8 maart 2015

Akkoord over auteurscontractenrecht

Door Gertie Schouten

Groot nieuws was het. Na jaren waarin producenten, kabelmaatschappijen, VOD-aanbieders, regisseurs, acteurs, distributeurs en scenaristen vechtend over straat rolden, was er half februari dan eindelijk een regeling die de makers recht geeft op een evenredige vergoeding voor de exploitatie van hun werk. Alleen de Eerste Kamer moet nog goedkeuring geven aan het nieuwe artikel 45D, de filmauteurswet, maar dat kan geen probleem zijn. In de Tweede Kamer stemden 148 parlementariërs voor.

Kort voor de kamerbehandeling is een - nauw met de wet verbonden- convenant ondertekend door alle betrokken partijen: de rechtenorganisaties Lira (scenaristen), Vevam (regisseurs) en Norma (acteurs), samenwerkend in PAM (Platform Audiovisuele Makers). En de distributeurs, kabelaars, VOD-aanbieders en producenten, verenigd in RODAP.
Een gemeenschappelijk persbericht van PAM en RODAP, te vinden op alle betrokken websites, staat symbool voor de nieuwe eenheid in de filmsector, aldus scenarioschrijver Robert Alberdingk Thijm, bestuurslid en medeonderhandelaar namens Lira. Hij is “heel erg opgelucht”, zegt hij. “Voor het eerst – eindelijk - staat onomwonden vast dat makers voor iedere uitzending van hun werk opnieuw een vergoeding moeten krijgen van de eindexploitant.”
 
Waarom was er een wet en daarnaast ook nog een convenant nodig?
“In het nieuwe artikel 45D is opgenomen dat de producenten alle exploitatierechten krijgen. Ze moeten daar wel een vergoeding voor betalen. Het handigst zou zijn geweest om dat verplicht collectief te doen, maar de wetgever was bang dat PAM dan net zo machtig zou worden als Buma/Stemra.
Nu staat er in de wet dat exploitanten de vergoedingen op vrijwillige basis collectief kunnen afdragen. Maar aangezien niemand ooit vrijwillig geld heeft betaald, moesten we een systeem bedenken waardoor de eindexploitanten via een hele keten van contracten toch verplicht zouden worden af te dragen.
Het is heel bijzonder dat het gelukt is om dit met alle omroepen, producenten en distributeurs te regelen. Het laat trouwens ook zien dat filmmakers graag afspraken maken en niet tegen exploitatie van hun werk zijn. Integendeel. Alleen moeten ze er wel van kunnen leven.”
 
Wie kunnen het meest tevreden zijn met de nieuwe regeling?
“Zowel RODAP als wij hebben slimme, creatieve oplossingen bedacht om afspraken voor makers (vergoedingen) en voor exploitanten (ongestoord gebruik en verantwoorde bedrijfsvoering) mogelijk te maken. Er is daarom geen sprake van winnaars of verliezers. We hebben allemaal gewonnen. Dat wilden we tot uitdrukking brengen in een gezamenlijk persbericht.”
 
Zijn Lira en PAM tevreden met het afgesproken bedrag voor kabeldoorgifte van Nederlandse zenders?
“De vergoeding die wordt betaald aan PAM is 18 cent per abonnee per maand. Dat geld moet bij elke afzonderlijke exploitant (Ziggo, UPC, Delta, Zeeland Net, KPN, Vodafone et cetera) opgehaald worden. Voor Lira en de scenaristen betekent het een kleine achteruitgang ten opzichte van de kabelincasso. Aan de andere kant krijgen nu ook de acteurs voor het eerst een kabelvergoeding en dat vinden we heel terecht.”
 
Een belangrijk punt van de makers was dat de gewone, lineaire kabeldoorgifte (en het kijken met de programmagids op schoot) steeds minder populair is met de opkomst van video on demand (VOD). Komt dat wel goed?
“Voor de Nederlandse VOD-markt is een harde vergoedingsaanspraak in het leven geroepen, daar ben ik blij mee. In 2015 is er één miljoen euro beschikbaar, betaald door de VOD-aanbieders. Dat is een beetje een symbolisch bedrag, omdat niemand weet hoe populair VOD eigenlijk is. Dat is concurrentiegevoelige informatie.
Een 'expertgroep' gaat deze markt daarom onderzoeken. Behalve de voorzitters van PAM en RODAP - Felix Rottenberg en Medy van der Laan- zitten in deze groep ook mensen die alles weten van techniek, digitaal gebruik, de markt, verdienmodellen en juridische en economische aspecten.”
 
Gaat de Lira-rechtszaak tegen de kabelmaatschappijen door, ondanks de nieuwe regeling?
“Kabelaars hebben Lira sinds oktober 2012 niet meer betaald voor doorgifte. De rechter heeft bepaald dat voor deze periode een zogeheten schadestaatprocedure gevoerd moet worden, om de schade van Lira vast te stellen. Die schade moet door de kabelaars vergoed worden. De kabelmaatschappijen zijn het niet eens met het oordeel van de rechter en willen dat tot aan de hoogste instantie aanvechten.”
 
Nog iets wat buiten het akkoord is gebleven: lineaire doorgifte van buitenlandse kanalen. Waar gaat dat over?
“In Nederland worden heel veel buitenlandse zenders doorgegeven. Denk aan de BBC, de Duitse publieke omroepen, die uit Frankrijk, de Italiaanse, de Spaanse etc. Organisaties zoals Lira en Vevam horen daarvoor vergoedingen te incasseren. Daarover gaan we nu ook praten. Het kan natuurlijk niet zo zijn dat het voor Nederlandse makers geregeld wordt, maar voor buitenlandse collega's niet.”
 
De nieuwe regeling wordt over vijf jaar geëvalueerd. Wat zou er kunnen misgaan?
“Digitalisering heeft de afgelopen tien jaar de manier waarop we media gebruiken totaal op zijn kop gezet. Alle partijen hebben zich aan die nieuwe werkelijkheid moeten aanpassen om te kunnen overleven. De omroepen, de producenten, de distributeurs en ook wij. Iedereen was bang om in deze mediarevolutie het onderspit te delven.
In de oude wereld konden wij makers, op basis van onze auteursrechten nog iets zeggen over het gebruik van ons werk. We moeten accepteren dat we dat in deze nieuwe wereld niet kunnen en niet moeten wíllen kunnen. Kortom: we moeten durven de controle los te laten en te vertrouwen op anderen in de mediaketen. Dat geldt trouwens ook voor de omroepen, de producenten, de makers en de distributeurs. We hebben elkaar allemaal nodig."
 
Zullen die anderen inderdaad vertrouwen hebben in ons, de makers?
“We hebben laten zien dat we waardevolle gesprekspartners zijn. Niet alleen aan tafel met RODAP, maar ook bij de verschillende ministeries en Tweede-Kamer fracties. Maar het is nu tijd dat we ook binnen de Nederlandse filmwereld - met name bij het Filmfonds, maar ook bijvoorbeeld bij de Publieke Omroep - als logische gesprekspartner worden gezien. Nu lijken alle contacten te lopen via producenten.” 

Jij bent nauw betrokken geweest bij de strijd voor gedegen auteurscontractenrecht. Hoe kijk je erop terug?
“Ontzettend veel mensen zetten zich al jaren met hart en ziel in voor de positie van makers, bij de rechtenorganisaties, beroepsverenigingen, in besturen. Filmmakers en acteurs die in hun vrije tijd ik weet niet hoeveel bezoekjes aan Den Haag hebben afgelegd. Makers en acteurs staken hun nek uit en speldden een button op. Parlementariërs hielpen, fractiemedewerkers...
Ook ik heb een kleine rol kunnen spelen. Mijn vertrouwen in de toekomst is groot. Het belangrijkste is dat alle betrokkenen elkaar in de ogen blijven kijken. Uiteindelijk maken we samen toch de allermooiste, leukste, meest bijzondere en belangrijke programma's en films.”

foto: Wineke Onstwedder