28 juni 2016

Schrijven voor Virtual reality; kijk om je heen

Door Marc Veerkamp

Waren Virtual Reality-brillen tot voor kort kostbaar, tegenwoordig hoef je slechts een smartphone in een kartonnen montuur te schuiven en je staat midden in een virtuele wereld. Welke mogelijkheden biedt VR voor schrijvers?

Ik zit in een rolstoel. Mijn handen zitten vastgegespt aan de leuningen. Een breedgeschouderde verpleger duwt me in een onheilspellend traag tempo voort. Om me heen zie ik lange, lege gangen. Voor me gaat een deur open met het opschrift ‘Psychiatric ward'. Zodra we daar naar binnen rijden, wordt het opeens een stuk donkerder. Boven me knipperen de lampen. De duisternis openbaart gaandeweg haar geheimen. Als ik naast me kijk, zie ik een klein meisje naar me grommen. En wat doet die naakte kerel daar op die brancard? Iets verderop beukt een levensgrote man met z’n voorhoofd dwars door een ruit. De scherven schieten als dolken op me af. Overal om me heen klinkt gerinkel, gekrijs en… Supertramp?
 

Kinderziektes
Ik zit op een draaistoel in de Amsterdamse Virtual Reality Cinema. Op mijn hoofd draag ik een stereoscopische bril en een helaas niet erg geluiddichte koptelefoon. Terwijl ik de horrorfilm Catatonic onderga, hoor ik vanuit de aangrenzende bar nog popmuziek doorgalmen. De Virtual Reality Cinema kampt nog met wat kinderziektes. Jammer, want de films uit het aanbod zijn op zich prima in staat om je voor even naar een andere wereld te transporteren. Voor je, achter je, naast je, overal gebeurt wel iets.
Ik ben hier om te onderzoeken welke mogelijkheden deze technieken bieden voor verhalenvertellers. Wordt dit het nieuwe speelterrein van de filmindustrie? De bezoekers van vanmiddag gaan er in ieder geval behoorlijk in op. Zet ik mijn bril af dan zie ik ze lachen, schrikken en energiek draaien op hun stoelen. Een vrouw wappert woest met haar handen, alsof ze iets weg wil jagen. Dit soort reacties zijn bovendien universeel: ik vang wat Duits, Engels en Spaans op. Iedereen lijkt vatbaar voor virtuele ervaringen, inclusief een tweetal nieuwsgierige Nederlanders.
 
De ‘bios’ is open sinds afgelopen maart. Amsterdam had de wereldprimeur, maar inmiddels is er ook al een filiaal in Berlijn. Het filmaanbod blijft nu nog beperkt tot zogenaamde ‘360-degree videos’. Puristen beschouwen deze producties eigenlijk niet als Virtual Reality. Die term reserveren ze liever voor producties waarin de kijker rondloopt en zelfs dingen kan vastpakken, zoals in sommige games. Het materiaal dat ze in deze ‘cinema’ vertonen, valt meer onder het kopje immersive video (‘meeslepende video’). De nog vrij kleine catalogus van de Virtual Reality Cinema is een bescheiden staalkaart van wat er zoal mogelijk is binnen dit genre. De bezoekers mogen kiezen uit drie filmselecties. Wie kiest voor ‘Documentary / fiction’ ziet een reeks realistische films over bijvoorbeeld een Syrische vluchtelinge, gevisualiseerde verhalen van mensen die ooggetuigen waren van bombardementen, maar je kunt ook kiezen om een wandeling te maken door een schilderij van Dali. De selectie ‘Fun' bevat films voor het hele gezin vol muziek, animatie en dieren. Zelf koos ik voor de derde optie: ‘Horror’, met veel griezelwerk zoals Catatonic, maar ook een toefje science fiction. Bij dit soort films draait het vooral om een kortstondige zintuigelijke ervaring. Van een narratieve lijn is nauwelijks sprake. Hoewel VR in de basis al bestaat sinds de jaren tachtig, staat het fenomeen als vertelmiddel nog in de kinderschoenen. Wie de muren van de Virtual Reality Cinema bekijkt, ziet overal affiches voor films met Buster Keaton, Tom Mix en Harold Lloyd. Op het oog gewoon decoratie, maar het is ook veelzeggend: allen waren sterren tijdens de stille pioniersjaren van de cinema. Net als toen zit deze relatief nieuwe vorm van visueel amusement nog in de pioniersfase.
 
Aangelijmde lenzen
 
Volgens Felix van Kooten ‘poppen de ‘360-graden bedrijfjes als paddestoelen uit de grond’. “Het lijkt wel of iedereen wil profiteren van de nieuwe technieken.” Zelf werkt hij als freelance regisseur en schrijver bij Seymour 360, één van de pioniers op dit vlak. Bij dit bedrijf worden 360-graden video’s geproduceerd voor opdrachtgevers als Libelle, Heineken, EYE, RTL en de NOS. “We proberen alle ontwikkelingen op de voet te volgen. We houden bij welke nieuwe video’s er uit zijn, kopen nieuwe apparatuur of proberen zelf dingen te maken.” Maar hoeveel er ook gebeurt, volgens Van Kooten is de beginfase inmiddels wel over. “Dit was tot voor kort echt het territorium van knutselmensen die zelf hun camera’s in elkaar knutselden. Veel films werden gemaakt door go-pro’s met aangelijmde lenzen. Je zag de afgelopen jaren dan ook veel 360-graden video’s van achtbaanritjes, vaartochtjes of dansparades. Veel meer werd er eigenlijk niet mee gedaan, toch is nu opeens iedereen geïnteresseerd in deze vorm.” Kranten als The New York Times plaatsen korte VR-video’s op hun sites, hetzelfde geldt voor veel bedrijven, er zijn 360-graden selfiesticks en afgelopen voorjaar was er een Virtual Reality filmfestival in EYE. Volgens Felix was er sprake van een enorme groeispurt vanaf het moment dat het fenomeen werd opgepikt door YouTube. “Daar vind je video’s die je kunt afspelen op je smartphone. Als je die in een goedkope kartonnen VR-bril schuift en een goede koptelefoon opzet, kun je al 360-graden video’s bekijken.”

Nu de techniek toegankelijker wordt, zijn er steeds meer makers die 360-graden films inzetten voor het vertellen van verhalen. Zo maakte Justin Lin, regisseur van enkele delen in de immens populaire filmserie The Fast & the Furious, de korte monsterfilm Help! en de Aardman studio’s, bekend geworden met zeer ambachtelijke kleianimatie, produceerden de cartoon Special Delivery.
 
Rol van de kijker
 
Hoewel Van Kooten zich nu vooral toelegt op 360-video’s met een informatief of promotioneel karakter, zou hij de techniek graag eens toe willen passen in een fictiefilm. Enkele jaren geleden diende hij bij het Mediafonds een plan in voor een dergelijk project. “Er was een potje voor het werken met nieuwe technieken. Ik wilde experimenten met het sturen van de kijker. Helaas werd mijn plan afgewezen. Maar nu leer ik alles wat ik destijds wilde onderzoeken in de praktijk.”
Het Mediafonds kende wel geld toe aan een ander 360-graden project: Opa eikel (internationale titel: Ashes to ashes), een initiatief van producent Submarine en het Virtual Reality-bedrijf We make VR.  De opzet ervan is experimenteel: een theaterregisseur (Ingejan Ligthart), een filmregisseur (Jamille van Wijngaarden) en een VR-regisseur (Steve Hallema) verfilmen samen één kort scenario. Aanvankelijk was het de bedoeling dat ze hier alledrie een eigen interpretatie van zouden maken, maar het budget bleek niet toereikend. Uiteindelijk maken de regisseurs nu samen één film.
 
Een spannend proces, niet in de laatste plaats voor de schrijfster van het scenario: Anne Barnhoorn (Gouden Kalf voor het scenario van Aanmodderfakker). Zelf verwacht ze dat het een hele verrassende visuele interpretatie wordt van haar verhaal. “Ik dacht bij het schrijven zelf aan een soort NTR-KORT! -achtige film op locatie, maar ze willen ‘m geheel in de studio opnemen.” Wat ook nieuwsgierig maakt, is de opvallende Nederlandse titel: Opa Eikel. “Die kwam eigenlijk voort uit een potje paniekschieten”, vertelt Barnhoorn. “Ik had me aangemeld voor dit project maar vond het nog best lastig om iets te verzinnen. Eerst koos ik bijvoorbeeld het perspectief van iemand die in een kast zit, die steeds flarden van een gesprek opvangt. Niet zo’n sterk idee voor dit project: je kunt bij dit soort films helemaal om je heen kijken, maar in een kast zie je toch vooral zwart. Ik ben met Benjamin de Wit van We make VR gaan brainstormen. Daarbij stelden wij onszelf de vraag: ‘Welke rol speelt de kijker eigenlijk?’ Zodra iemand een VR-bril op zet, maakt die persoon deel uit van de film, zonder deel te nemen aan de gebeurtenissen. Daar wilden we mee spelen en zo kwamen we uiteindelijk op het idee om de hele film te laten zien vanuit het perspectief van een urn. Daarin zit de as van een grootvader. Ik moest opeens denken aan mijn eigen opa. Die moest wel eens op de kippen van de buren passen. Als er eens eentje weg dreigde te lopen, holde hij er achteraan en riep hij; ‘Wat ben ik toch ’n eikel!’ Zo kwam ik op die titel."


Afgerichte hond

 
Barnhoorn werkte het idee rond de urn uit tot een speels familiedrama. Maar als je een familie laat zien, heb je meteen ook veel personages. Dat is al lastig bij het schrijven van regulier drama, maar hoe hou je het duidelijk voor de kijker als die letterlijk alle kanten op kan kijken? Ze maakt in haar script veel gebruik van geluid. “Als je tijdens het kijken naar de film voor je uit kijkt, zorg ik dat je achter je iets hoort. Dan kijk je vanzelf om.”
“Geluid is bij dit soort films extra belangrijk”, vindt ook Felix van Kooten. “Misschien wel belangrijker dan bij een reguliere film. Het is een prima middel om de kijker te sturen, maar als ik zelf een film maak, gebruik ik het alleen als het echt nodig is. Ik wil de kijker niet alleen om zich heen laten kijken door middel van piepjes ofzo. Sommige films maken continu gebruik van openslaande deuren en dergelijke. Daarmee maak je van de kijker een soort afgerichte hond. Eigenlijk moet je de toeschouwer zo onbewust mogelijk door de film loodsen.” Zelf stuurt hij de blik van de kijker het liefst door de handelingen van de personages. Zodra er ergens een deur open gaat, trekt dat meteen de aandacht. En als een persoon pratend rondloopt in de ruimte, is de kijker geneigd dit personage te volgen. Wanneer een personage praat tegen iemand die achter je staat, kijk je ook automatisch om. “Het zit vaak in kleine dingen, een blikrichting, een handgebaar.”
 
Nu heeft Van Kooten veel invloed op de visualisatie van zijn scenario’s omdat hij ze vaak zelf regisseert, waardoor hij goed uit de voeten kan met een bare bones-script. Anne Barnhoorn gebruikte in haar scenario juist veel meer regieaanwijzingen dan in haar reguliere werk. “Er gebeurt steeds van alles op verschillende plekken. Je moet dan echt alles omschrijven wat er in de directe omgeving plaatsvindt. Sommige dingen spelen zich voor je neus af, andere weer achter je rug. Maar ik probeer toch zoveel mogelijk gewone scènes te schrijven, met zo min mogelijk dialoog.”  Dat laatste is vrij essentieel, benadrukt ze. Ze is altijd vrij spaarzaam met dialoog, maar in dit geval was ze nog zuiniger. “Ik had van te voren een scène uitgeschreven. Die werd bij wijze van test gefilmd. Vooraf had Benjamin de Wit gezegd dat er teveel dialoog in zat. Eerst dacht ik: ‘Ik spreek je nog wel’, maar tijdens het kijken vond ik mijn eigen scène opeens saai. Als je zo’n bril op hebt, kun je van alles zien, dan wil je niet steeds naar iemand luisteren.”
 
Ik begrijp meteen wat ze bedoelt. In de Virtual Reality-bioscoop zag ik Real Memories, een korte psychologische thriller geproduceerd door autofabrikant Mini. Hierin probeert ene Max de grote gaten in zijn geheugen te vullen. Zijn begeleider helpt hem daarbij. Die pareert de sceptische vragen van Max met theorieën over het geheugen versus de realiteit. Maar helaas heb ik daar weinig van meegekregen omdat ik continu om me heen keek.
  
Hardop meediscussiëren
 
En er was nog een element dat me lichtelijk tegenstond: ik verbleef virtueel gezien midden in dezelfde ruimte als de personages, maar zij spraken alleen maar met elkaar. Ik hing er naar mijn gevoel maar een beetje bij. Mijn emotionele betrokkenheid nam al snel af, waardoor de pointe me eigenlijk weinig kon schelen. Barnhoorn vertelt me over een soortgelijke ervaring: “Ik zat eens met en VR-bril op te kijken naar een film over een ruzie. Daarbij had ik min of meer een plek aan tafel en hoorde dingen waar ik het totaal niet mee eens was. Voor ik het door had, zat ik zelf hardop mee te discussiëren. Daar schiet je geen bal mee op, want niemand in die film luistert naar je.”
 
Een horrorfilm als het hierboven beschreven Catatonic maakt naar mijn gevoel wel heel gewiekst gebruik van de mogelijkheden. Het perspectief is kraakhelder: de kijker zit in een rolstoel en kan geen kant op. En of je wilt of niet, je wordt voortgeduwd. Af en duikt er iemand dreigend op je af. En de griezels uit deze film komen zéér dichtbij, veel dichterbij dan in de gemiddelde 3D-bioscoopfilm. Ook al heeft Catatonic net iets meer weg van kermisattracties dan van drama, het is van alle 360-graden films die ik zag, degene waar ik het meeste in opging.
“Alles moet extra spannend zijn”, legt Van Kooten uit. “Visueel moet de film je continu boeien. Dat komt omdat er bij dit soort producties nauwelijks gebruik wordt gemaakt van montage. Er wordt hooguit heen en weer gesneden tussen locaties. Alles gaat vooral om de beleving van een bepaald moment op een bepaalde locatie en dat verdraagt geen al te aanwezige editing. Je mist dan de close ups en inserts die je zo handig kunt inzetten om spanning op te bouwen. De regisseur kan in een spannende scène niet zomaar een shot van een zweetdruppel op iemands voorhoofd laten zien om de spanning te verhogen.” Maar glasscherven die op me  afvliegen of een maniak die me helemaal verrot scheldt, houden mij bij Catatonic met gemak op het puntje van mijn (rol)stoel. Toch ik ben minstens zo nieuwsgierig naar films zonder ‘spookhuis-effecten’, zoals Ashes to ashes/ Opa Eikel. De mogelijkheden van deze relatief nieuwe vertelvorm zijn nog lang niet allemaal verkend.
 
Wie na al deze voorbeelden de plussen en minnen op een rij zet, komt tot een haast paradoxale slotsom: Virtual Reality stelt je meer dan ooit in staat de kijker optimaal bij een film te betrekken, maar als je niet bewust omgaat met de beperkingen van het medium ben je de kijker ook weer razendsnel kwijt. “De toeschouwer bepaalt zelf welke kant hij opkijkt en wij als makers moeten dat sturen”, concludeert Van Kooten. “Lastig misschien, maar dat is voor makers nou juist het leuke van deze vorm: jij regisseert de kijker.”
 
 
Kijk hier:
Catatonic
Help!
Special delivery
Real memories
 
Still Catatonic
Foto Anne Barhoorn: Peter Dellenbag