29 maart 2017

scenariorecht

Door Gertie Schouten

Het is hard vechten voor auteursrechten in de digitale markt

Hoewel de onderhandelingen over auteursrechtenvergoedingen voor scenarioschrijvers vruchten beginnen af te werpen, blijft het een onzeker, traag en moeizaam proces. Eén troost: scenaristen staan niet alleen. Ook journalisten en romanschrijvers hebben in het digitale tijdperk te maken met nieuwe verspreidingsvormen voor hun werk, waar ze niet of slecht voor worden betaald en vaak niet eens toestemming voor hebben gegeven. Auteursrechten gedijen slecht in de onvoorspelbare, snel veranderende internationale markt voor informatie. 

Afgelopen oktober was er weer eens een: een uitspraak in het conflict over de betaling van auteursrechtgelden voor de kabeldoorgifte van televisiedrama. Een tussenarrest van het Gerechtshof in Amsterdam. Het hof bepaalde dat het in strijd is met het Europese recht als scenarioschrijvers geen billijke vergoeding ontvangen voor de exploitatie van hun werk. Het was de volgende ronde in een zaak die al ruim vier jaar sleept. In oktober 2012 staakten de kabelmaatschappijen de betalingen, zich beroepend op technische argumenten. 

Het leidde tot vele gangen naar de rechter. De scenarioschrijvers werden vertegenwoordigd door Lira, de collectieve beheersorganisatie (cbo) die de vergoedingen namens de scenaristen incasseert. Aan de andere kant stonden Ziggo, Zeelandnet, en ook RODAP voegde zich bij de zaak, de koepel van (commerciële en publieke) omroepen, producenten en distributeurs. Het stopzetten van de betalingen deugde niet, oordeelde het Gerechtshof dus. Een belangrijke overwinning voor de scenarioschrijvers. Maar de strijd is nog niet gestreden, want de rechter oordeelde ook dat Lira niet per se namens de scenaristen kon spreken en het geld is nog niet binnen.

Een vergelijkbare oefening in geduld was het jarenlange lobbyen en overleg over de wet en het convenant die de basis vormen voor het nieuwe auteurscontractenrecht. Op basis van de wet, die in werking trad in juli 2015, wordt er nu weer betaald aan de cbo’s van scenaristen, regisseurs en hoofdrolspelers. Dit betreft slechts een deel van de exploitatievormen, de zogeheten ‘basic media services’ (BMS). Dat zijn de kabeluitzendingen en een beperkt deel van Uitzending Gemist, maar niet de steeds belangrijker ‘on demand’-vormen van exploitatie, de Netflixen e.d., ook wel bekend als de ‘extra media services’ (EMS). Voorlopig betalen alleen de RODAP-leden - de NPO, RTL Nederland en de SBS groep; afspraken met de regionale zenders zijn er bijvoorbeeld vooralsnog niet. Kortom, het is allemaal nog lang niet rond. Dat geldt al helemaal voor de EMS, waarover alweer een halfjaar een arbitrageprocedure loopt om tarieven af te spreken, omdat de partijen er sinds 2015 niet uitkwamen.

Blendle

Niet alleen schrijvers van scenario’s hebben te maken met nieuwe, digitale exploitatie van hun werk, waarvoor het moeilijk of onmogelijk blijkt om vergoedingen te krijgen. Blendle lanceerde zijn platform in 2014 zonder dat er toestemming aan journalisten was gevraagd over het hergebruik van hun artikelen – al had Lira er al vooraf op gewezen dat dat zou moeten. Er waren wel afspraken gemaakt, maar alleen met de uitgevers. Blendle stelt zich nog altijd op het standpunt dat dat afdoende is. “Blendle, eLinea (…) verkopen artikelen. Zoals Amazon en Bol boeken verkopen. Als je bij een van die laatste twee een boek koopt, betalen ze daarna de rechthebbende”, schreef in 2014 Blendle-hoofdredacteur Jan Jaap Heij, die zijn dienst een “online kiosk” noemde. Hij bestreed dat bij Blendle sprake is van een nieuwe vorm van publicatie, waarvoor toestemming van de rechthebbende is vereist. Bij klachten moeten auteurs niet bij ons maar bij hun uitgevers aankloppen, vindt Blendle.

Wat gebeurde er sindsdien zoal? Lira ging zegde in augustus 2015 zijn samenwerking met het Nederlands Uitgeversverbond NUV op, omdat onderhandelingen met diezelfde uitgevers over vergoedingen voor digitaal hergebruik van werken door Blendle nergens toe leidden. “Auteurs trekken (…) structureel aan het kortste eind en ontvangen in sommige gevallen - zoals bij Blendle - helemaal geen vergoedingen voor het gebruik van hun werk door derden”, aldus Lira. Het NUV verzet zich volgens de organisatie “bij nagenoeg alle nieuwe digitale exploitatievormen van betekenis” tegen afspraken voor collectieve exploitatie.

Intussen wisten uitgevers wat ze te doen stond: alle rechten opeisen! Dat had ook te maken met de nieuwe wetgeving auteurscontractenrecht en escaleerde snel. In een verklaring uit augustus 2015 stelden Lira, de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ), de Freelancers Associatie (FLA) en drie andere clubs: “Freelance makers worden ernstig onder druk gezet naar aanleiding van nieuwe algemene voorwaarden die door uitgevers, zoals De Persgroep, worden gehanteerd. Uitgevers hebben inmiddels aangegeven dat ze geen opdrachten meer zullen verstrekken wanneer de nieuwe voorwaarden niet worden geaccepteerd of wanneer makers bepaalde rechten bij hun auteursrechtenorganisatie hebben ondergebracht. (….) Middels de nieuwe algemene voorwaarden van bijvoorbeeld De Persgroep willen uitgevers de werken van freelancers onbeperkt kunnen (her)gebruiken. Zo kunnen de werken mede door derden en in binnen- en buitenland worden gebruikt, in onder meer digitale platforms zoals Blendle, digitale archieven en knipselkranten. Hiermee wordt geprobeerd alsnog toestemming van de freelancers te verkrijgen voor dergelijke digitale platforms. Daarnaast worden door middel van de nieuwe algemene voorwaarden van De Persgroep grenzen gesteld aan het eigen gebruik van het werk door de maker en aan het recht van de maker om opdrachten van derden aan te nemen. Ook wordt het recht bedongen om het werk te wijzigen en te gebruiken voor reclamedoeleinden.”

Momenteel onderzoekt de zogenoemde ‘Taskforce Persgroep' (bestaande uit NVJ, FLA, nog drie clubs en ondersteund door Lira en Pictoright) of de algemene voorwaarden voor freelance journalisten van De Persgroep door de rechter kunnen worden getoetst. Blendle profiteert van het juridische vacuüm, is inmiddels aan het uitbreiden in Duitsland en de Verenigde Staten en laat op zijn website journalisten vertellen dat een aparte vergoeding helemaal niet nodig is, zoals freelance journalist Charlotte van ’t Wout, die onder meer werkt voor NRC:
“Ik heb het nooit een probleem gevonden dat Blendle mij niet betaald [sic]: ik maak gewoon goede tariefafspraken met mijn opdrachtgevers. Ik zou ook niet weten waarom ik geld van Blendle moet krijgen. Het kost mij geen extra werk en ik heb er louter voordeel van: een extra marketingkanaal erbij. Sterker nog, dankzij Blendle sta ik sterker bij tariefonderhandelingen: ik kan nu ‘bewijzen’ dat mijn stukken goed gelezen worden.” 

Kobo-deal

Van de journalisten naar de boekenschrijvers. Maria Vlaar, voorzitter van de nieuwe Auteursbond, schreef er deze maand een open brief over: de deal van uitgevers met bol.com en Kobo (e-readers) over Kobo Plus, een onbeperkt streamingmodel voor boeken. Voor een tientje per maand krijgt de lezer toegang tot het werk van duizenden schrijvers en vertalers. Vlaar: “Sommige uitgevers hebben sommige schrijvers een specifiek aanbod gedaan hoe ook zij een graantje mee kunnen pikken van de nieuwe verdienmodellen, maar de meeste auteurs kregen dat niet. Die kregen een algemene rondzendbrief waarin vooral stond dat alles nog experimenteel was, lees: onbetaald. Of soms helemaal geen bericht van hun uitgever (…). Het aantal auteurs dat een overeenkomst met hun uitgever over streaming heeft gesloten, is dus minimaal. (…) Met de Auteursbond, die 1.500 auteurs vertegenwoordigt, onder wie veel schrijvers en vertalers van titels die nu worden aangeboden op Kobo Plus, is ondanks toezeggingen daarover geen overleg gevoerd over individuele voorwaarden en vergoedingen voor dit grootschalige gebruik van auteursrechtelijk beschermde werken.”
Zoals Vlaar schrijft, komt het erop neer “dat in navolging van de film- en muziekindustrie en de journalistiek nu de internetbedrijven en uitgevers gezamenlijk een manier gevonden hebben om geld te verdienen zonder de auteurs van hun producten proportioneel mee te laten verdienen.”

Digitaal

Het patroon is inderdaad steeds hetzelfde: de rechten van auteurs komen in het gedrang door verspreiding van hun werk via nieuwe digitale wegen, en ze krijgen nauwelijks een poot aan de grond bij de meestal veel machtiger partijen die daarvan profiteren. De digitalisering leidde bij scenaristen bovendien – in tegenstelling tot de journalisten en romanschrijvers - tot het wegvallen van een belangrijke bron van inkomsten, toen de kabelmaatschappijen in oktober 2012 weigerden nog langer auteursrechtgelden te betalen met een beroep op de nieuwe techniek. Dat had zo’n impact dat Lira en een actieve groep scenaristen, regisseurs en acteurs, verenigd in PAM, het Platform Audiovisuele Makers, al snel in actie kwamen en heel hard hebben gelobbyd en gestreden voor goede nieuwe regelgeving. Daardoor is voor de scenaristen (en andere hoofdmakers van drama) intussen al veel ‘opgelost’ – met alle kanttekeningen die eerder in dit artikel zijn gemaakt. Voor journalisten is dat nog lang niet zover.

Wat zeker niet helpt is dat de ‘tegenpartijen’ van de auteurs – producenten, publieke en commerciële omroepen, kabelmaatschappijen, uitgevers, Blendle en vergelijkbare diensten - zich net zo goed moeten plooien naar de snel veranderende omstandigheden. Partijen moeten het hoofd boven water zien te houden in de chaotische en onvoorspelbare markt. Zo hebben veel uitgevers het moeilijk. Zij grijpen de nieuwe mogelijkheden om inkomsten te genereren aan en zien graag even over het hoofd dat de Auteurswet ze verplicht om voor elke nieuwe verspreidingsvorm apart toestemming te vragen aan de makers. Maar zoals Maria Vlaar over de Kobo-deal schrijft: “De Auteursbond vindt dat de auteurs en de uitgevers zich niet tegen elkaar moeten laten uitspelen. (….). Het nieuwe streamingmodel is geen verdienmodel voor de auteur, en ook nauwelijks voor de uitgever, maar vooral voor de internetboekhandel.”

Dat nieuwe digitale journalistieke diensten het makkelijk hebben en niets anders doen dan vruchten plukken van andermans werk, behoeft wel enige nuancering. Ze hebben hun eigen problemen. MyJour bijvoorbeeld, eenzelfde soort dienst als Blendle (maar dan zonder een Alexander Klöpping die wekelijks kon aanschuiven bij DWDD), ging vorig jaar roemloos ten onder.
Ook Blendle heeft zijn tegenslagen. Charlotte van ’t Wout mag dan op de site betogen dat ze geen extra geld van Blendle hoeft, haar opdrachtgever NRC-hoofdredacteur Peter Vandermeersch liet begin maart weten uit de dienst te stappen, omdat die “op middellange termijn niet goed is voor de journalistiek”. Aanleiding was het nieuwe Blendle Premium, waarbij abonnees een persoonlijke selectie van de beste artikelen uit 120 verschillende tijdschriften en kranten krijgen. “Blendle vraagt 9,99 per maand. Trek daar de btw van 21 procent van af en verdeel de rest tussen 120 titels en je begrijpt dat we (…) onze journalistiek zo goed als gratis weg dreigen te geven”, legde Vandermeersch de stap uit. Roofbouw noemde hij het zelfs.

Een interessant artikel in Marketingfacts gaat er dieper op in. “Nieuwe platformen als Blendle maken in wezen losse uitgevers en losse titels overbodig. (…) NRC staat dus voor een dilemma: zelf inzetten op vernieuwing, al dan niet met specifieke partners, met de kans dat je als innovatieve titel direct zelf profiteert van het succes. Of meedoen aan Blendle, wat betekent dat alle concullega-uitgevers ook meeprofiteren van de nieuwe functies en waarbij gebruikers gemakkelijk de artikelen van andere aanbieders kunnen lezen. (…) In een markt die consolideert tot enkele grote spelers zoals we die nu al zien, De Persgroep, Mediahuis, RTL en SBS Sanoma, zal minder bereidheid zijn om Blendle ruim baan te geven om te innoveren dan in een markt vol kleinere spelers. (…) En er zijn nieuwe, sterke kapers op de kust. Platformen als Facebook en Google beschikken al over vele miljoenen gebruikers(profielen) en hebben een advertentiemodel waarin ‘gratis’ content ruim baan krijgt en die met de introductie van microbestaalsystemen in een keer Blendle zou kunnen wegvagen.” Tja, en dan ook nog dat gedoe over auteursrechten? Ze hebben wel wat anders aan hun hoofd.

Nederlandse omroepen worstelen evenzeer met de nieuwe internationale concurrentie. Zo zei VPRO-directeur Lennert van der Meulen in zijn nieuwjaarstoespraak: “Ik zou een nieuw kabinet aan tafel zetten met de Ziggo’s, de Facebooks en de Google’s. Met de opdracht om met de Big Media een pact te sluiten en afspraken te maken over transparantie en verantwoording en over investeringen in Nederlandse content, programma’s, makers en journalisten.”

Van der Meulen refereert hier aan een discussie die momenteel ook op Europees niveau wordt gevoerd over het zogeheten value gap: het feit dat de genoemde ondernemingen miljarden verdienen aan het distribueren van Nederlandse en Europese content, zonder dat daarvan iets terugstroomt naar de omroepen of makers. Overigens is het nogal opportunistisch dat Van der Meulen zich in zijn oproep aan de politiek opwerpt als beschermheer van de makers. De Nederlandse publieke omroep heeft als RODAP-partij met internationale distributeurs juist steeds één front tegenover de makers gevormd, bijvoorbeeld in het conflict over de kabelvergoedingen met Lira.

'Fair use'

Een politieke partij die het bij de afgelopen verkiezingen niet redde was de Piratenpartij. Deze club vertegenwoordigt een stroming die zegt dat de huidige Europese auteursrechtregels totaal ongeschikt zijn voor de nieuwe digitale wereld: “De duur van de auteursrechtelijke bescherming (tot zeventig jaar na de dood van de auteur) verstikt toegang tot kennis en cultuur en is onevenredig in vergelijking met de gemiddelde commerciële levensduur van auteursrechtelijk beschermde werken.” Als voorbeeld wijst de Piratenpartij op 2.000 overheids- en particuliere archieven in Nederland die samen zo’n half miljoen afbeeldingen van internet hebben gehaald omdat er auteursrechten op rusten.

Wat is dan wél de oplossing in de ogen van de Piraten? De partij verwijst onder meer naar het systeen van fair use in de Verenigde Staten: alles mag, als het maar billijk is naar de rechthebbende. Dus precies het tegengestelde van het Europese systeem, waarbij juist niets mag tenzij je toestemming hebt. In de uitleg van ICT-journalist Arnoud Engelfriet: “Het voordeel van het Amerikaanse systeem is dat je veel flexibeler kunt zijn. Wanneer een nieuwe technologie langskomt, kan de rechter bepalen dat het eigenlijk fair is dat er op deze manier gebruik van werken gemaakt wordt. Als bij ons zoiets gebeurt, dan moet de wet worden aangepast en dat duurt jaren. (…) Het grote nadeel is echter dat het tot onzekerheid leidt.” In de VS zijn er vaste criteria ontwikkeld om te bepalen wat fair use is, maar die geven natuurlijk altijd ruimte voor interpretatie.

Een zo drastische wijziging van het Europese auteursrecht als de Piraten voorstaan, is zeer onwaarschijnlijk. Of het goed zou zijn voor de makers is de vraag en duidelijk ook niet de eerste zorg van de Piratenpartij. Hun programma zegt er weinig over. Voor zoiets als het ontsluiten van archieven is het in ieder geval niet nodig. Al in 2008 kwamen er in Nederland gesprekken op gang tussen erfgoedinstellingen en cbo’s om de auteursrechten voor archieven collectief te regelen. Dat leidde in 2013 tot gemeenschappelijke uitgangspunten, die aan de wetgever zijn voorgelegd.