25 oktober 2017

interview

Door Marc Veerkamp

'Oude liefde' is een echte Wittenbols

Het tragikomische Oude liefde gaat over liefde, familie en de nasleep van een noodlottig sterfgeval. Thema’s die schrijver Peer Wittenbols al jaren intensief verkent. Toch is dit pas zijn tweede filmscenario. Wel schreef hij meer dan vijftig toneelstukken, liedteksten en gedichten. Een gesprek over verschillen en vooral overeenkomsten tussen film en theater. 

Het meisje met de bitterballen slalomt met moeite door de menigte. Tijdens het premièrefeest van de film Oude liefde praat schrijver Peer Wittenbols na met vrienden, als hij wordt aangesproken door actrice Eva van der Gucht. Ze heeft een rol in de film en wil de schrijver iets zeggen: “Bedankt voor de zinnen.” 
 
In de theaterwereld wisten ze het al langer: de dialogen van Wittenbols zijn cadeautjes voor acteurs. En voor het publiek. Wittenbols schreef in de afgelopen twintig jaar een flinke stapel veelgeprezen theaterteksten voor gezelschappen als Oostpool, Orkater en Suburbia. Recensenten roemen de puntigheid van zijn teksten, de schurende zinnetjes en de rake grappen.
 
Ook filmregisseur Nicole van Kilsdonk viel voor zijn dialogen. “Zij had enkele van mijn stukken gezien”, vertelt Wittenbols een paar dagen na het feest. “Op basis daarvan vroeg ze me een aantal jaar geleden om een scenario te schrijven. Dat klonk aantrekkelijk, al had ik nauwelijks ervaring met film of televisie. In het begin van m’n carrière schreef ik een zevendelige jeugdserie voor de VPRO, Lanterna Magica (1991). Een jaar of tien later verfilmde regisseur Kees Vlaanderen een stuk van mijn hand, ‘Noordeloos’. Dat bewerkte hijzelf en ik las over zijn schouder mee. Ik had dus nog veel te leren. Maar omdat het tussen Nicole en mij vanaf het eerste moment klikte, was ik meteen vertrokken.”
 
Oog in oog
 
Die eerste samenwerking resulteerde in Onder het Hart (2014) met Kim van Kooten. Nu komt het duo dus met Oude Liefde en er zit een derde samenwerking in de pen. Ook hoopt Wittenbols dat het NPO-fonds groen licht geeft voor een tv-serie van zijn hand. Al komen er twee nieuwe theatervoorstellingen aan en schrijft hij nog altijd gedichten en liedteksten, film bepaalt tegenwoordig een flink deel van z’n agenda.
 
Het gesprek over deze wending in zijn loopbaan vindt plaats in het café van Museum Arnhem. Hoewel het aardig vol is, heerst er rust. De bezoekers zijn vijftigplussers. “Omroep Max-kijkers”, glimlacht Wittenbols. Niet geheel toevallig participeerde deze omroep in Oude Liefde. In de film maken we kennis met twee zestigers, Fransje (Beppie Melissen) en haar ex-man Fer (Gene Bervoets). Ze hebben in de jaren na hun scheiding allebei een nieuw leven opgebouwd, maar staan na de plotselinge dood van hun zoon opeens weer oog in oog. Tot hun eigen verbazing voelen ze zich tot elkaar aangetrokken.
 
Waar het idee vandaan komt, weet Wittenbols niet meer. “Maar omdat onze vorige film over relatief jonge mensen ging, kozen Nicole en ik nu bewust voor oudere personages. Ik wilde een verhaal vertellen over twee mensen die al heel lang gescheiden waren en toch weer liefde voor elkaar voelen. Dat was de basis. En ik vond het mooi als de situatie voor de personages zelf heel diffuus was. Wat dreef hen naar elkaar? Pure verliefdheid? Of was het toch een ander gevoel? Met zo’n gegeven ben je meteen verzekerd van een aantal vitale scènes: de eerste ontmoeting, het oprakelen van oud zeer, het gezamenlijk rouwen om de zoon, de reactie van de kinderen op de opbloeiende liefde.”
 
Verkennen
 
Om de thematiek te verkennen schreef Wittenbols een aantal scènes. “Bij mij begint en eindigt alles met de personages: hoe ze spreken, wat hun motieven zijn. Zo werk ik ook aan mijn toneelteksten. Ik heb wel een gegeven in m’n hoofd. Soms is het niet meer dan een vermoeden. Dat zet ik in steekwoorden op papier en dan begin ik gewoon te schrijven. En als ik op streek raak, denk ik op een gegeven moment: dat zou weleens de verhaallijn kunnen zijn. Vanaf dat moment worden mijn scènes steeds plotmatiger.”  Van Kilsdonk gaf hem bij beide films alle ruimte om te freewheelen.  Synopsis, karakterbiografieën en het treatment volgden later in het proces. Een forse investering vooraf. “Maar erg leuk. Ik kan het ook niet doen, maar dan ben ik al aan het bezuinigen voordat ik ben begonnen.”
 
Oude liefde bevat veel uitgebreide praatscènes, vol subtekst. Ieder woord wordt gewogen. “Vroeger waren mijn dialogen vrij gestileerd. Na afloop van de voorstelling ontvingen we veel complimenten, maar die gingen vaak over de taal. Eigenlijk was dat jammer. Wij waren in het repetitielokaal juist bezig met de thematiek en de motieven van de personages. Ik besloot om dialogen te schrijven die ogenschijnlijk realistischer waren, in de hoop dat het publiek meer zou stilstaan bij de inhoud van een stuk en niet bij de taal.
 
Maar ook die minder gestileerde dialogen leg ik langs een meetlat. Ik denk goed na over de volgorde van de woorden, of ik wel of niet een stoplap gebruik en wanneer ik iemand laat vloeken. Soms maak ik de dialogen bewust lelijker, rauwer. Als een personage zegt ‘Ik ben naakt’, kan het heel goed zijn dat ik dat verander in ‘Ik ben bloot’. ‘Naakt’ klinkt te literair. Dialogen moeten voelbaar zijn, maar niet de boventoon voeren.”
 
Ook al viel Van Kilsdonk voor de taal van Wittenbols, de twee hebben meer gemeenschappelijk: een liefde voor gelaagde personages en tragikomisch drama. Inhoudelijk sluiten Onder het hart en Oude liefde naadloos aan bij het toneeloeuvre van de schrijver. “Bij mij gaat het vaak over mensen die worden overvallen door het noodlot. Van het ene op het andere moment belanden ze in een crisis, waar ze samen uit moeten komen. Hoewel ze dit met de beste bedoelingen proberen, leidt het tot botsingen. Het schuurt, het knerst.”
 
Tumtummetjes
 

Oude liefde is qua taal en thematiek een echte Wittenbols. Maar het oog wordt niet vergeten. Neem alleen al de keuze voor de locaties. Heimelijke onderonsjes worden gesitueerd op de weidse heide, het publiek krijgt een kijkje achter de deuren van een dierencrematorium en Fer is directeur van een imposant fabriekscomplex, waar bakken vol snoep kleurig contrasteren met de grauwe industriële omgeving.
 
“De hei was een idee van Nicole. Ooit waren de ontmoetingen tussen Fer en Fransje op het strand gepland, maar dat was te zoet. De hei is een goede keuze: mooi, maar ook eenzaam. En ik vond het prachtig dat je een heideplantje terugziet op het graf van de zoon. Een vondst van Nicole.” Voor de andere locaties greep Wittenbols terug op dingen die hem bijbleven. Het dierencrematorium zweefde bijvoorbeeld al zo’n zeventien jaar rond in zijn hoofd. “Ik kwam vroeger regelmatig bij een groenteboer in Maastricht. Die werkte zich uit de naad om zijn droom te verwezenlijken: een crematorium voor dieren. Dat was destijds not done, maar hij geloofde er heilig in. Zijn groentezaakje zag er best armoedig uit, want alles wat hij verdiende stak hij in die droom.”
 
De fabriek uit de film bezocht Wittenbols ooit tijdens een trip door Noord Limburg. Hij vond het industriële decor “onbeschrijflijk mooi”. “Het bleef mijn verbeelding tarten. Het is een wonderlijk bedrijf, waar enorme hoeveelheden afgekeurd voedsel bewerkt worden tot veevoer. Je ziet daar bakken vol afgekeurde broden en taarten, letterlijk bergen chocola, vele kubieke meters tumtummetjes. Al die eetwaren worden na een ingewikkeld procedé straks opgegeten door koeien en varkens, die de consument weer op z’n bord vindt.”
 
In de fabriekshal komen alle verhaallijnen aan het einde van de film samen. Het is zonde om deze apotheose te “spoilen”, maar de situatie laat zich omschrijven als een verbale variant op een Mexican standoff. Een lastige scène, maar Wittenbols zat zich er tijdens het schrijven al op te verheugen. “Je zit met een aantal problemen. Zo zijn er veel sprekende rollen, maar het mag nergens uitleggerig worden. En trek je dat nog, zo’n lange scène tegen het einde? Maar van al die dingen dacht ik: dat gaan we doen! Ik kende de personages inmiddels vrij goed, wist hoe ze klonken, hoe ze tegenover elkaar stonden. En ik wist wat ze moesten doen. Ik ben gewoon gaan schrijven en ik heb ze laten spreken.
 
Ik ben enorm verrast door de prachtige manier waarop Nicole en editor Wouter Jansen het materiaal hebben gebruikt. Op papier is het een scène met louter sprekende mensen, maar in beeld zie je juist luisterende mensen. Je ziet de personages incasseren wat de ander zegt en de woorden verwerken. Het is een mooi spel met onderlinge blikken. Ze hebben daar echt de tijd voor genomen. Bij toneel zie je als toeschouwer altijd het gehele podium, maar in een film valt er door regie en montage zoveel meer te ontdekken. Wonderschoon.”
 
Films maken, concludeert Wittenbols, is boven alles “samen aan iets bouwen”. Hij schaaft met Van Kilsdonk inmiddels aan zijn derde filmscenario. Daar wil hij nog niet veel over kwijt. “Het wordt een familieverhaal, over een gezin. Nicole en ik werken eraan met dezelfde gretigheid.”

  
Oude liefde draait vanaf 2 november in de bioscopen.

Foto Peer Wittenbols: Heidi Arts