20 December 2018

Suzanne Kunzeler: 'We hebben nu heldere lijnen en duidelijkheid'

Door Gertie Schouten

Fewer, bigger, better. Oftewel: minder series, groter en nog hogere kwaliteit. Dat is het credo van Suzanne Kunzeler, sinds 1 september 2018 de eerste genrecoördinator drama van de Nederlandse Publieke Omroep en daarmee een sleutelfiguur in de productie van Nederlands televisiedrama. In een interview vertelt Kunzeler over haar rol als ‘poortwachter’ en ‘bruggenbouwer’, internationalisering en drama dat de hele levenscyclus bestrijkt. Ze reageert ook op de klachten van scenaristen waar Plot eerder dit jaar over schreef.

Hoe word je genrecoördinator drama bij de publieke omroep? Droomde u daar als kind al van?
“Niet helemaal, maar het is wel zo dat ik heb leren lezen om de ondertiteling van tv-series te kunnen begrijpen. En ik genoot altijd enorm van televisieseries, speciaal Nederlandse series. Als Limburgs meisje wilde ik al bij de tv werken.

Ik had twee grote ambities: drama en jeugd-tv. Na een studie theater-, film en televisiewetenschap kon ik als dramaturg aan de slag bij de NCRV, waar ik series als Zwarte sneeuw, Zonder Ernst en bijvoorbeeld de Telefilm Ochtendzwemmers heb begeleid. Via eindredacteur jeugd en drama en manager infotainment, werd ik netmanager van Zapp/Zappelin en NPO 3 en nu dan genrecoördinator drama. NPO 3 blijf ik ook doen.”

Uw aanstelling viel samen met het besluit om op NPO 2 geen drama meer te programmeren. Verdwijnt daarmee een bepaald genre drama?
“Als publieke omroep hebben we gekeken waar we drama in de etalage kunnen zetten. NPO 1 staat bekend als de grootste dramazender van Nederland, naast RTL 4. Samen met NPO 3 heeft de publieke omroep dus twee grote platforms in handen waar het publiek drama verwacht. Dat is de reden dat we ons gaan specialiseren. NPO 2 wordt de documentairezender. Dus het heeft veel meer te maken met de verwachting van het publiek, dan met de vraag wat voor drama we maken.

Wat voorheen NPO 2-drama was, blijven we ontwikkelen. Het is niet meer zo verbonden aan een bepaald net. We hebben NPO Start en NPO Start Plus, en daarnaast YouTube met series als Vakkenvullers, Lekker dan, De slet van 6VWO en een apart kanaal voor de serie skam.nl. We stimuleren online drama ook in samenwerking met het Mediafonds. Er gebeurt heel veel. Daarom hebben we gezegd: het is goed dat één iemand het overzicht houdt.”

Hoe zou u uw rol als genrecoördinator willen omschrijven?
“Ik zie mezelf als een hele strenge poortwachter. Wat ik met name doe is alle plannen die binnenkomen inventariseren en lezen en bespreken met netmanagers, omroepen, producenten en makers. En met hen samen keuzes maken. Die baseren we heel erg op kwaliteit – die we willen verbeteren - en op de vraag voor welk publiek we iets willen maken.”

In hoeverre is dit anders dan de oude situatie?
“Ik heb mij natuurlijk met mijn grote liefde voor drama wel af en toe bemoeid met iets van NPO 1 of 2. Maar de zenders waren toch allemaal aparte hokjes.

Ook hadden omroepen vaak vergelijkbare plannen in ontwikkeling – die soms al heel vergevorderd waren - waarvan wij als netmanagers geen weet hadden en waarbij omroepen dat ook niet van elkaar wisten. Recent bleken er bijvoorbeeld meerdere plannen te zijn rond ondernemer Gerrit van der Valk.

Daar zaten allemaal schrijvers op, die niet zelden meeschreven aan zes of zeven verschillende plannen. Nu kunnen we al snel zeggen: deze vijf gaan het sowieso niet worden, want we hebben al dit en dit.

Het is heel belangrijk dat we dat hebben opengebroken. We willen alles weten wat in ontwikkeling is om snel duidelijkheid te geven. En als een plan binnenkomt met weer die ene populaire schrijver, kunnen we zeggen: nou nee, die is nu even met iets anders bezig. Als we iets in ontwikkeling nemen dan gaat het, net als voorheen, naar de omroep en gaat een dramaturg daar de begeleiding doen. We spreken wel evaluatiemomenten af. Soms is dat met de schrijvers, soms zonder.

Als genrecoördinator denk je ook na of er een opvolger moet komen als bijvoorbeeld een serie als Hendrik Groen is afgelopen. We hebben een pitch uitgeschreven voor een zomerserie op NPO 1, er komt de grote pitch voor een kerstserie. Alles wat je aandacht geeft gaat groeien en bloeien en dat is wat we op dit moment doen.”

Kent u het Plot-artikel ‘De niet zo gekoesterde makers van de publieke omroep’, waarin scenarioschrijvers onvrede uitten over trage besluitvorming, onduidelijke criteria en onnodig haastwerk rond projecten van de publieke omroep?
“Ja.”

Wat vond u van de klachten?
“Ik herkende er wel wat in, maar ik vond sommige dingen overtrokken en de bal werd ook wel heel eenzijdig hier, bij de netmanagers, gelegd. Terwijl, wat ik net ook al aangaf, er bijvoorbeeld veel schrijvers aan verschillende projecten werkten, waarvan al heel snel duidelijk was: die gaan het niet worden. Dat is natuurlijk heel frustrerend voor al die makers en die schrijvers. Dus het is goed dat we de handschoen opgepakt hebben.”

Wat was herkenbaar?
“Dat het allemaal wat helderder en duidelijker kon. Maar er zat her en der ook wel persoonlijk leed in. Ik vind het niet correct hier op losse projecten in te gaan, maar er stonden voorbeelden in waarvan ik dacht: dat lag heel anders en genuanceerder.”

Zowel Ger Beukenkamp als Eddy Terstall klaagde dat een serie [over Pim Fortuyn, resp. Beatrix] ongelezen was afgewezen.
“In het geval van Eddy Terstall bleek later dat het wel degelijk allemaal was gelezen. Niet door mij, maar wel door de mensen die op het net zaten. We hebben inmiddels het project met Eddy Terstall besproken, en goed afgerond in mijn beleving [die serie gaat niet door, gs]. Er wordt wel vaker gezegd: die netmanagers lezen niks. Nou, wij zijn de hele dag heel goed en secuur bezig met ons vak. Ook destijds de mensen van NPO 2 en NPO 1. Iedereen leest alles en dat deed men toen ook al. Ik vind het altijd heel makkelijk om dat soort dingen te roepen.”

Is dat makkelijk? Of gebeurt dat omdat makers overtuigd zijn dat het zo is gegaan zoals zij zeggen? Dan is er ten minste in de communicatie kennelijk toch iets behoorlijk misgegaan?
“De communicatie had wellicht beter gekund; sowieso gaat een en ander altijd over veel schijven, waardoor er ruis kan ontstaan.

Ik zeg ook tegen iedereen - en het gebeurt ook steeds meer: als je iets niet weet of als je een vraag hebt, we zijn gewoon benaderbaar. Ik had laatst een project afgewezen en dan belt een schrijver me en kan ik het uitleggen. Dus als een omroep zegt: ‘Suzanne Kunzeler heeft het niet gelezen’, dan mag je me meteen bellen en dan kan ik zeggen: ‘Ik heb het wel gelezen, het gaat hierover.’ Ik ga ervan uit dat we nu heldere lijnen en duidelijkheid hebben. Maar het zal niet altijd leuk zijn als je iets te horen krijgt. We zijn makelaars in teleurstellingen, dat is echt zo. We ontwikkelen nu zo’n 20 series per jaar. Dat worden er eerder minder dan meer.”

Wat is nog de functie van de omroepen? Arjen Lubach wees er onlangs op dat content van de publieke omroep veelal wordt gemaakt door externe producenten. Dat geldt ook voor drama.
“Ik vind dat we ontzettend veel knowhow hebben bij de publieke omroepen. Er wordt altijd op gemopperd. Dat is je lot als je vak is dat je iets moet vinden van het werk van anderen. Maar onze dramatraditie hebben we ook dankzij omroepdramaturgen en de liefde, het talent en de aandacht die zij erin pompen. En of je het nu bij omroephuizen legt of bij de NPO, je hebt mensen nodig die dat voor de publieke omroepen doen.”

Die dramaturgen zouden ook een kantoor verderop, hier in het gebouw, kunnen zitten.
“Ik zou dat handig vinden, maar ik weet natuurlijk dat er heel veel andere meningen en visies over zijn. Dit wordt bij de omroepen heel anders bekeken en we zitten nu eenmaal met elkaar in dit bestel.”

U bent de eerste genrecoördinator, maar er is sprake van dat ook op andere terreinen, zoals de journalistiek, genrecoördinatoren komen. Dat zal ten koste gaan van de invloed van de omroepen, toch?
“Nou, ten koste gaan van.... Je moet natuurlijk altijd bedenken of de keuzes die we maken doelmatig zijn. Het is toch belastinggeld waarmee we het allemaal doen. Hoe kun je het zo efficiënt mogelijk inrichten? Niet door weer allerlei productieafdelingen op te tuigen bij verschillende omroephuizen, wat weer een beetje rond zoemt. Bij de NCRV hebben we toen ik er nog werkte de productieafdeling drama opgeheven, omdat het heel moeilijk is om een jaar rond producties te hebben.”

De kritiek op de nieuwe structuur is dat de genrecoördinator, u, wel heel erg veel macht heeft. Was het niet logischer geweest een commissie verantwoordelijk te maken voor drama in plaats van één persoon?
“Absoluut, en ik doe dit dan ook niet in mijn eentje. Ik bespreek alle voorstellen in de verschillende teams per net. Gezamenlijk maken we een keuze. Daarbij is er voortdurend overleg met omroepen, makers en anderszins betrokkenen.”

Wat zijn de criteria op grond waarvan keuzes worden gemaakt? Is er een verschil tussen wat de NPO brengt en drama van de commerciële omroepen? 
“Bij de NPO brengen we sowieso de levenscyclus. Wij maken als enige drama voor ongeveer elke leeftijdscategorie. Dat is onze publieke taak. We vinden het heel belangrijk dat we voor kleine kinderen De regels van Floor maken, dat we voor 9- tot 13-jarigen Spangas hebben. Dat heeft een heel belangrijke functie voor die groep. Het is het moment dat je je afvraagt: hoe sta ik in de wereld, hoe zien anderen mij, hoe zie ik anderen. Het is heel erg spiegelen en dat kan met drama, dat helpt je. Met webdrama kijken wij naar 13-19, die zullen we met name daar gaan bedienen.

Wij zijn ook de enige aanbieder van een serie als Hendrik Groen, die gaat over de laatste fase van het leven. We proberen het hele pakket aan te bieden. Dat doen we en dat doen we denk ik erg goed. Op NPO 1 zul je zien dat we, naast grote toegankelijke series als Flikken Maastricht, grotere iconische series brengen. Op NPO 3 willen we de zondagavond groot houden met veelal spannende series. Maar ook De luizenmoeder komt daar weer terug, en TreurTeeVee volgend jaar.”

Dus er is een overlap tussen publieke en commerciële zenders? Flikken Maastricht zou ook goed bij de commerciëlen kunnen.
“Dat zijn uw woorden. Ik vind het heel goed dat er format-series zoals Flikken zijn, die je publiek aan je binden. Er kijken anderhalf miljoen mensen naar. En je kijkt samen, veelal in familieverband. Het is fijn om iets te hebben waar je je op verheugt, van oh, lekker samen Flikken kijken vanavond. We vinden het belangrijk om dat te blijven maken. Tegelijk komt er op NPO 1 een serie over de ontstaanswijze van Fokker, wat weer een heel groot verhaal is. En De stamhouder, wat de geschiedenis van de gehele vorige eeuw bestrijkt. Die grote verscheidenheid aan series kenmerkt NPO 1.”

Worden die grotere series ook ontwikkeld met het oog op de toenemende concurrentie van aanbieders als Netflix en Videoland?
“Ik zie het niet als concurreren. We hebben een heel duidelijk dna bij de publieke omroep en hebben de dramacultuur in Nederland vanaf de jaren zestig opgebouwd, van De glazen stad, Sil de strandjutter en Medisch Centrum West tot Pleidooi, Penoza en Klem nu. Ik denk dat wij als enige overal, voor elke doelgroep, kleuring kunnen aanbrengen. Van De luizenmoeder zegt iedereen nu dat het ook op RTL 4 had gekund. Maar toen De luizenmoeder hier als idee kwam, dachten we dat het een kleine, leuke, gekke serie voor NPO 3 zou zijn, heel scherp en vilein. Wij waren ook verrast dat het zo groot werd opgepakt. En vanwege dat vileine en scherpe denk ik dat het niet zo makkelijk bij een andere zender had kunnen landen.”


U zegt dat de publieke omroep niet concurreert met de internationale markt, maar qua kijkcijfers is dat natuurlijk wel zo.
“Wat ik zie is dat de lat hoger is komen te liggen - en dat vind ik alleen maar uitdagend - doordat de wereld is opengegaan.

Drama is een van de belangrijkste genres van de publieke omroep. Daar wordt niet op bezuinigd [het budget is jaarlijks rond de 53 miljoen euro, plus zo’n 8 miljoen bij het NPO Fonds, gs)]. Sterker nog, daar willen we meer geld aan besteden.

We gaan een aantal grote series ontwikkelen, waar we meer geld op leggen en waar we ook met buitenlandse partners naar kijken. We willen ook echt de lat omhoog krijgen. Soms zal dat zijn door meer tijd en aandacht te geven aan het scenario, maar soms ook door meer geld te steken in de productie. We willen uitdagender verhalen, grote verhalen, episch, soms iconisch. Over onze cultuur en onze geschiedenis.”

Speelt bij de keuze om iets te ontwikkelen mee of het internationaal te verkopen is? Fokker, een bekend Nederlands merk, is misschien makkelijker in het buitenland te slijten.
“Dat is geen criterium. Je zoekt wel naar die verhalen omdat ze zo gek, uniek, leuk zijn dat ze heel erg opvallen. De luizenmoeder is aan een aantal landen verkocht omdat het een buitengewoon oorspronkelijk idee was. En in veel Europese landen is die idiotie, van ouders die voor hun kinderen en zichzelf de lat veel te hoog leggen en allerlei onhaalbare eisen stellen, herkenbaar.”

Heeft de internationalisering veel invloed op uw activiteiten? U bent bezig met coproducties begreep ik?
“We hebben onze on demand-platforms NPO Start en NPO Start Plus, weer we natuurlijk veel content voor willen. Dus kijken we met een aantal Europese publieke omroepen naar samenwerking op het gebied van series, die we eerst on demand en later op NPO 1 kunnen uitzenden.”

Hoe wilt u de kwaliteit van scenario’s verbeteren?
“In Nederland hebben we echt grote talenten en een aantal grote schrijvers. Dat talent wordt nu soms vermorst, omdat mensen tegelijk op verschillende projecten zitten. Dus we willen scenaristen meer de kans geven om gefocust te zijn op een project, en misschien ook vaker op de rem trappen als we denken: het is gewoon geen goed script, het moet nog een ronde door.

Het heeft heel erg te maken met tijd, geld en aandacht. We zijn momenteel aan het bekijken, samen met omroepen en ook het NPO Fonds, of we nog iets kunnen opzetten om de kwaliteit omhoog te krijgen. Dat is waarmee ik me nu heel erg bezighoud. Natuurlijk zoek je daarna ook naar een goed team en een goede regisseur, zodat alles bij elkaar gaat optellen en het een mooi, groot vliegwiel wordt. Maar het begint bij het script.”

Zijn er al concrete plannen?
“Zover zijn we nog niet. Ik ben natuurlijk in september pas begonnen en vooral bezig met inventariseren wat er in ontwikkeling is, wat doorgaat en wat niet, met partners in het buitenland aan het spreken. En dus ook in overleg over die talentontwikkeling, die wellicht meer gericht wordt op tv-drama dan op film.

We zijn wel aan het kijken of we misschien writers rooms kunnen inrichten. Ik had onlangs een gesprek met een schrijver, die een idee had en dat heel graag wilde gaan ontwikkelen met een aantal jonge talenten. Dat willen we steunen.”

Stel dat je als scenarist een ontzettend goed idee hebt. Wat is dan de logische weg? U bellen, of een omroep, of een producent?
“Dat kan allemaal. Meerdere wegen leiden naar Rome. Wij hebben ook een pitchmodule, waar je ideeën kunt uploaden. Die worden allemaal gelezen.”

Heeft u zelf ideeën over wat voor soort drama er gemaakt moet worden of kan het alles zijn dat op uw bureau komt?
“Ik heb natuurlijk honderd ideeën, maar ik heb nooit de ambitie gehad zelf iets te schrijven of te maken. Dat zou ik ook helemaal niet kunnen; ieder zijn vak. Soms denk ik: er ligt dit, maar we zouden eigenlijk meer dat moeten hebben. Dan spreek ik daarover met mensen en kijk of het ergens beklijft. Ik ben poortwachter maar ook bruggenbouwer. Het is zeker niet zo dat ikzelf elke dag drie ideeën bedenk en we die gaan doen. Het komt altijd voort uit wat aangeboden wordt of wat je met mensen bespreekt.”

Waar kijkt u graag naar?
“Ik heb net heel braaf 16 weken lang Ik weet wie je bent lineair gekeken, dat had een prettige lekkerheid die mij wel kon bekoren. Ik heb Klem natuurlijk met veel plezier gekeken, en ik ben niet wereldvreemd: op Netflix heb ik onlangs eindelijk de laatste seizoenen van Better call Saul gezien. Ik kijk ook veel mee met de kinderen. Ik ben een veelvraat, al haak ik wel snel af als ik iets niet goed vind. Zoals Bodyguard of House of Cards zonder Kevin Spacey  Dat lukt me echt niet meer.”

Foto Suzanne Kunzeler: Michel Schnater
Stills uit De slet van 6VWO, Hendrik Groen, De regels van Floor, Klem en Ik weet wie je bent