25 oktober 2017

Loving Vincent: puzzelen aan een script op basis van schilderijen

Door Gertie Schouten

In het Van Gogh Museum ging begin deze maand de eerste geheel geschilderde speelfilm ter wereld in première, Loving Vincent. Een enorm project, waarin tientallen schilderijen van Vincent van Gogh tot leven komen. De techniek legde de makers, Dorota Kobiela en Hugh Welchman, enorme beperkingen op bij het schrijven van het script.

Dat Van Gogh populair was, had Hugh Welchman vaak genoeg beseft. “Als hordes mensen in een museum samendromden rond een schilderij van hem, terwijl er aan de andere kant van de ruimte iets hing van een andere belangrijke kunstenaar, waar niemand aandacht voor had.” Drie uur wachten in een rij om toegang te krijgen tot een tentoonstelling in Londen van brieven van Van Gogh, dus niet eens zijn schilderijen, gaf de doorslag. Tegen Dorota Kobiela, een Poolse kunstenares die bij zijn Britse productiemaatschappij BreakThru Films werkte en plannen had voor een korte geschilderde Van Gogh-film zei hij: “We moeten eens serieus kijken of we geen lange film kunnen maken.”

Welchman, in 2008 Oscarwinnaar met de korte animatiefilm Peter en de Wolf, zocht al enige tijd naar mogelijkheden om een speelfilm te maken. Van Gogh leek een goede keuze: “Hij schilderde alles wat hij om zich heen zag. Zijn schoenen, zijn bed, zijn voedsel, zijn postbode, het landschap. Dus het was makkelijk een beeld van zijn dagelijkse bestaan te krijgen. Via de schilderijen kon je hem tot leven brengen.” En met Kobiela had hij een schilderes en animator naast zich, die al haar leven lang geïnspireerd was door Van Goghs werk.

65.000 beelden

Zo begon in 2012 een project waar niet alleen Welchman zelf bij betrokken raakte, maar 125 kunstenaars, die een film van 94 minuten en 65.000 beelden bij elkaar schilderden. 77 werken van Vincent van Gogh zijn ten dele of geheel verwerkt in de film, alle hoofdpersonages zijn ooit door hem geportretteerd. Kobiela en Welchman, die tussen de bedrijven door verliefd werden en trouwden, lazen tientallen biografieën, essays en romans over Van Gogh en bezochten musea over de hele wereld om zoveel mogelijk over de schilder te weten te komen.

In de speelfilm gaat Armand Roulin, de zoon van de postbode, op reis om een brief van Vincent van Gogh na diens dood alsnog te bezorgen aan Vincents broer Theo. Roulin ontmoet mensen die elk hun visie geven op wat er speelde rond Van Gogh. De flashbacks bij hun verhalen zijn overigens niet op Van Gogh gebaseerd, maar in zwartwit geschilderd, in een stijl die is geïnspireerd op foto’s uit die tijd, volgens Welchman “omdat 94 minuten lang de intensiteit van zijn werk te veel voor de ogen zou zijn. Bovendien wilden we een duidelijk onderscheid maken.”

Tijdens een gesprek in het Van Gogh Museum vertelde het tweetal over de vele technische problemen waar ze tegenaan liepen. Om te beginnen bleek het kopiëren van Van Goghs werk voor veel kunstschilders te hoog gegrepen, dus tot in Griekenland moesten ze op zoek naar gekwalificeerde mensen. Ook hadden de in de film verwerkte schilderijen allerlei vormen en maten, die op de een of andere manier moesten worden aangepast aan het formaat voor het filmdoek. En er moesten ‘nieuwe’ Van Goghs worden verzonnen, om lacunes op te vullen in het filmverhaal. Personages, gespeeld door echte acteurs, veelal tegen green screens, moesten worden ingeschilderd in de filmscènes. Het was bijvoorbeeld een uitdaging om deze personages, geschilderd in een bepaalde stijl, een schilderij binnen te laten lopen dat een andere stijl of sfeer had. Dag en nacht, winter en zomer, somber en vrolijk: schilderijen moesten regelmatig worden aangepast vanwege het verhaal, daarbij trouw blijvend aan het werk van Van Gogh. (video behind the scenes)

Interviews

Toch noemt Dorota Kobiela het schrijven van het script “veruit de grootste uitdaging”. In de fase dat ze nog dacht over een korte film, van tien minuten, had ze drie ideeën: “Het eerste idee was een film waarin je Van Gogh in zijn laatste dagen zou volgen, iets experimenteels, waarin het vooral ging om zijn gevoelens. Mijn tweede idee was om Van Gogh een dag te volgen in Nuenen, op het boerenland, bij zijn familie, waarbij de film zou eindigen met zijn schilderij ‘De aardappeleters’. En het derde idee zat het dichtste bij wat nu de lange film is geworden: een serie interviews met mensen die hij heeft geportretteerd.”

Kobiela keek vele lange documentaires omdat ze het gevoel had dat die het dichtste kwamen bij wat ze wilde maken. Volgens Welchman was A thin blue Line een bron van inspiratie, een geruchtmakende documentaire van Errol Morris uit 1988 rond een onterechte veroordeling in een moordzaak, waarin voor het eerst gebruik werd gemaakt van nagespeelde getuigenissen. Maar uiteindelijk vonden ze dat toch te statisch.


Scenaristen vertellen vaak over de druk die ze voelen als ze vanaf nul moeten beginnen aan een nieuw script. Maar Kobiela en Welchman hadden heel andere problemen. Zij moesten een verhaal zien te schrijven met tientallen meesterwerken van Van Gogh als uitgangspunt.

Ze begonnen met het clusteren van schilderijen die gemaakt waren op een bepaalde plek. “Daar probeerden we een structuur omheen te creëren”, vertelt Dorota Kobiela. “We maakten ‘landkaarten’ met Van Goghs werken uit Arles, Auvers en andere plaatsen, in de hoop visueel op ideeën te komen hoe we ze met elkaar konden verbinden.”

Driepoot

Welchman: “Dorota wilde graag landschappen in de film. Dat bracht ons op het idee van een reis. Maar we hadden met een soort driepoot te maken, waarbinnen we voortdurend aan het laveren waren. We moesten rekening houden met 1) de schilderijen; 2) de historische feiten; en 3) de noodzaak om een dramatisch conflict te creëren. Soms waren twee of drie hiervan met elkaar in conflict. Dan paste iets bijvoorbeeld goed in de detective-achtige lijn (de hoofdpersonage gaat in de film twijfelen of Van Gogh wel echt zelfmoord heeft gepleegd), maar week het te veel af van de historische feiten. Sommige schilderijen wilden we heel graag gebruiken, maar als we ze erin schreven moesten we toch erkennen dat we een omweg in het verhaal aan het creëren waren. Dus gingen ze eruit. We hadden bijvoorbeeld al hele stukken bedacht die zich afspeelden in Nuenen, waar Van Gogh twee jaar woonde, en in Saint-Rémy, waar hij in een psychiatrische inrichting was opgenomen en ook veel geschilderd heeft. Dat hebben we eruit moeten snijden.”

Dorota Kobiela kreunt hoofdschuddend: “Dan gooi je dus heel veel werk weg.” Ook een favoriet van Welchman haalde het niet. “Er is een schilderij van Agostina Segatori in café Le Tambourin in Parijs. Zij was eigenaresse/bordeelhoudster en had een affaire met Van Gogh. Ze had een schuld aan de maffia en er is een verhaal dat zo’n maffioso ooit in een ruzie een Zonnebloemen-schilderij heeft kapotgeslagen op Van Goghs hoofd. Niet beseffend dat dat later 150 miljoen euro waard zou worden. Dat had een mooie scène kunnen zijn. Maar ja, paste er niet in.”

Portretten

Ook in de keuze van de hoofdpersonage waren de makers beperkt. Ze wilden dat het iemand zou zijn die door Van Gogh was geportretteerd. “Op een bepaald moment hadden we Johanna Bonger–Van Gogh op het oog, de vrouw van Vincent’s broer Theo. Zij zou dan via de brieven Vincent leren kennen. Dat idee hebben we altijd mooi gevonden. Maar het viel af, onder andere omdat hij haar nooit heeft geschilderd.”

Postbode Roulin, die zorgde dat de brieven tussen Vincent en Theo werden bezorgd, was een optie. Op een ander moment was het Edvard Munch en ook over Eugène Boch, een andere schilder, werd gedacht; Bochs zus was de enige die tijdens Van Goghs leven een schilderij van hem kocht.

En toen werd het dus Armand Roulin, de zoon van de postbode, die Kobiela en Welchman eigenlijk beschouwden als een cameo-karakter. “Voor alle personages schreven we interviews, al voordat we precies wisten waar ze in de plot zouden passen. Toen we Armand schreven, werd zijn rol onbedoeld enorm. Aanvankelijk vonden we dat belachelijk, maar later beseften we dat hij eigenlijk heel geschikt was als hoofdpersonage. Uit historisch materiaal valt op te maken dat hij Vincent van Gogh waarschijnlijk niet erg mocht. Hij kon een ontwikkeling doormaken, zijn zoektocht kon hemzelf en zijn mening over Van Gogh veranderen. Zijn portret vonden we meteen al prachtig. Het is een knappe jongen, met die wantrouwige blik van ‘ik wil hier niet zijn’, ‘ik vertrouw je niet’. En zijn gele jasje hielp natuurlijk ook. Dat is onmiddellijk herkenbaar in elk schilderij dat hij binnenwandelt.”

Dogma’s en regels

Wat Van Goghs geschiedenis betreft, namen de schrijvers de vrijheid dingen te verzinnen. Maar ook hier was er een duidelijke grens: het mocht niet tegen de historische feiten ingaan. Zo wordt op een bepaald punt in de film gespeeld met de suggestie dat Vincent van Gogh zelfmoord pleegde uit liefdesverdriet om Margaret Gachet. “Maar we wilden bijvoorbeeld niet vertellen dat ze een affaire met Vincent had. Al is wel duidelijk dat hij haar niet onberoerd liet. Na zijn dood bracht ze vaak bloemen naar zijn graf en ze had 43 jaar lang, tot haar dood, een gigantisch door hem geschilderd portret van haarzelf boven het bed hangen. Ze is ook nooit getrouwd”, vertelt Welchman. De teksten van sommige personages, zoals hetgeen Adeline Revoux in de film vertelt over Vincent, zijn letterlijk overgenomen uit oude getuigenissen. “Maar dat Armand Roulin op reis moest om een brief van Van Gogh naar zijn broer Theo te brengen, dat hebben we verzonnen, dat was ons vehikel voor het verhaal.”

Het strakke format was niet altijd aangenaam, erkennen de twee makers. Kobiela: “Er waren veel restricties. Voor de karakters was je gebonden aan regels. Je moest ze introduceren en een reis – letterlijk en figuurlijk – laten maken. En dat moest dan weer passen bij de verhalen rond de schilderijen. Soms voelde het of we alleen maar te maken hadden met dogma’s en regels en bezig waren met het bedenken van oplossingen. Ik zou een volgende keer meer vanuit een flow willen werken.” Welchman: “Ik denk niet dat we dit nog een keer zo doen. Het kan best dat we ons bij een volgend project weer door een schilder laten beïnvloeden, maar we gaan ons niet opnieuw binden aan deze formule.”

Detective

Wie vanuit dramatisch perspectief naar Loving Vincent kijkt, zal de makers daarin waarschijnlijk steunen. Want het derde onderdeel van de ‘driepoot’ van de makers: de noodzaak om een conflict te creëren, is niet goed uit de verf gekomen, om maar eens een flauwe woordspeling te gebruiken. Op het ene moment lijkt de film een detective, een who done it rond de vraag of Vincent van Gogh wellicht geen zelfmoord heeft gepleegd maar vermoord is, en zo ja door wie dan. Op het andere moment voel je sterk het oorspronkelijke idee terug, van een serie interviews met de mensen die Van Gogh heeft geportretteerd, en lijkt Loving Vincent - in ieder geval inhoudelijk – haast een documentaire. Daarbij voelt de hoofdlijn van het verhaal, de brief die Armand Roulin op de juiste bestemming moet brengen, wel erg bedacht om de reis door de werken van Vincent van Gogh te faciliteren. En als je je afvraagt wat bij elke hoofdpersonage duidelijk zou moeten zijn: wat staat er op het spel voor Roulin? Tja, eigenlijk niets.



Een bijzonder visueel spektakel is Loving Vincent, met al de wereldberoemde schilderijen die tot leven komen en de kraaien die nu echt opvliegen uit het korenveld, daarentegen wel. De film heeft de eerste internationale prijzen binnen en er zullen er waarschijnlijk nog wel wat volgen.

Hugh Welchman vindt het bijzonder om deel uit te maken van een culturele traditie die onder invloed van Vincent van Gogh tot stand is gekomen. “Hopelijk zijn wij daarin iets dat de moeite waard was. Van Gogh schreef in zijn laatste brief: ‘Wel, de waarheid is, dat we niet anders kunnen spreken dan door middel van onze schilderijen.’ Het leek ons heel goed passen om zijn verhaal via zijn schilderijen te vertellen.” Hij denkt dat Vincent van Gogh de film minimaal om één reden zou hebben gewaardeerd: “We hebben kunstenaars twee jaar lang betaald om aan Loving Vincent te schilderen. Het was altijd zijn ideaal om een kunstenaarsgemeenschap op te zetten. Wij hebben dat gedaan, hij zou het fantastisch hebben gevonden.”

Loving Vincent draait vanaf 26 oktober 2017 in de bioscoop.

In Het Noordbrabants Museum in Den Bosch is tot en met 28 januari 2018 Loving Vincent: de tentoonstelling te zien met de 70 mooiste schilderijen die voor de film zijn gemaakt.

Foto's:
Van Goghs schilderij 'Het nachtcafé' in Loving Vincent
De oefenruimte voor schilders van Loving Vincent
Overleg tussen Dorota Kobiela, Hugh Welchman en Douglas Booth, die de rol speelde van Armand Roulin. 
Een filmbeeld met de geschilderde Armand Roulin.