2 mei 2015

Burgermannen in de hiphopwereld

Door Bart Juttmann

Ooit golden hiphoppers De Masters als grote belofte, vooral in de ogen van de vier mannen zelf. Maar succes bleef uit en de groep viel uiteen. Vele jaren later, als Aziz, één van De Masters, wegens achterlopende alimentatie het contact met zijn zoontje dreigt te verliezen, komt hij met een plan om geld te verdienen: hij brengt zijn oude crew weer bij elkaar. Maar kunnen deze vier vastgelopen dertigers hun weg nog wel vinden in de rapwereld?

Ziehier het recept voor een lichte komedie, die in de stijl van The Full Monty en All Stars ook een melancholische ondertoon bevat over ouder worden en levens die anders lopen dan verwacht. De Masters is het geesteskind van hoofdrolspeler Mimoun Oaissa, die tien jaar geleden ook het initiatief nam voor de succesvolle multiculti komedie Shouf Shouf Habibi. Het scenario schreef hij samen met regisseur Ruud Schuurman, die eerder de serie Flow ontwikkelde, die zich afspeelt in de rap-wereld.

Waarom wilden jullie dit verhaal vertellen?
Mimoun Oaissa: “Mijn uitgangspunt was een komedie over rappers, geen succesvolle rappers maar jongens die dromen van succes. Het was de bedoeling dat ik de hoofdrol zou spelen. Het project bleek tijd nodig te hebben om te ontwikkelen, dus ik werd ouder en met mij ook de hoofdpersonen. Mijn karakter Aziz is de hele tijd bezig met het verwezenlijken van zijn droom, ondanks dat iedereen is doorgegaan met zijn leven. Dat thema is voor mij heel persoonlijk. Toen ik net van de toneelschool kwam, heb ik het initiatief genomen voor Shouf Shouf Habibi. Mensen om me heen zeiden, “Je bent gek! Weet je wel hoe moeilijk het is om een film van de grond te krijgen?” Dit gegeven is heel herkenbaar voor mensen die een eigen zaak beginnen of een creatieve droom najagen. Het is mijn persoonlijke verhaal, dat we breder hebben gemaakt en naar komedie hebben getrokken.”


Ruud Schuurman: “Voordat ik erbij betrokken raakte, had Mimoun al een aantal richtingen uitgeprobeerd. Wij hebben gekozen voor een vaderzoon-relatie. Dat was voor mij de kern. Het thema van een dertiger die volwassen wordt, kun je op die manier goed uitwerken. Vandaaruit zijn we gaan nadenken hoe we de andere karakters konden invullen, zoals het personage van Willie Wartaal die na al die jaren nog steeds bij een pizzeria werkt en enorm tegen de maatschappij aanschopt. Of Donny, die weliswaar een vette baan heeft, maar niet gelukkig is bij zijn vrouw. Het is allemaal uitvergroot, maar de emoties moeten kloppen en herkenbaar zijn.”

Hoe heb je jouw ervaringen met de serie Flow benut bij deze film?
Schuurman: “Je hebt in de hiphop wereld heel veel van die gasten die beroemd willen worden en dat gaat natuurlijk niet gebeuren. Rappen lijkt heel makkelijk, net als scenarioschrijven trouwens. Die gasten denken, dat kan ik ook. Dat gegeven prikkelde mij toen Mimoun met dit verhaal kwam aanzetten. Maar wat me ook opviel is dat je te maken hebt met een aspect uit de multiculturele samenleving waar je weinig over ziet, een wereld waarin kleur er niet zoveel toe doet. Die gasten gaan op een normale manier met elkaar om, of ze nou een Surinaamse achtergrond hebben of een Marokkaanse.  Het feit dat Aziz een Marokkaan is, speelt geen grote rol in de film.”

Hoe functioneren jullie als scenarioteam?
Oaissa: “Ik had het idee bedacht en de basis gelegd voor het verhaal met allerlei ideeën voor scènes en karakters, en het einde. Maar het ging nog alle kanten op en er waren nog hele blokken en lijnen die moesten worden ingevuld. Vanaf het moment dat Ruud betrokken was, konden we er meer een duidelijk verhaal van maken en hebben we echt keuzes gemaakt. Ruud’s talent om structuur aan te brengen en keuzes te maken was een hele goede aanvulling en een tegenwicht voor mij, als ik weer met nieuwe ideeën kwam. Hij begrijpt ook heel goed hoeveel tijd iets kost. Als ik met een idee kwam, zei hij wel eens, ‘Dat kost vijf minuten screentime, dat moeten we niet doen.’ Zo ben je ook elkaars geweten als het ware. Je houdt elkaar met beide voeten op de grond.”

Schuurman: “We hebben eerst het hele verhaal uitgelijnd. Daarna zijn we gaan brainstormen. Dan schrijf ik de eerste versie van een scène en gaat Mimoun daar overheen; we pingpongen wat heen en weer. Mimoun snapt heel goed hoe een film over de hele linie werkt. Hij is ook heel goed in dialogen. Ik ben vrij goed in het bedenken van tragikomische situaties.”

Oaissa: “Als ze Donny erbij moeten halen, bedenkt Ruud bijvoorbeeld de grap dat zijn collega’s een briefje op zijn rug hebben geprikt met een lul erop getekend. Dat vind ik ontzettend geestig. Dan bedenk ik er weer bij dat zijn vrouw binnen komt vallen. Zo werkt dat proces. Hopelijk hou je het beste van elkaars werk over, want het is ook een soort filteren. We hebben er niks ingelaten waarvan een van ons dacht dat het niet zou werken. Soms verschilden we van mening en dan begon het proces van elkaar overtuigen. Dat je iets gewoon ‘mooi’ vind, is geen argument. Je moet dieper graven naar het komische of dramatische principe wat er achter ligt.”

Waar lagen de grote uitdagingen bij het vinden van een balans tussen tragedie en komedie?
Oaissa: “De plotlijn van Aziz, zijn zoontje en zijn vrouw is meer drama dan komedie, want je moet meegaan in de ontroering. Dus waar het op neer kwam, was dat veel van de grappen van de bijrollen moesten komen. Dat zijn allemaal duidelijke, vrij extreme karakters, die gokken en jatten van hun moeder. Als je dat de hoofdpersoon laat doen, loop je grote kans dat je het publiek kwijt raakt. Aziz werd dus het skelet dat het verhaal overeind houdt en de andere rollen mochten de komedie voor hun rekening nemen.”

Schuurman: “Het is eigenlijk net als bij een film als Knocked Up. Daar zijn de bijfiguren ook veel grotesker dan de hoofdpersonen. De grote uitdaging is om de kijker in negentig minuten met Aziz te laten meegaan. Hij moet grappig zijn, maar hij kan niet zo volledig losgaan als Ruben van der Meer of Willie Wartaal. Dat is af en toe wel lastig. Ook serieuze scènes van Aziz moeten grappen hebben, zonder dat het melig wordt. Dat probeer je bij de scène waarin hij de nieuwe vriend van zijn ex ziet. Dat was de lastigste opgave voor Mimoun als acteur. Ik ben ontzettend blij met hoe hij dat voor elkaar heeft gekregen.”

Zijn de rollen geschreven met deze karakteristieke acteurs in gedachten?
Oaissa: “De rol van Aziz hebben we op mij geschreven. De rol van Ruben van der Meer hebben we ook voor hem bedacht. Pas in een veel later stadium hebben we Willie Wartaal en Guido Pollemans gecast, omdat zij het ’t beste deden. Bij een casting moet je kijken naar hoe de groep met elkaar is, of het klikt en dat je de vriendschap gelooft. Dat was op verschillende niveaus even zoeken. Zowel bij Guido als bij Willie keken Ruud en ik elkaar aan en zeiden, ‘dit is het gewoon’.”


Schuurman: “Deze acteurs improviseren de ene grap na de andere. Dan moet je scherp blijven in de edit. De scènes moeten een vertellende kracht hebben en van daaruit maak je ze grappig. Daarom hebben we heel veel grappen weggegooid in de montage, omdat je toch verder moet met je verhaal.”

Oaissa: “Er zijn veel grappen bijgekomen, maar negentig procent stond al in het script. Het leuke is dat het niet zo lijkt, omdat het zo goed wordt gespeeld. Die tien procent extra die de acteurs erin stoppen, maakt het geheel wel af. Want, cast je niet goed en speelt een acteur heel stijf, dan kun je schrijven wat je wilt, maar dan wordt het geen film, dan kan je beter het script naar het publiek opsturen.”

Op een gegeven moment sta je op de set en zijn jullie geen scenaristen meer, maar regisseur en acteur. Was dat geen lastige overgang?
Schuurman: “Dat ging wel soepel. Het was prettig dat Mimoun het script van binnen en van buiten kent. Dan kun je het er met hem over hebben op de set. Hij had er vertrouwen in, maar kon mij ook waarschuwen als ik de verkeerde kant op ging.”

Oaissa: “Ik zat zo een beetje in elke scène en was daar de hele dag mee bezig. Af en toe roep je wel suggesties naar tegenspelers, maar niet te veel, want daar heb je gewoon geen tijd voor. Bovendien hadden we mensen mee aan boord genomen waarvan we wisten dat ze het goed zouden doen. Het was aan Ruud om er als regisseur uit te halen wat er in zat. In de montage heb ik nog feedback gegeven. Net als producent Tom de Mol, de distributeur en cameraman Guido van Gennep. Iedereen moest tevreden zijn. Een film maak je niet alleen. Het was aan Ruud om er voor te zorgen dat er geen compromis zou komen, maar dat de film er sterker uit zou komen.”

Wat was jullie drijfveer om deze film te maken?
Schuurman: “Aan een speelfilm werk je een paar jaar, dus dat betekent dat je er wel mee moet connecten. Bij Ik omhels je met 1000 armen, waarvoor ik het script heb geschreven, was het iets heel simpels. Door het ziekteproces van de moeder van de hoofdpersoon, gaat hij anders in zijn leven staan. Dat is een kernemotie die ik heel herkenbaar vind. Bij deze film ging het om het idee van dertigers die tegen hun eigen mogelijkheden aanlopen. Ik zoek altijd naar een primair gevoel.”

Oaissa: “Shouf Shouf Habibi is ooit ontstaan omdat ik dacht, ‘het kan heel lang duren voordat er een goede rol voorbijkomt voor een Marokkaans-Nederlandse acteur. Ik kan die beter gewoon zelf bedenken.’ In zekere zin ben ik blij dat ik die achterstand had, want het heeft mijn ogen geopend voor wat nou eigenlijk een goede film oplevert. Dat betekent niet dat een film altijd bij de acteur hoeft te beginnen, maar er moet wel een kern achter zitten die bij de hoofdrolspeler past. Dat kon ik doen door het verhaal zelf te ontwikkelen en er de beste persoon bij te vinden om het mee uit te werken. Ik geloof niet dat acteurs alles kunnen spelen. Dat is iets wat acteurs graag willen, die veelzijdigheid, maar daar zit het publiek vaak niet op de wachten. Je moet vooral doen waar je goed in bent. Ik zou niet weten hoe ik mezelf zou moeten omschrijven, maar ik vind de combinatie van komedie en ontroering belangrijk en ben blij dat ik in Ruud de juiste man heb gevonden om het scenario en de film tot een goed einde te brengen. Het is ergens ook geluk dat je iemand vindt die je niet alleen op de juiste manier aanvult qua techniek, maar ook –vaak tegen beter weten in- het blinde vertrouwen met je deelt dat de film er gaat komen. Een blind vertrouwen, net als de hoofdpersoon Aziz.”
 
Foto's: Jaap Vrenegoor