26 april 2017

column

Door Jean van de Velde

Staken? Eerst samen de audiovisuele industrie versterken

Waarvoor zouden wij staken als wij zouden gaan staken? In Amerika dreigt de vakbond van scenarioschrijvers, de WGA, met een staking als de ziektekosten en de pensioenkosten voor schrijvers niet beter geregeld worden en als er geen hogere salarissen betaald gaan worden nu de studiowinsten de afgelopen tien jaar verdubbeld zijn en het gros van de schrijvers daar op geen enkele wijze van meeprofiteert.

Sterker nog, in het Amerikaanse televisieveld hebben de afgelopen jaren de technologische veranderingen (Video on Demand, Netflix) tot een aantal specifieke beroepsgerelateerde veranderingen geleid, die een drastische daling van inkomsten voor de scenarioschrijvers heeft betekend. Series hebben de helft minder episodes per seizoen, waardoor schrijvers minder afleveringen hoeven te schrijven, maar meer rewrites, dus voor hetzelfde salaris twee keer zolang aan een aflevering werken en ondertussen door exclusiviteitscontracten niet aan andere series mogen werken. Interessant gevolg: kwaliteit gaat omhoog (!), verkoop van series stijgt, studio’s verdubbelen hun winsten, schrijvers verdienen per jaar ruim 30 tot 40 procent minder.

Financieel meedelen in het succes van streaming, Uitzending Gemist, VoD is ook hier een heikel issue. Er wordt over onderhandeld in het PAM/Rodap-dossier, mede namens de sectie Netwerk Scenarioschrijvers, in de personen van Frenky Ribbens, Sytske Kok en Annemarie van Toorn.

"Je wordt toch betaald voor je scenario?", is een vaak gehoord argument. "Waarom moet je dan ook nog meedelen in het eventuele succes? Neem dan het risico, schrijf voor niks en laat je betalen op basis van top of flop." Maar dat salaris dat ik krijg, is toch subsidie, is toch overheidsgeld waarvoor ik en iedereen belasting betaal, wat toch opgehaald is op basis van velletjes papier die ik meestal voor niks heb geschreven en ingeleverd heb bij een overheidsfonds of overheidsomroep. En de producent en de regisseur krijgen toch ook salaris. Ook van de overheid via subsidie. De omroep zelf krijgt toch ook zijn geld van de overheid, van de belastingbetaler van mij en iedereen? Hebben die dan meer recht op meedelen in het succes of op winstuitkering? Goed, over honorering en over kabelgeld en VoD-geld zal nog heel lang onderhandeld en gesteggeld worden. De Ziggo-actie van een aantal jaren geleden was onze wijze van staken.

Zouden we om secundaire voorwaarden staken? Ik weet er wel een: het recht op wachtgeld. Hoe lang mag een overheidsdienaar nemen voor hij of zij een beslissing neemt over het al dan niet toekennen van belastinggeld aan een aanvrager?

Het Filmfonds houdt zich overwegend keurig aan een termijn tussen aanvraag en uitspraak van ongeveer zes weken. Vier weken zou beter zijn, maar we doen het ermee. Nee, dan de omroepen! Hoe kun je als schrijver je beroepsleven plannen als ze je zeggen dat je binnen twee weken iets te horen krijgt en je drie maanden later een reactie verneemt, op basis waarvan je geld krijgt om iets uit te werken dat je binnen je deadline oplevert om vervolgens – ‘over twee weken hakken we de knoop door’- nog eens tien weken later te vernemen dat de knoop nog niet doorgehakt is?! Zouden we daar niet eens een fatsoenlijke afspraak over kunnen maken? De overheidsambtenaar namens de omroep, die overigens al die maanden dat wij wachten rustig doorbetaald wordt, houdt een van tevoren afgesproken termijn aan voor een reactie, vooruit zes weken, en iedere week langer krijgt de aanvrager een bedrag uitgekeerd en dat noemen we wacht-geld. Want wij wachten alsmaar op eigen kosten. Op zijn minst is het een stok achter de deur van de televisie om fatsoenlijker met zijn aanvragers (schrijver, regisseur én producent) om te gaan.

Toch zit staken er voorlopig niet in. De Auteursbond is een belangenvereniging en geen vakbond met een stakingskas en alles wat er bij hoort. De audiovisuele industrie groeit en groeit maar is nog geen industrie pur sang. Om dat te worden, zullen we voorlopig in plaats van te staken, heel hard moeten samenwerken met de partijen die net als wij belang hebben bij meer geld, meer aandacht en meer respect voor het audiovisuele veld in het algemeen. Die partijen zijn de producenten, de regisseurs, de acteurs, de fondsen. Waar we met elkaar overeenstemmen (meer productievolume, betere filmeducatie, snellere besluitvorming), daar moeten we de regering in Den Haag overtuigen met een eensluidende stem: dat Nederlands drama, documentaire, animatie en alle varianten daarvan van onschatbare waarde zijn voor de vorming van onze culturele identiteit in al haar diversiteit.

Pas als die gezamenlijke strijd leidt tot een substantiële vergroting van onze nationale productie, pas dan kunnen we echt gaan denken aan redenen om te staken.