29 april 2019

De Cock en het raadsel van de knorrige speurneus

Door Gertie Schouten

Van de boeken werden naar verluidt zeven miljoen exemplaren verkocht, de tv-serie trok op zijn top in 2003-2004 per aflevering gemiddeld 2,8 miljoen kijkers, de nieuwe film scoort in de bioscoop en succes voor de aansluitende televisieserie kan haast niet uitblijven. Waarom is Baantjer zo ontzettend populair?

Om te beginnen: Klem heet niet Ketelaar en Penoza niet Korthuis. Het is best opmerkelijk dat een dramaserie is genoemd naar de schrijver die erachter zit. Want Baantjer verwijst naar Appie Baantjer (1923-2010), een rechercheur die 38 jaar op het politiebureau Warmoesstraat in Amsterdam werkte en vanaf 1953 tientallen detectives schreef over het speurwerk van inspecteur Jurre de Cock. Later schreef ook Peter Römer nog 15 Baantjer-titels, op basis van afleveringen van de tv-serie. In september komt de nieuwste uit, ‘De Cock en de levende dode’.

Peter Römer, Gerrit Mollema en Simon de Waal stonden aan de wieg van de tv-serie, vertelt die laatste. “Nadat Peter met het idee kwam, hebben we lange gesprekken gehad hoe de serie vorm moest krijgen.” Er werd al snel één knoop doorgehakt: de personages uit de boeken zouden dezelfde blijven, maar de verhalen niet. "Appie gebruikte in zijn boeken erg veel ‘de klop op de deur’ van de recherchekamer; dan kwam er weer een getuige binnen met nieuwe informatie. Prima in een boek, maar niet te doen in een script voor een tv-serie, met alle wetten van opzetten en inlossen.”

In Nieuwe Revu beschrijft Gerrit Mollema hoe ook 'Handige Henkie' werd geschrapt, een 'inbreker met een hart van goud', “waarmee de speurder zich keer op keer wederrechtelijk toegang verschafte tot huizen van verdachten en getuigen, om daar bewijs achterover te drukken. Makkelijk om een plot rond te breien, maar toch niet doen. Ten eerste omdat inbrekers met een hart van goud in de jaren '90 al niet meer bestonden. Maar belangrijker: de kijker zou na vier afleveringen afhaken met de gedachte: zo kan ik ook een moord oplossen.” 

Op televisie werd de eerste aflevering van twaalf veelbekeken seizoenen Baantjer op 6 oktober 1995 uitgezonden. De serie bezorgde acteur Piet Römer – de vader van Peter, als de knorrige maar gedreven inspecteur Jurre de Cock, zijn belangrijkste rol. Ook Dick Vledder (Victor Reinier), Ab Keizer (Martin Schwab), Vera Prins (Marjan Mudder) en bijvoorbeeld commissaris Buitendam (Serge-Henri Valcke) waren vaste waarden.

Vast stramien

In de loop van de tijd hebben veel scenaristen aan Baantjer meegeschreven. De Waal denkt dat hijzelf rond de 25 afleveringen heeft geschreven. “Geen idee meer hoeveel precies. Het was gebonden aan heel strenge regels, uiteindelijk liepen veel schrijvers tegen het de grenzen van het format aan. Vooral de eindscène bij de vrouw van De Cock thuis, dat was echt lastig schrijven elke keer, en daar probeerden ze mee te schipperen. Maar Baantjer was een waanzinnig succes, dus dan kun je moeilijk beweren dat het anders moet. Het stond in steen gebeiteld.”



Dat vaste stramien heeft zelfs Wikipedia gehaald. Elke aflevering bestond uit 1) De ontdekking van het lijk. 2) Credits 3) De autopsie en het ondervragen van getuigen en verdachten. 4) Buitendam wil De Cock in zijn kantoor spreken, veelal omdat hij de werkwijze van De Cock afkeurt. Hij eindigt steevast met: "D'r uit De Cock". 5) De Cock en Vledder halen een drankje in het café van Lowietje. Regelmatig krijgt De Cock hier een idee dat tot de oplossing van de moord leidt. 6) Verdere ondervragingen en de bekentenis van de hoofdverdachte. 7) Reconstructie van de moord in een flashback. 8) Slotscène in het huis van De Cock, waarbij bijna altijd mevrouw De Cock verschijnt.

De herkenbaarheid zit ook in de details. De Cock spelt steevast zijn naam als hij zich voorstelt: “De Cock, met Cee ooo cee ka” en gooit altijd zijn hoed op de kapstok (die stonden samen nog jaren in de vergaderzaal van Goede Tijden Slechte Tijden). De voorspelbaarheid is een van de charmes van de serie, schreef Daan Doesborgh van VICE onlangs in het artikel ‘Waarom Baantjer de beste tv-serie ooit is’: “Talloze keren dreigt het moordonderzoek volledig naar de haaien te gaan omdat commissaris Buitendam zich zo nodig aan de regels wil houden. Het is dan maverick De Cock die zijn speurneus achterna gaat en met zijn feilloze instinct de boel oplost. Gek (…) dat een serie die draait om ongehoorzaamheid tegelijk zo voorspelbaar is. (…) Baantjer is een prima serie om te kijken met een bingokaart vol shotglaasjes op schoot. Je wordt gegarandeerd dronken.” In een bepaalde periode sloeg Vledder in elke aflevering een Yakult achterover. Maar dat was dan weer in het kader van de gesponsorde content, iets wat in Baantjer veelvuldig voorkomt.

Appie Baantjer was niet bij de televisieserie betrokken. “Die had daar geen behoefte aan. Hij was druk met schrijven en ging bijvoorbeeld ook het land in om voordrachten te houden. Maar hij vond het wel heel leuk”, zegt De Waal. Hij kende Appie Baantjer goed, want ze werkten jarenlang samen als rechercheur op bureau Warmoesstraat. “We hebben het er toen vaak over gehad om een keer iets met zijn tweeën te doen.”

Raampoort

Dat gebeurde pas later: “Appie Baantjer stopte met de boeken nadat zijn vrouw was overleden, hij was in diepe rouw. Maar na twee jaar belde hij me dat hij wel zin had om iets samen te doen.” Zo ontstonden de Baantjer en De Waal-boeken, waarin niet De Cock en Vledder, maar twee rechercheurs op bureau Raampoort centraal stonden, want De Cock mocht van Appie van zijn welverdiende pensioen genieten." Het leverde later de SBS-serie Bureau Raampoort op, die echter na één seizoen stopte na veranderingen in de SBS-top.

“We schreven om en om een hoofdstuk. We startten gewoon met een heel spannend begin, waarbij je nog eindeloze mogelijkheden had, en dan keken we wel wat er gebeurde.” De sport was om het elkaar moeilijk te maken. “Zo had ik bijvoorbeeld een keer geschreven dat de dochter van een slachtoffer enig kind was en liet Appie een zus opduiken. Ik zei toen tegen hem: ‘Je hebt je vergist, dat kan niet.’ Waarop hij zei: ‘Nee, ik weet wel dat je dat hebt geschreven. Je redt je er maar uit.’” Nadat Appie Baantjer was overleden, schreef De Waal de boeken in zijn eentje. Er verschenen twaalf delen.

Dat de tv-serie Baantjer zo enorm populair werd is volgens De Waal te danken aan een combinatie van factoren: “Mensen vinden het leuk om mee te puzzelen, de personages zijn sympathiek, het is gemoedelijk, met wat humor. Je werd in de serie aan het handje meegenomen door De Cock. Je had het idee: het komt goed, hij lost het op. En het is altijd fijn om te zien dat misdaad anderen overkomt en niet jouzelf. Daarnaast was het moment van uitzending natuurlijk geweldig. Vrijdagavond half negen, wat wil je nog meer.”

Daan Doesborgh van VICE noemt nog een andere reden waarom hij idolaat is van Baantjer: de “eendimensionale personages”, waardoor “iedereen een typetje [speelt]. Als Thomas Acda een taxichauffeur speelt dan zet hij zijn Amsterdamse accent lekker vet aan, waardoor alles wat hij zegt 30% grappiger wordt”; en ook de dialogen, en de BN’ers met bijrollen, waarvan een extreem lange lijst bestaat. “Elke aflevering is één grote wie-is-het, of eigenlijk vooral een wie-was-dat-ook-alweer. Van een piepjonge Froukje de Both als fotomodel tot een doodenge Johnny Kraaijkamp sr. die een moord in Indonesië onder het tapijt probeert te vegen (…). Best gecast: Prem Radhakishun als louche voetbalmanager en Beau van Erven Dorens als doorgesnoven projectontwikkelaar.”

Piet, Peter, Thijs

Met Piet en Peter waren de Römers al nauw met Baantjer verbonden en dat heeft zich doorgezet in de volgende generatie. Peter en zoon Thijs bedachten het plan voor de film Baantjer het begin, die sinds de 18e april in de bioscoop draait, en de achtdelige serie die daaraan is gekoppeld en door RTL en Videoland zal wordt uitgezonden. Thijs Römer, Willem Bosch en Carlo Joos schreven het scenario voor de film, Dag Neijzen de dramaturgie, Arne Toonen regisseerde.

De keuze om niet een sequel, maar een prequel te maken is uitstekend gevonden. Jurre de Cock (Waldemar Torenstra) komt als groentje vanuit het streng christelijke Urk naar het heftige Amsterdam van de jaren tachtig, waar penoze, politie, junks en krakers tegenover elkaar staan. “Het was een heel gewelddadige tijd, de heftigste periode sinds de Tweede Wereldoorlog. Nog veel gewelddadiger dan in de film”, zei Arne Toonen onlangs in het Radio 1-programma Kunststof. Hij stak bij het researchen onder anderen zijn licht op bij Simon de Waal, die in die periode ook rechercheur was in Amsterdam.

De arena van de film, Amsterdam aan de vooravond van de kroning van prinses Beatrix, had in een oude Baantjer-aflevering niet misstaan. En binnen vijf minuten komen voor het eerst de overbekende woorden: “De Cock. Met Cee ooo cee ka.” De jonge De Cock maakt beginnersfouten, maar bewijst zich al snel als de beheerste rechercheur die nooit vloekt en beter dan anderen doorziet wat er aan de hand is.

Toonen vond aanpassingen van het “formatmatige” en wat “gedateerde” van de oude Baantjer echter onvermijdelijk. “Het publiek is tegenwoordig een bepaalde vertelwijze, beeldtaal en tempo gewend. Kijk bijvoorbeeld naar Netflix-series als Mindhunter, Narcos of Stranger Things, die zien er visueel spectaculair uit en spelen zich ook af in de jaren ’70 en ’80”, schreef hij in zijn regievisie.

Baantjer het begin is inderdaad veel rauwer, harder en meer een actiefilm dan de oude politieserie. Voor je het weet is Jurre verwikkeld in een spectaculaire achtervolging door huizen en stegen op de Wallen, die eindigt met een duik in de gracht. Baantjers partner is nog niet Dick Vledder, maar de grillige sjoemelaar Tonnie Montijn (Tygo Gernandt). En tegen het einde is er een schietpartij waar de schrijvers van de oude Baantjer-afleveringen alleen maar van konden dromen.

Het gaat in de film ook om veel meer dan het oplossen van een moordzaak: om terroristische dreiging, cocaïnesmokkel, Jurre wordt verliefd. Goed en slecht lopen door elkaar heen. En hoewel veel BN’ers zich bij Toonen aanboden om lijk te zijn, net als vroeger, heeft de dode die Jurre aantreft in het water geen bekend gezicht. Natuurlijk, bureau Warmoesstraat, de humor, de geelbruine kleuren en de Polygoonbeelden helpen, maar het is toch vooral het personage van De Cock waardoor je voelt dat je in een Baantjerfilm bent terechtgekomen. Zijn ontwikkeling is aan het einde van de film overigens nog heel ver af van de Piet Römer-De Cock, dus bij succes van deze prequel is er nog alle ruimte voor een sequel met de Waldemar Torenstra-De Cock.

Luguber

Blijft de vraag waarom politie- en misdaadseries zo enorm populair zijn, of het nu gaat om het gemoedelijke Baantjer, of hardere series als Penoza, Klem of Breaking Bad. Is het niet nogal luguber dat wij zo graag kijken naar marteling, moord en doodslag?

Een lezenswaardig Volkskrant-artikel uit 2014 probeerde daar aan de hand van wetenschappers een antwoord op te geven:  “(…) In het artikel met de pakkende kop Entertainment as Pleasurable and Meaningful: Identifying Hedonic and Eudaimonic Motivations for Entertainment Consumption, schrijven [de Amerikaanse hoogleraar mediastudies Mary Beth, gs] Oliver en co-auteur Arthur A. Raney dat we niet alleen naar entertainment kijken om er een plezierig gevoel van te krijgen (de hedonische motivatie), maar dat al die andere, minder opgewekte, emoties kunnen bijdragen aan persoonlijke ontwikkeling, expressie en zelfverwerkelijking; het zogeheten eudemonistische geluk.

(…) Het is dus niet vreemd dat we vaak meer uren doorbrengen met lul Don Draper, terrorist Nicholas Brody, grootheidswaanzinnige Daenerys Targaryen, hysterische Carrie Mathison of hufter Frank Underwood dan met onze eigen vrienden die tenminste wel een beetje normaal blijven doen. Sterker nog: personages uit de series klootzakken of niet kunnen eenzaamheid of verdriet verzachten. Dat beweren tenminste drie Amerikaanse onderzoekers in het Journal of Experimental Social Psychology. (…) Een andere studie liet zien dat het denken aan je favoriete televisieserie een buffer opwerpt tegen dalingen in je zelfverzekerdheid en humeur en tegen het gevoel van afwijzing. De televisie vervult daarmee, zo schrijven de onderzoekers, de functie van 'sociaal surrogaat': de parasociale beleving kan als gevolg hebben dat we het gevoel krijgen ergens bij te horen.”

De NOS interviewde vorig jaar Dan Hassler-Forest, mediawetenschapper en docent op de Universiteit Utrecht over waargebeurde misdaadverhalen. Hij stelde dat angst misschien wel de reden is waarom we true crime zo interessant vinden. ‘Er is een theorie die zegt dat gevoelens van angst sterker zijn dan gevoelens van plezier. Dat heeft te maken met ons overlevingsinstinct. We reageren instinctief sneller op angst, we raken meer op onze hoede. True crime speelt op die angst in’, volgens Hassler-Forest.

De adrenaline die vanuit angst ontstaat, kan omgezet worden in dopamine, waardoor je je even iets gelukkiger voelt. "Het is te vergelijken met een ritje in de achtbaan. Er is een tweestrijd. In je hoofd weet je dat het veilig is, maar je lichaam geeft een gevoel van doodsgevaar af. Daardoor ontstaat er ontzettende opluchting als de rit er op zit. Een kick", aldus Hassler-Forest in het NOS-verhaal.

Voor degenen aan wie psychologische bespiegelingen niet besteed zijn, is er altijd nog de nuchtere reactie van Simon de Waal. “Waarom we zo van misdaadseries houden? We zijn allemaal toch eigenlijk een beetje ramptoerist.”

Foto's Martijn van Gelder