Foto Ares: Pim Hendrikse Fotografie