5 juli 2017

achter de schermen

Door Mirjam Groen

Nieuwe Nederlandse tienerfilms: Verliefdheid, jezelf zijn en veel sociale media

Het is nu moeilijk voor te stellen, maar tot de jaren vijftig bestond het begrip ‘tiener’ niet. Wat nu wordt gezien als een belangrijke levensfase waarin de hormoonhuishouding van kinderen ingrijpend verandert, met alle gevolgen van dien, was 70 jaar geleden gewoon onderdeel van een serieus, volwassen leven waarin gewerkt werd en gezorgd voor jongere broers en zussen.

In de jaren vijftig veranderde dat. Adolescenten gingen langer naar school, kregen eigen geld en ontwikkelden eigen activiteiten en eigen vermaak. Rock ‘n’ roll deed zijn intrede en de eerste films over de tienertijd verschenen, met The wild One (1953) als een van de ijkpunten. Marlon Brando, die in zijn iconische leren bikerjasje de vraag "What are you rebelling against?" beantwoordt met "What've you got?" is de opstandige tiener in een notendop.
 
Na het enorme succes van Saturday Night Fever (1977) en Grease (1978), ontstond in de jaren tachtig een heuse tienerfilm-hausse, waarbij regisseur John Hughes een stevige vinger in de pap had. Films uit die tijd waren niet compleet zonder wat The Guardian ooit omschreef als de ‘high school holy trinity’: de bitchy cheerleader, de sportieve hunk en de bebrilde nerd. Films als The Breakfast Club (1985), Ferris Bueller’s Day off (1986) en Pretty in Pink (1986) staan nog altijd in de bovenste regionen van lijstjes met favoriete tienerfilms. Ook in de jaren daarna bleven tienerfilms populair, met uitschieters als Clueless (1995), American Pie (1999) en Mean Girls (2004).

In Nederland ontwikkelde het specifiek op tieners gerichte genre zich vrij laat, met Johan Nijenhuis als vaandeldrager, maar ook met wat serieuzere titels als Hoe overleef ik mezelf? (2008) en de Carry Slee-verfilmingen. Twee jaar geleden nog deed Fashion Chicks een redelijk succesvolle poging het luchtige, op Amerikaanse leest geschoeide tienergenre opnieuw leven in te blazen. Toch, die typische high schoolfilms vol hyperactieve personages en razendsnelle dialogen waar ze in de Verenigde Staten zo goed in zijn, zijn in ons land dun gezaaid. Films als Costa! (2001) en Volle maan (2002) zijn weliswaar gericht op tieners, maar ze spelen zich niet af op een middelbare school.
 
Maar zie nu eens: er verschijnen dit jaar liefst twee Nederlandse tienerkomedies in de bioscoop die zich afspelen op school: deze maand komt 100% Coco uit en in september volgt Misfit. Daarnaast komt deze maand het op tieners gerichte Sing Song uit.
 
Oesters

100% Coco is gebaseerd op de succesvolle boeken van Niki Smit en draait om de 13-jarige Coco, die op haar eerste dag op de middelbare school wordt uitgelachen om haar excentrieke kledingstijl. Ze besluit als grijze muis door het leven te gaan, maar beheert anoniem het blog Style Tiger. Dat blog wordt uiteraard een grote hit en uiteindelijk leert Coco dat ze gewoon zichzelf moet zijn.
 
Voor de door Tessa Schram geregisseerde film werden de eerste twee Coco-boeken door Annelou Verboon samengevoegd tot één scenario. “Het eerste boek is een verhaal over een meisje dat geaccepteerd wil worden en een geheime identiteit ontwikkelt”, legt Verboon uit. “In het tweede boek is al duidelijk wie ze echt is en doet ze mee aan een wedstrijd. Het was lastig om die twee verhalen aaneen te smeden; wanneer gaat ze haar identiteit onthullen? Dat was puzzelen. Op die leeftijd neem je vanuit de veilige basisschool op de middelbare school een hele nieuwe positie in en herdefinieer je jezelf eigenlijk. Durf je dan te blijven wie je bent? Coco kan dat in eerste instantie natuurlijk niet. Alle meisjes op die leeftijd zien er tegenwoordig hetzelfde uit. In mijn herinnering was dat minder extreem toen ik jong was.”
 
De zoektocht naar identiteit definieert ook Sing Song, waarvan het scenario werd geschreven door Fiona van Heemstra, met een scenariobijdrage van Guus Pengel. Sing Song gaat over de 16-jarige Jasmine, die naar Suriname vertrekt voor een muziekwedstrijd, maar ondertussen in het geheim zoekt naar haar moeder, die ze nooit heeft gekend. Van Heemstra: “Ik denk dat je moet weten wie je bent om je echt met anderen te kunnen verbinden. Dat is de boodschap die ik wilde meegeven. Ik vind het leuk als mensen daar heel erg voor gaan, ik ben dan ook erg fan van Spoorloos. Het is nodig om te weten waar je vandaan komt om jezelf een plek te kunnen geven op deze wereld. Sing Song gaat over die drang. Die is zo groot dat de hoofdpersoon er alles voor opzij zet. Ik heb het echt geschreven vanuit karakter. De hoofdpersonage moest iemand zijn met iets onoverwinnelijks, met een sterke drive.”
 
Jasmine vertelt niemand over haar zoektocht, wat volgens Van Heemstra typisch is voor tieners. “Op de basisschool wordt alles nog gedeeld, maar op de middelbare worden tieners een soort oesters, alhoewel de een het uiteraard meer heeft dan de ander. Dat maakt pubers heel mysterieus, op zichzelf gefocust. Voorheen wilden ze nog de hele wereld redden. Dat komt wel weer terug, maar die hormonen sturen pubers even helemaal naar binnen.”
 
Band met jongeren
 
Van Heemstra, die zich met de serie Willemspark en films als Pim & Pom: het grote avontuur en het internationaal gelauwerde Munya in mij specialiseerde in jeugd en tieners, voelt een sterke band met jongeren. “Het is een hele natuurlijke keuze. Ik heb daar nu eenmaal meer mee. Als kind al verslond ik kinderboeken en -films en dat ging heel lang door, ik bleef dat heel leuk vinden. Ik heb het gevoel dat ik dicht bij de jeugd sta. En een enorm goed geheugen, ik haal veel uit mijn eigen verleden. Als puber hield ik dagboeken bij. Die gingen natuurlijk helemaal nergens over, behalve over jongens en hoe ik eruitzag. Dat gevoel kan ik nog wel terughalen. Ik kan ook goed met kinderen van 12,13 opschieten, ze komen altijd met mij kletsen. Maar misschien komt dat omdat ik net zo groot ben als zij (lacht).”
 
Annelou Verboon had minder ervaring met het schrijven voor tieners, al schreef ze wel mee aan de Nickelodeon-serie De Ludwigs. Hoe verdiepte zij zich in hun belevingswereld? Verboon: “Om te beginnen heb ik veel tienerfilms gekeken, zowel oud als nieuw. Ikzelf was ook een buitenbeentje, dus dat kon ik mooi verwerken in het script. En ik heb twee tienerzonen.” Toch moest ze qua intimiteiten wel een stapje terug doen vergeleken met eerder geschreven films als Verliefd op Ibiza en Toscaanse bruiloft. “In de brugklas word je vaak voor het eerst verliefd, maar doe je daar nog niet veel mee. Een kus is al waanzinnig groot en dat is waar Coco in de boeken ook enorm veel over fantaseert. Ze moest ook echt met de goede, lieve jongen eindigen. Ik heb veel films geschreven waarin dat heel anders werkt, waaronder Onze jongens, met Jim Bakkum als strippende bouwvakker. Die schreef ik ongeveer tegelijkertijd. Het verschil in grappen tussen die twee is natuurlijk enorm.”
 
Karen van den Ende schreef samen met Diana Sno het scenario voor Misfit, waarin Julia na jaren in Amerika gewoond te hebben terugkeert naar Nederland en daar door de populairste meisjes van de school als ‘misfit’ (buitenbeentje) wordt bestempeld. Van den Ende: “Het moest een high school-film worden met YouTubers in de hoofdrol en Djamila (bekend van het vlog MeisjeDjamila, red.) als hoofdpersoon. Het moest ook gaan over een meisje dat nergens bij hoort. Dat waren de ingrediënten. Een klassiek verhaal eigenlijk.”
 
‘Insta’
 
Ook Van den Ende keek in haar eigen omgeving voor inspiratie: “Ik heb neefjes en nichtjes en kinderen van vriendinnen gevraagd: wat zeggen jullie tegen elkaar en wat app je? Dan ontdek je dat de wereld in korte tijd heel anders is geworden. Snapchat, Instagram: dat moet je echt researchen. Niemand belt meer, Facebook is voor ouwe lullen, alles gaat via ‘Insta’. Wij hadden dingen geschreven die echt achterhaald waren. Zo lieten we iemand iets opzoeken op een wereldbol, terwijl tieners dat nu natuurlijk opzoeken op Google Maps. Wij konden na school alleen nog een keer bellen met een vriendin, bij tieners van nu gaat het 24/7 door. Er is bijna niets geheim meer. In het scenario moesten veel sociale media voorkomen en daar liep je soms mee vast: als dit personage het weet, dan weet meteen iedereen het. En dan moet je je nog verdiepen in hoe een school van nu eruitziet.”
 
Ook Annelou Verboon liep tegen de razendsnelle technologische ontwikkelingen en het groepsgedrag van tieners aan, die soms als een zwerm spreeuwen ineens weer iets anders kunnen omarmen. “Telefoons, sociale media, tekstberichten – die moet je relatief algemeen houden. Alles veroudert snel. Tot een paar jaar geleden hadden we geen WhatsApp, dat is nu al niet meer voor te stellen. Daarnaast heeft Coco in het boek een blog, maar inmiddels is het logischer om een vlog te hebben. Dat is ook filmischer.”
           
De technologie mag anders zijn, de heftige gevoelens zijn van alle tijden. Eerste verliefdheden, groepsdruk, pestkoppen, meelopers, (zelf)acceptatie; het blijven essentiële ingrediënten van tienerfilms. Karen van den Ende schrijft sinds seizoen 10 mee aan Spangas, waar al die kwesties eveneens de revue passeren. “Het behandelt topics als discriminatie, overgewicht en homoseksualiteit. De doelgroep is groep 7/8, plus met mazzel de brugklas, maar de acteurs zijn zogenaamd al 16,17 jaar. Die leeftijdscategorie heeft in het echte leven seks, gaat naar feestjes, drinkt stiekem, experimenteert met drugs. Maar dat kan allemaal niet vanwege de jonge doelgroep, dus je moet heel braaf schrijven.”
 
Ook bij Misfit moest Van den Ende zich aan een bepaalde stijl houden. “Het moest de Nickelodeon-feel hebben, met Mean Girls als inspiratiebron. Als je naar die zender kijkt, merk je dat het allemaal erg hapsnap is, het gaat razendsnel. Dus je plant iets dat een scène later alweer wordt ge-pay-offt, zeg maar. Als iemand in een scène zegt: ‘Iedereen met rode nagellak is heel dom’, dan loopt vier frames later iemand langs met rode nagellak.” 100% Coco moest ook licht en snappy blijven, met een grote grapdichtheid. Het ziet eruit als een typische Amerikaanse middelbare schoolfilm.
 
Aansporen
 
Bij Sing Song was Fiona van Heemstra als een van de initiatiefnemers al vanaf het begin betrokken, wat haar veel creatieve vrijheid gaf. “Ik ben niet heel erg bezig met mijn publiek tijdens het schrijven. Wat ik nog wel weet, is dat ik een keer een tienerfilm zat te kijken in de bioscoop. Er zat een rij meisjes voor me uit verschillende culturen en die zaten helemaal in die film en hardop de personages aan te sporen. Ik hoopte toen heel erg dat ze bij mijn film ook zo betrokken zouden raken. Ik heb een vrij lichte toon en ben geen rauwe schrijver, maar wil de dingen wel laten zien hoe ze zijn.” Zo wordt in de korte animatiefilm Munya in mij de tienjarige hoofdpersoon fysiek mishandeld door pestkoppen. “Sommige mensen vonden dat te heftig, maar ik wilde laten zien wat er soms gebeurt. Ik wil dingen niet afzwakken. Wat vooral heel belangrijk is, is dat je als puber serieus wordt genomen.”
 
Is het anders om voor tieners dialogen te schrijven dan voor volwassenen? Van Heemstra vindt van niet. “Ik ben niet heel erg bezig met populair taalgebruik, ik zou dat helemaal niet kunnen. Ik hoop dan dat de acteurs dat er zelf inleggen. Ik wist dat Mischa (Kamp, de regisseur van Sing Song, red.) ervoor zou zorgen dat ze hun eigen taal spraken. En dat doen ze heel leuk.” Ook Annelou Verboon gebruikte in haar script geen specifieke tienerterminologie: “Voor mij gaan dialogen vooral over de inhoud. Acteurs geven er wel een eigen draai aan. Je moet niet geforceerd proberen tienertaal na te doen. Uitdrukkingen veranderen constant. Iets wat vorig jaar populair was, kan nu alweer heel suf zijn.”