31 mei 2017

in de diepte

Door Marc Veerkamp

Een goede korte film is als rijstwijn

Jonge filmers doen er ervaring mee op, het internet puilt ervan uit en jaarlijks sturen talloze ambitieuze makers hun plannen in voor NTR KORT! Er worden heel veel korte films gemaakt. Maar hoe vertel je een verhaal binnen pakweg tien minuten? Een zoektocht naar dramaturgische handvatten, met behulp van ‘korte film-professor’ Richard Raskin.
 
 

Hoeveel waarde hebben trouwringen nog na een scheiding? Emotioneel weinig, dacht Jim Cummings. Hij verkocht de sierraden voor drieduizend dollar en investeerde de opbrengst in de korte film Thunder Road. De personeelskosten waren te overzien: hij schreef, regisseerde en produceerde de film zelf en nam ook de hoofdrol voor zijn rekening. In het tragikomische Thunder Road, geheel opgenomen in één shot, speelt Cummings een nerveuze politieagent die een toespraak houdt bij de uitvaartdienst van zijn moeder. De film werkt in ruim twaalf minuten toe naar een climax, die zoveel plaatsvervangende schaamte oproept dat het publiek er alleen nog maar om kan lachen. Dit effect maakte van Thunder Road in 2016 een absolute festivalhit, die onder andere de Grand Jury Prize op het Sundance festival in de VS kreeg. Een jaar later kan Cummings zowel regie-, schrijf- als acteerklussen toevoegen aan zijn cv.
 
Thunder Road laat zien dat een korte film soms uitgroeit tot een visueel visitekaartje. Daar kunnen Pedro Almodóvar, Jane Campion en Roman Polanski over meepraten. Allemaal speelden ze zich in de kijker met een short. Cummings bleef nuchter. Hij vond zijn overwinning vooral bijzonder omdat bij Sundance vorig jaar maar liefst 8700 producties op de mat vielen, waarvan er slechts 72 de selectie haalden. Voor iedere prijswinnaar zijn er karrevrachten aan korte films die roemloos op YouTube of Vimeo wachten op wat hits. Er worden veel, heel veel korte films gemaakt, maar voor een kunstvorm die zo vaak wordt beoefend is er opvallend weinig specifieke kennis voorradig.
 
Want hoe schrijf je een korte film? Heeft de lengte invloed op de dramaturgie? Zijn er aparte spelregels of zijn er juist géén spelregels? Natuurlijk zijn er talloze kundige docenten en makers die vanuit hun ervaring veel over dit onderwerp kunnen vertellen, maar de informatie die je vindt op het web of in boeken is vaak vrij algemeen. Op YouTube wemelt van de video’s waarin wordt gedoceerd dat korte films een conflict, personages en een twist nodig hebben. Algemene dramatische principes dus, al wordt wel geadviseerd om te kiezen voor niet al te veel personages, handelingen of locaties.
 
Van de How to-boeken op dit gebied, komt Writing for short films: structure and content for writers van Linda J. Cowgill enigszins in de buurt van een standaardwerk. Het wordt veel gebruikt op Amerikaanse universiteiten. Toch gaat ook Cowgill meer in op algemene principes dan op de specifieke mogelijkheden van korte films. “Als je tijdens het lezen van dit boek maar één film kijkt”, schrift ze in haar introductie, “laat dit dan Life Lessons zijn, geschreven door Richard Price en geregisseerd door Martin Scorsese.” Ze haalt de film, een onderdeel van het project New York Stories, regelmatig aan. Alleen: Life Lessons duurt een forse 44 minuten en dat maakt het een onhandig voorbeeld. Veel filmfestivals programmeren liever films van onder de tien minuten. Het wat academische Writing the short film van Pat Cooper en Ken Dancynger gebruikt zelfs lange speelfilms als voorbeelden. Veel praktischer is Short films: writing the screenplay van Patrick Nash, maar ook daarin ligt de nadruk op dramaturgische basiskennis.
 
“Zelfs op filmscholen vind je erg weinig mensen die het verschil begrijpen tussen het vertellen van verhalen voor een korte film of een lange speelfilm”, meent filmdocent Richard Raskin. Dit resulteert volgens hem vaak in “mini-speelfilms zonder echte waarde”. Raskin heeft recht van spreken. De geboren New Yorker werkt al jaren aan de Deense Aarhus-Universiteit, waar hij studenten begeleidt bij het maken van hun shorts. Hij maakte er zelf ook een aantal. Zijn fascinatie voor korte films leidde tot een studie van de vorm. Ook hij schreef een boek en hij richtte het tijdschrift Short film studies op. Raskin richt zich daarbij vooral op films met een lengte tot maximaal een kwartier, al vindt hij dat al lang. 

Via de mail wil Raskin best wat vragen beantwoorden. In de geest van het onderwerp reageert hij bondig. Op de vraag of hij kan verklaren waarom het korte scenario zo’n blinde vlek is, antwoordt hij: “Kun jij de verkiezing van Donald Trump verklaren?”
 
Conflict wordt overschat
 
Less is more, zeker bij korte films. Raskin adviseert niet alleen om minder personages of locaties op te voeren. Hij bepleit vooral een bespreking van dramatische dogma’s. Neem conflict, toch één van de fundamenten van verhalen vertellen. Raskin noemt het begrip “enorm overschat”. Voor een korte film vindt hij het eerder een optie dan een voorwaarde. “En als er al conflict is, dan is dat op zichzelf niet het meest interessante, maar vooral de manier waarop filmmakers ermee omgaan en karakters tegenover elkaar staan. De uitvoering is belangrijk. Het is eenzelfde soort fascinatie die ervoor zorgt dat je even stilstaat om naar originele en vindingrijke straatartiesten te kijken.”
 
Een voorbeeld van zo’n conflictloze film is Derailment (Avsporing), geschreven en geregisseerd door de Noorse cineaste Unni Staume. Het is een zwart-witfilm over een vrouw die een plekje zoekt in een volle metro. Ze vindt een plaats tegenover een slapende man, maar het is krap. Haar knieën worden omklemd door de zijne. Terwijl ze naar zijn slapende gezicht kijkt, dommelt ze zelf weg. Ze droomt dat ze lachend ontwaakt naast de man. Van tegengestelde belangen is geen sprake. Ook al zet Staume haar personages letterlijk tegenover elkaar, het enige dat schuurt zijn hun knieën. Er is wel sprake van een stil verlangen, dat de film spanning geeft. Ook zijn er beelden die hinten naar een conflict. In de droom ligt bijvoorbeeld een kapotte bloempot op de grond. Toch wordt de meeste spanning opgeroepen door de uitvoering. Terwijl de setting van een volle metrowagon herkenbaar is, geeft de elegante zwart-witfotografie de film iets dromerigs. Dit soort contrasten maken het piepkleine verhaal intrigerend. Ook het subtiele spel, de vele close-ups en het ruisende geluid van de metro dragen daaraan bij.
 
Raak

Hoe ga je ermee om als je wél voor conflict kiest? Wie het antwoord wil weten moet Raak eens op de snijtafel leggen. Deze NTR KORT! uit 2006 won niet voor niets een Gouden Beer op het filmfestival van Berlijn. Scenaristen Anjet Daanje en Philip Delmaar voeren maar liefst drie conflictsituaties op, die ze met elkaar vervlechten. Een baldadig jongetje krijgt mot met een automobilist. Die wordt iets verderop in de film afgewezen door een serveerster. Ook zien we hoe de moeder van het jongetje door een man wordt uitgescholden vanwege haar uiterlijk.
 
De drie lijntjes worden los van elkaar met veel gevoel voor dramatische economie geschetst. Ieder hoofdpersonage is het middelpunt van een eigen hoofdstukje. Ze worden vooral geschetst met gedrag. Als het jongetje thuis een dichte deur aantreft, rukt hij een aantal keren heftig aan de kruk. Het zet zijn frustratie in één beeld neer. In de spaarzame dialogen kiezen de scenaristen voor treffende zinnen. De serveerster wijst de automobilist zonder omhaal af: “Ja jezus Martin, ik vind je een lieve jongen, maar je bent echt m’n type niet.” Een misschien wat concrete zin, maar het conflict staat in één keer. De film blijft daarnaast vooral beknopt doordat bepaalde zinnen en handelingen in alle drie de hoofdstukjes voorkomen. De tweede keer hoef je de context niet meer te geven. De geconcentreerde regie van Hanro Smitsman maakt van het scenario een spannend mozaïek van krap negen minuten
 

 
Waar Raak dialoog heeft om karakters en situaties neer te zetten, is de kijker bij Derailment volledig aangewezen op het beeld. Toch weet de film een intiem moment te schetsen met personages waarover de kijker vrijwel niets weet. Filmmaakster Unni Straume castte twee acteurs van middelbare leeftijd met veel expressie in hun gezichten. Een bepalende keuze. Als je de vrouw zou vervangen door bijvoorbeeld een tienermeisje, zou exact hetzelfde scenario een totaal andere lading krijgen. Door leeftijd, type en kledingstijl kun je in een paar seconden al veel kwijt over een personage.
 
Wat ook helpt is de situatie. Vrijwel iedereen moet weleens een plekje zoeken in een drukke metro, trein of bus. Het gehannes met benen in een krappe coupé, de aarzeling om degene tegenover je aan te kijken, het wegdoezelen op de cadans van het rijdend voertuig, het is allemaal herkenbaar, wat de connectie met de personages verhoogt. Maar maken deze karakters echt een afgeronde ontwikkeling door? Stramme laat het einde open.
 
Karaktermomenten

Volgens Raskin is er in een korte film geen tijd om personages te laten transformeren. Voor een solide character arc moet je eerst laten zien hoe iemand is, dan de stadia die het personage doormaakt op weg naar de volledige transformatie, die je ook weer in beeld moet brengen. Bot gezegd: dat wordt proppen. Door niet te streven naar een character arc, kun je volgens Raskin allerlei verplichte exposé-scenes achterwege laten. Zijn advies: richt je op character moments. Dat zijn momenten waarin karakters keuzes maken die de situatie veranderen. “In een korte film kan dat bijvoorbeeld een achtjarig jongetje zijn dat zijn moeder uit het niets vraagt: ‘Mam, heb jij ooit een orgasme gehad?’ (Sunday van John Lawlor) of een man in een snackbar die de vrouw die naast hem zit te verkleumen uitnodigt om tegen z’n parka aan te leunen (Eating out van Pål Sletaune).” Niet de personages veranderen maar de situatie. “Je hebt geen last van backstory, je blijft in het moment.”
 
Dat je in korte tijd toch veel te weten kunt komen over een karakter, bewijst Jim Cummings met Thunder Road. Terwijl de hoofdpersoon de bezoekers van z’n moeders uitvaartdienst toespreekt, gaat hij door een scala van emoties: van nervositeit naar droefenis tot pure wanhoop. Gaandeweg vangen we informatie op over zijn leven, bijvoorbeeld dat zijn moeder hem als dyslectisch jongetje probeerde te helpen, maar dat hij een lastig joch was. Het uitvoerige karakter-exposé door het gebruik van taal wordt gelegitimeerd door de situatie: hij houdt een grafrede. Deze film kan niet bestaan zonder taal.
 
Veel korte films bevatten aanzienlijk minder of zelfs géén dialoog. Roman Polanski, die als student al opviel met een reeks shorts, noemde het gebruik van taal in korte films ooit “onplezierig”. Door het gebruik van tekst geef je de kijker volgens hem het idee dat ze naar een stukje uit een feature film zitten te kijken: “Als je mensen gebruikt in een korte film en ze praten, verwacht je toch dat het geheel twee uur duurt. Het is niet natuurlijk, het past niet bij de vorm.” 
 
Raskin is het daar niet mee eens. Zo is hij erg gesteld op de korte films die Jim Jarmusch maakte onder de titel Coffee and Cigarettes, miniatuurtjes vol landerig gekeuvel. “Wel is een woordloze korte film een echte optie”, vindt hij. “Als het je lukt om een verhaal cinematografisch te vertellen, heb je geen dialoog nodig. Beginners maken vaak de fout om een voice over te gebruiken in hun verhalen. Daarmee is op zichzelf niets mis, maar vrijwel alleen ervaren filmmakers weten hoe je dit moet aanpakken. Bij beginners krijg je meestal een film die hooguit de kwalificatie ‘middelmatig’ waard is, al zijn er natuurlijk uitzonderingen.” 
 
De inderdaad ervaren Spaanse scenarist Luis Berdejo (van o.a. de horrorfilm [Rec]) schreef zelfs een kort script met de titel Voice Over. In deze ambitieuze vertelling klinkt continu een gedreven vertelstem, die zich zo nu en dan bedenkt en een ander verhaal begint. Gevolg is dat de film rücksichtslos overschakelt naar een ander genre. Wat begint als science fiction, wordt ineens een oorlogsfilm. Binnen tien minuten zien de kijkers special effects, onderwaterbeelden en een ontploffing voorbijkomen, terwijl ze de hoofdrolspeler alleen horen.
 
Korte films lenen zich uitstekend voor dit soort ideeën. In de overhoekjes van het cinematografische landschap mogen makers nog spelen. Daar kun je ongestraft films maken die geheel bestaan uit foto’s (La Jetée van Chris Marker), uit een choreografie van stipjes (Dots van Norman McLaren) of die het levensverhaal van Karen Carpenter uitbeelden met barbiepoppen (Superstar van Todd Haynes).  Korte film geeft makers de mogelijkheid om de dramaturgische teugels te laten vieren.
 
Raskin vergelijkt ze dan ook met poëzie. “De beste definitie van poëzie in dit perspectief is iets dat een Chinese meester ooit zei in een compleet andere context: ‘De boodschap van de schrijver is als rijst. Als je proza schrijft, kook je rijst. Als je poëzie schrijft, maak je rijstwijn.’ Een goede korte film is als rijstwijn: hij bedwelmt je, is adembenemend en je kunt er geen genoeg van krijgen. Maar een middelmatige korte film lijkt eeuwig door te gaan, was al vanaf het begin niet de moeite waard en is als gekookte rijst.”
 
Links naar besproken films: Thunder RoadDerailmentRaakVoice Over
 
Foto's: Richard Raskin en stills uit besproken films.