29 november 2017

achter de schermen

Door Bart Juttmann

Ondertiteling is als een haiku

“Mijn films worden meer gewaardeerd in Frankrijk. De ondertiteling moet daar wel ongelooflijk goed zijn”, zei Woody Allen ooit. Een grapje wellicht, maar een grapje met waarheid. Het ondertitelen van een film of serie, waardoor ze een internationaal publiek bereiken, is zoveel meer dan een tekst bondig vertalen. Het vraagt om inzicht, taalgevoel, timing, creativiteit en nog veel meer.  De laatste versie van het script is niet de eindmontage, maar de ondertiteling, wordt wel gezegd.

Sinds 1 januari is de Beroepsvereniging van Zelfstandige Ondertitelaars een sectie van de Auteursbond, net als het Netwerk Scenarioschrijvers. Twee beroepsgroepen aan de uiteindes van het filmmaakproces, die toch heel nauw aan elkaar zijn verwant. Plot sprak drie ondertitelaars over hun vak.

“De kijkers moeten niet merken dat ze ondertitels lezen”, zegt Marleen Penders, ondertitelaar vanuit het Engels naar het Nederlands. Haar werk, vindt ze, moet begrijpelijk zijn voor iedereen, ongeacht hun kennis van het Engels. “Mensen zeggen vaak dat ze geen ondertitels lezen omdat hun Engels zo goed is, maar ze doen het wel. Misschien niet altijd, maar soms als je denkt, wat zegt ie? Dan spiek je even.”

Hans Kloos oogstte onlangs veel lof voor Tussentijd, zijn vertaling van In Parenthesis, de lyrische roman van David Jones, maar ook ondertitelt hij uit het Engels én uit het Zweeds, een taal die slechts weinig Nederlanders machtig zijn. Dit brengt  uitdagingen met zich mee. “Nederlands weten vaak minder van Zweden dan bijvoorbeeld van de VS of Groot-Brittannië. Je hoeft niet uit te leggen wat voor politieke partij de Britse UKIP is, maar als de Sverigedemokraterna ter sprake komt in een film of serie, moet je dat toch op de een of andere manier duidelijk maken.”

Philippa Burton, die ondertitelt in het Engels en het Frans, vergelijkt ondertitels met een haiku: kort, helder, ritmisch, soepel lezend en met een krachtige lading. “Je bent bezig met het vertalen van een gevoel, nog meer dan de inhoud.” Daarom is het belangrijk dat een ondertitelaar niet alleen het beste is in de doeltaal, maar ook iemand die de taal waaruit een tekst vandaan komt goed begrijpt.

Geen Ajax-vertalingen

Vanwege het kleine taalgebied loont het in Nederland niet om alles na te synchroniseren, zoals in Franrijk of Duitsland. Omdat Nederland een lange traditie heeft van ondertitelen, hebben we een goede reputatie wat betreft timing, techniek en ook in het vinden van creatieve oplossingen voor de praktische problemen die iedere klus met zich meebrengt in de vorm van slang, vakjargon, omgangsvormen en woordgrapjes.


vlnr: Marleen Penders, Hans Kloos en Philippa Burton.

“De vraag die elke ondertitelaar zich stelt is niet: wat is het andere woord? De vraag is: hoe zeg je het?” meent Hans Kloos. “Wat is de spreektaal die wij hanteren, tegenover de spreektaal die in de film wordt gehanteerd? Daaraan herken je de kwaliteiten van de ondertitelaar. Een goede ondertitelaar kan heel trefzeker laten terugkeren dat een personage een pietje-precies is of juist heel los, dat hij uit een achterbuurt komt of een rijke buurt.”

Marleen Penders: “Het is soms lang puzzelen. Zeker met de wat grove dingen moet je steeds afwegen, wat dekt de lading? Tegelijkertijd moet je afwegen of iets niet te grof is voor een ondertitel. In de Amerikaanse rap-cultuur wordt het woord ’nigger’ veel gebruikt. Je zou dat niet snel letterlijk vertalen. Er komt ook constant nieuwe slang bij. Dus het is goed om je oren open te houden, vooral als je ouder wordt, anders ga je het heel tuttig vertalen.”

“Bij medische series of advocatenseries, krijgen de ondertitelaars van hun opdrachtgevers lijsten met terugkerende termen, maar in sommige gevallen zal een ondertitelaar begrippen zelf moeten opzoeken. Dan nog is het soms lastig. De Amerikanen die Breaking Bad kijken, snappen natuurlijk niet alles wat er wordt gezegd over scheikunde. Je hoeft niet alles begrijpelijk te maken. Maar het kan ook niet zo zijn dat iemand die wel verstand heeft van scheikunde zegt: dit is niet goed. Er moet iets onder staan dat klopt en het moet leesbaar zijn.”

Woordspelingen betekenen vaak lang puzzelen. “Dat kost veel tijd maar is ook erg leuk. De meeste woordgrapjes kun je niet letterlijk vertalen. Je moet creatief zijn. Soms heb je het meteen en soms moet je twee dagen nadenken. Er zitten ook hele flauwe grapjes in komedies, dan kun je leuker zijn dan het origineel. Maar dat is de bedoeling niet. Je hebt een dienende taak.”

“De ergste zijn woordgrapjes die ook te maken hebben met het beeld”, voegt Hans Kloos toe. “Ik kan me herinneren dat ik een tekenfilmpje vertaalde waarin werd gezegd: ’He’s talking through his hat’. ’Hij kletst uit zijn nek’, zouden wij zeggen. Maar hier stond iemand in beeld met een hoed voor z’n mond. Daar moet je iets mee doen. Dat werd toen een grapje over ’niet van de hoed en de rand weten’.”

Ook culturele verschillen leveren lastige situaties op. “In Zweden hebben ze ooit per decreet besloten dat iedereen zou worden getutoyeerd. Maar in Nederland spreken we de premier niet snel aan met ’je’. Zelf zou ik ervoor kiezen om in bepaalde gevallen toch ’u’ te zeggen. Niet alle ondertitelaars doen dat. Ik hoop dat het dan in ieder geval een bewuste keuze is.”

Er zijn ook grenzen voor ondertitelaars, die trouwens gelden voor alle vertalers. Dat zijn de zogenoemde Ajax-vertalingen, waarbij een bekend begrip uit de ene taal vervangen wordt door een equivalent uit de doeltaal: de Denver Broncos voor Ajax. Je ziet ze geregeld. In een aflevering van Blackadder Goes Forth, gesitueerd tijdens de Eerste Wereldoorlog, merkt Blackadder op dat Lieutenant George in een jurk er ’zo vrouwelijk uitziet als W.G. Grace’, de potige cricketspeler uit die tijd. Een ondertitelaar verving Grace door Anton Geesink. Verleidelijk, want deze keuze brengt de geest van de grap over, maar pertinent fout. Geesink komt uit verkeerde tijd en heeft de verkeerde nationaliteit.

Stoute kinderen

Nederlands heeft bij buitenlanders de reputatie van een botte taal. Dit klopt volgens Philippa Burton, die naast ondertitelaar ook tolk en vertaler is. “Nederlanders zijn heel direct. Tegelijk heeft het Nederlands heel veel mooie uitdrukkingen. De gesproken taal is altijd het moeilijkst om te vertalen. Formele taal bij vergaderingen en inhoudelijke documentaires is makkelijker. Ik woon al 26 jaar in Nederland, maar als ik iets moet vertalen waarbij mensen onder elkaar zijn, dan moet ik soms nog wel eens advies inroepen. Ik zou heel veel moeite hebben om Rotterdams te ondertitelen naar het Engels.”

Tien jaar geleden ondertitelde Philippa Burton Alles is liefde, een film die wordt beschouwd als oer-Nederlands. De uitdaging bleek vooral te zitten in subtiliteiten. Bepaalde letterlijke vertalingen hebben in het Engels net een andere bijklank. “Als een personage aarzelt om na dertig jaar zijn vader te begroeten, wordt ’ik durf niet’ vertaald met ’I'm scared’. Ik vind het normaler klinken dan ’I don't dare’ en het past ook bij het personage, dat door zijn jeugdervaringen bang is voor het leven en de liefde.” Soms bleek een ondertitel het patroon van een film mooi aan te vullen. “De kreet ’Viespeuk!’ richting Prins Valentijn werd ’naughty boy’ omdat ’naughty’ goed aansluit bij de brave en stoute kinderen bij het Sinterklaasfeest.”

Burton, die ook heeft lesgegeven in Engelse en Amerikaanse taal en literatuur, kan veel vertellen over de algehele context van het vertalen naar het Engels. “Er zijn zo langzamerhand twee soorten Engels: het Engels van native speakers en het Engels van de rest van de wereld, die in het vakjargon Globish is gaan heten. Dat komt neer op kortere zinnen, simpeler opbouw, een kleinere woordenschat. Het is vooral ontstaan doordat mensen Engels leren uit de media. Het zou kunnen dat het gunstig is voor sommige films. De kijkersgroep die dit soort ondertitels kan begrijpen wordt groter. Als er geen ondertitels in de eigen taal beschikbaar zijn, gaan ze de film kijken met Engelse ondertitels.”

“Engels is de internationale taal voor communicatie geworden. Je moet bij ondertitelen goed begrijpen wie je doelgroep is. Wil je bereik over de hele aardbol of vooral de Angelsaksische markt? Een zo groot mogelijk en breed publiek of een specifieke hoogopgeleide groep?”

Race naar de laagste vergoeding

Goede, effectieve ondertitels beschouwt de kijker als vanzelfsprekend. Ondertitels met tegenstrijdigheden of taalfouten, of die domweg niet kloppen, vallen meteen op. Hoe ontstaan deze? Doodsimpel door geldgebrek, waardoor er minder tijd overblijft om goed werk te leveren.

“De afgelopen vijftien jaar zijn de tarieven niet omhoog gegaan”, vertelt Marleen Penders. “De laatste twee jaar zijn ze zelfs verlaagd. Je moet nog harder werken om ervan te kunnen leven. Bij Netflix werken ze met templates, waardoor je niet meer zelf hoeft te spotten. Dus je bepaalt de indeling van de ondertitels niet meer zelf en ook niet wanneer de ondertitels in en uit beeld komen en gaan. Het probleem is dat die templates vaak slecht en lelijk zijn ingedeeld. Dan denk je,  dit is echt mijn eer te na. Je levert zoiets lelijks in. En omdat je niet meer hoeft te spotten, biedt Netflix een lager tarief.  Zo wil ik niet werken. Dus als het even kan probeer ik die klussen te vermijden, zolang ik me dat kan veroorloven. Dat vind ik jammer, want Netflix heeft hartstikke mooie series en films.”

Dit voorjaar veroorzaakte Netflix oproer met een omstreden wervingsactie: iedereen die zich aanmeldde kon na een examen van anderhalf uur, zonder verdere opleiding of kwalificatie, aan de slag als ondertitelaar. Volgens de streamingsdienst was de bedoeling iets te doen aan het tekort aan ondertitelaars, maar het leek meer op een cynische race naar de laagste vergoeding. Dit is een onderdeel van de algehele trend. Bovendien pikken opdrachtgevers vaak alle auteursrechten in, waardoor ondertitelaars veelal geen cent verdienen aan de soms vele herhalingen op verschillende zenders. Veel freelance ondertitelaars verdienen minder dan het minimumloon.

Philippa Burton vindt dit vreemd: “Als je maanden doet over een script en weken over de editing, en je de ondertitelaar maar een paar dagen geeft, dan ben je dom bezig. De ondertitelaar moet tijd hebben om iets te laten zakken. Vooral als je komt met een echte auteursfilm, als iets poëtisch is en het gaat om subtiliteiten. Dat vraagt om intieme kennis van de taal. Dan vind ik dat je als producent of distributeur beter je best moet doen om de beste vertaling eruit te halen.”

Tweedehands vertalen

Door bezuinigingen is er ook minder tijd voor goede begeleiding en coördinatie, legt Marleen Penders uit: “Ondertitelbedrijven nemen mensen aan die net beginnen. Bekende valkuilen zijn te letterlijk vertalen of te weinig algemene kennis. Dat geeft niet als je goed wordt begeleid en op je fouten wordt gewezen. Daar kun je van leren. Maar door bezuinigingen is er veel minder eindredactie en glippen die fouten er doorheen. Dan krijg je lelijke ondertiteling, waardoor de kijker zegt ’dat slaat helemaal nergens op’. En terecht.”

“Wat ik ook lelijk vind is als een zin niet goed wordt gespot. Dat ondertitels niet op het goede moment in en uit beeld komen of net voor een cut. Dat zal je als kijker misschien niet bewust merken, maar wel onbewust, want dat is heel onrustig voor je ogen.”

Een andere schokkende trend, vertelt Hans Kloos, is het zogenoemde tweedehands vertalen, wat steeds meer gebeurt uit talen als Spaans, Italiaans en Zweeds. Dat houdt in dat Engelse ondertitels worden vertaald in het Nederlands. “Het is goedkoper om uit het Engels te vertalen in de plaats van uit de originele taal. Maar dat levert echt grote fouten op, hoe goed de vertalers ook zijn.” Je krijgt hetzelfde effect als bij het kinderspelletje doorfluistertje.

Schoenenputssch, terror zetten en een Black Prince

Al de problemen en zorgen ten spijt, houden ondertitelaars net als scenaristen heel erg van hun vak en blijven ze ermee doorgaan voor de mooie momenten. Van een prachtige oplossing voor een moeilijke uitdaging kunnen ze enorm genieten. Een favoriet van Marleen Penders komt uit Married With Children. Schoenenverkoper Al Bundy is niet meer welkom op een schoenverkopers-conventie na zijn door bier ingegeven shoe d'etat. Die werd door een collega heel geestig ondertiteld met “schoenenputsch”.



Hans Kloos ondertitelde onlangs de arthouse hit The Square. “Hierin gebruikte een jongetje van allochtone afkomst Zweedse straattaal: ‘annars ska jag göra kaos med dig’. Letterlijk: ‘anders zal ik chaos met je maken’. Dat is behoorlijk dreigende taal. In Nederlandse straattaal bestaat daar gelukkig een equivalent voor: terror zetten. Dus werd het in de ondertitel: ‘Anders kom ik terror zetten’.”

Bij het vertalen van Alles is liefde was voor Philippa Burton de figuur Zwarte Piet erg lastig. “Volgens mij onderschatten bijna alle Nederlanders hoe hard deze traditie overkomt in het buitenland.” Maar toen Prins Valentijn zich vermomde als Piet om zijn droomvrouw het hof te maken, leverde dit onverwachts ook een mooie kans op . “Een grappige omdraaiing van het probleem dat een ondertitelaar normaliter tegenkomt: het vertalen van een concept dat alleen bekend is in de brontaal. De Zwarte Piet werd een Black Prince, een bekende historische figuur uit middeleeuws Engeland, die de gemiddelde Nederlander weinig zegt. Dus zonder enige moeite krijg je een extra laag culturele betekenis voorgeschoteld.”


Van Kooten en De Bie doen de ondertiteling zelf.