31 mei 2017

Het grote feest van schrijven met een collectief

Door Gertie Schouten

Waarom zou je in je eentje ploeteren als je de mogelijkheid hebt om samen te werken? Voor de scenaristen van de schrijverscollectieven Winchester McFly en DramaQueens is het glashelder. Altijd vertrouwde collega’s in de buurt hebben is inspirerend, het werkt sneller, je wordt er beter van, het is prettiger voor de producent én oneindig veel leuker.

Een sfeervol kantoor in een bedrijvenpand aan de Lauriergracht in Amsterdam is de thuisbasis van Winchester McFly, het schrijverscollectief van Michael Leendertse, Thomas van der Ree, Pieter van den Berg, Joost Reijmers en Matthijs Bockting - met recht een mannenbolwerk. Ze zijn neergestreken in de vergaderruimte. Lage plafonds met balken, grote volgeschreven whiteboards langs de wand, in de hoek een keukentje en centraal een lange tafel die het grootste deel van de kamer in beslag neemt.
 
Het is de ruimte waar het vijftal al talloze brainstormsessies heeft gehouden. In hoog tempo ideeën spuien, op elkaar reageren, grappen stapelen, chaos, het is allemaal deel van de routine als hier nieuwe series worden verzonnen of de volgende aflevering van een lopend project. Joost: “We zijn soms moeilijk bij te houden.” De producent die eerder in de week aanschoof om mee te denken over een jeugdserie verliet enigszins tollend het pand. Wat rust en overzichtelijkheid inbouwen voor het gesprek met Plot; dat is duidelijk even omschakelen.
 
Winchester McFly “het aanspreekpunt voor al uw vette scenario’s”, aldus de website, werd eind 2013 opgericht. De uitleg van de naam komt ongevraagd: Winchester is de naam van de kroeg in de horror comedy Shaun Of The Dead, McFly verwijst naar Marty McFly uit Back To The Future. Het McFly-deel begon bij Michael Leendertse, die aanvankelijk samenwerkte met Paul Jan Nelissen en Willem Bosch, “maar Willem ging meer richting film en Paul Jan was vooral als mentorfiguur betrokken”. Bij de series Feuten, Bellicher: Cel (serie en film) en het eerste seizoen van Smeris kwam hij in contact met Thomas, Pieter en Matthijs. Die laatste twee traden toe tot McFly.
 
Thomas: “Ik werkte samen met Joost, onder de naam Winchester. We zijn afgestudeerd in hetzelfde jaar, hij regie, ik scenario, en hadden een klein kantoortje in een enorm anti-kraakpand.” Michael: “Wij zochten een nieuw onderkomen en verhuisden uiteindelijk naar een ruimte aan de andere kant van hun verdieping.” Thomas: "In die tijd gaf Pupkin ons vijven de kans om het tweede seizoen van Smeris te schrijven." We liepen heen en weer tussen de kantoren, gingen met elkaar lunchen, en toen we uit het gebouw werden gegooid omdat ze gingen renoveren, besloten we samen een kantoor te zoeken en een collectief op te richten.” Eerst heette dat nog Winchester / McFly, maar de streep werd al snel wegvergaderd.
 
Na Smeris 2 volgde seizoen 3; op dit moment wordt het vierde seizoen bedacht. Op een van de whiteboards staan de stappen per aflevering beschreven, op een tweede bord de stappen van aflevering negen. Whiteboard drie is voor de jeugdserie, waarvan overigens lang niet zeker is dat hij er komt. Afgezien van Smeris 4 werken de Winchester McFly-schrijvers dezer dagen aan Vliegende Hollanders - een dramaserie over Albert Plesman en Anthony Fokker, die hopelijk in 2019 rond het honderdjarig bestaan van de KLM wordt uitgezonden, aan Evert_45, een online vlogserie van KPN over een jongen in de Tweede Wereldoorlog, en aan eigen projecten. Matthijs: “Toen ik afstudeerde in 2013 werden we steeds gewaarschuwd dat het magere jaren zouden worden. Daar heb ik nooit iets van gemerkt, gelukkig.”
 
DramaQueens
 
Lichting 2010 van de Scriptschool – tegenwoordig Script Academy - staat aan de basis van een ander schrijverscollectief, de DramaQueens: Lotta Magnusson, Jacqueline Rogers en tot voor kort Marly van Otterloo en Myranda Jongeling. Sinds 1 mei zijn Lotta en Jacqueline met zijn tweeën, vertellen ze in een gezamenlijk telefoongesprek. Lotta: “Het idee van ons collectief is altijd geweest dat we gezamenlijk projecten zouden ontwikkelen. Dat hebben we ook gedaan, met als resultaat onder andere de Nu of Nooit-film Johnny Bakru en het Duivelse Dilemma De prijs van de waarheid. Toch hebben we begin dit jaar besloten door te gaan als duo. We kunnen het met z’n vieren oneindig goed vinden, maar uiteindelijk moet je alle vier min of meer hetzelfde willen.” Jacqueline: “Je zou het een scheiding kunnen noemen, maar wel een vriendschappelijke. We sluiten niet uit dat we ooit weer gaan samenwerken.”
 

Het tweetal werkt op dit moment aan enkele grote klussen voor Talpa. Ze doen de eindredactie van De Spa, een dagelijkse soap rond een wellnesscentrum, die dit najaar op de late avond op tv komt. 95 van de 100 afleveringen zijn inmiddels geschreven. Met twee andere schrijvers maken ze het tweede seizoen van de ziekenhuisserie CMC. Jacqueline: “In je eentje zouden dit enorme projecten zijn, met zijn tweeën is het te overzien. En voor opdrachtgevers is dit prettig. Zij weten dat er twee professionals op zitten, die meedenken en voor continuïteit zorgen. Wat dat betreft zijn we geen klassieke schrijvers, we denken pragmatisch en in oplossingen. We zijn echt een team.” Wat niet wil zeggen dat ze álles samendoen. Zo schreef Jacqueline mee aan het script van de dansfilm Shake It Off, die dit najaar uitkomt. Meegelezen heeft Lotta natuurlijk wel.
 
De DramaQueens hebben niet aan het samenwerken moeten wennen, of op de een of andere manier de juiste vorm moeten vinden. Lotta: “Het ging heel organisch, in het begin konden we nog weleens oeverloos discussiëren, nu komen we sneller tot de kern. Maar dat is een kwestie van ervaring.” Jacqueline: “We weten beter of iets gaat werken en zijn daarin pragmatischer; killing darlings is een stuk makkelijker geworden. Final Draft hebben ze allang ingeruild voor WriterDuet, een programma waarin je online in real time kunt samenwerken.
 
Showrunner
 
Winchester McFly heeft zijn werkproces in de loop van de tijd wel een paar keer aangepast. Joost: “Het brainstormen bijvoorbeeld deden we voorheen volle dagen. Dan begonnen we ’s ochtends en kwamen we om vijf uur met bonkende hoofden naar buiten, hard toe aan bier.” Thomas: “Dan ging je soms in de middag weer twijfelen over wat je in de ochtend had bedacht en schoot je dus niets op.” Joost: “Nu brainstormen we in de ochtend, bijvoorbeeld om een aflevering in elkaar te zetten, en gaan we ’s middags een eigen project doen of, als het je beurt is, uitschrijven wat er in de ochtend is bedacht.”
 
Pieter: “Het gaat gestroomlijnder. We zijn erg aan elkaars manier van denken en praten gewend geraakt. De een trapt de deur open en rent het idee in, en gaat aan alles zitten om te kijken hoe het werkt. Ik ben iemand die erdoorheen zwalkt en soms een beetje onnavolgbaar is. Zo hebben we allemaal onze manier van denken.”  Joost: “Het is niet zo dat één iemand altijd voor een bepaalde insteek zorgt.” Pieter: “Qua genialiteit springen sommigen er wel uit.” Matthijs: “Een slechte-grappenman hebben we wel, inderdaad. Mag ik een kop koffie, Pieter?” Michael: “De producent die er deze week was vond het te gek, maar heel vermoeiend om bij te houden.”
 
Ook het schrijven werd anders georganiseerd. Thomas: “Bij Smeris 2 deed aanvankelijk iedereen een acte van een aflevering. Maar qua toon en aansluiting werkte dat totaal niet. Daarna is iedereen zijn eigen aflevering gaan schrijven, waarbij de showrunner het gladstrijkt tot een geheel.” Want er is één vast uitgangspunt, dat ook op de website van Winchester McFly wordt uitgedragen: “Wij geloven in het Amerikaanse systeem van het showrunnerschap: een hoofdschrijver met een dreamteam aan talent onder zich.”
 
Pieter: “Als je ons inhuurt krijgt je vijf schrijvers, die onder leiding van een van die vijf staan. En ervoor gaan.” Thomas: “Als niemand de baas is, zit iedereen te wachten wie de beslissing neemt. Dat is frustrerend. Bij Smeris is Michael de showrunner. Hij schrijft de laatste versie. Hij kan ook tijdens een brainstorm zeggen: ‘Oké, ik snap je punt, maar dit doen we niet en dit wel.’ Ikzelf ben showrunner bij Vliegende Hollanders. Het scheelt per project, via wie het komt of wie er tijd en zin heeft.”
 
Michael: "In de Verenigde Staten zie je bij televisie vaak dat de showrunner de absolute inhoudelijke bewaker van een serie is. In Nederland is dat meestal de regisseur, maar gelukkig ook steeds vaker de schrijver." Matthijs: "Al lopen we wel 20 jaar achter." Pieter: "Die Amerikaanse manier van werken stond ons voor ogen met Winchester McFly. Gelukkig krijgen we steeds meer de kans om dat in de praktijk te brengen."
 
Samenwerken is fantastisch
 
De mannen van Winchester McFly zweren bij hun gezamenlijke werkplek aan de Amsterdamse gracht. Michael: “Dat er een vast kantoor is geeft kracht. Als ik ergens mee vastzit en naar Thomas loop is dat twee stappen. Dat is toch anders dan bellen.” De DramaQueens huurden een tijdlang een kantoor in Laren, maar uiteindelijk zaten ze er nooit. “Werken kunnen we overal en de telefoon is een uitkomst”, lacht Lotta. “Soms zitten we hele dagen te bellen en vergeten we zelfs dat we aan de telefoon zitten.”  
 
Over een ding zijn de schrijverscollectieven het roerend eens: het nauwe samenwerken is fantastisch. Lotta: “We geloven erg in het collectief. Het is beter voor onze scripts, voor de opdrachtgever, het is veel leuker. Ik kan een uur over iets nadenken, maar ik kan ook met Jacqueline overleggen. Dan is het vaak binnen een minuut opgelost. Je houdt elkaar scherp, je pept elkaar op, dat is heel dankbaar.” Jacqueline: “We hebben respect voor elkaars werk. Dat maakt het makkelijker om elkaar te bekritiseren. Je wilt allebei het beste. En als de een ergens echt in gelooft en de ander niet, dan moet je vertrouwen hebben. Ook al zie je het zelf nog helemaal niet voor je.”
 
Pieter: “We zeggen alles tegen elkaar. We zijn genadeloos in feedback. Dus ook al heb je zes weken zitten ploeteren, dan nog kan het zijn dat je te horen krijgt: ‘Dit werkt voor mij niet, hierom en hierom. Als ik jou was zou ik het helemaal omgooien.’  Dan zit je in zak en as, maar je hebt er wel wat aan.” Joost: “Genadeloos vind ik niet de goede term. Want je zit hier met mensen die je een duwtje in de rug willen geven, die op zoek gaan naar wat je wilt en dat met zijn allen bespreken. Het is een combi van een knuppel en een vangnet.” Thomas: “Slechte ideeën kun je in de groep gooien, waar het zomaar kan uitgroeien tot iets moois.”
 
Michael: “Om de zoveel weken brainstormen we over een ‘passieproject’ van een van ons. Dat hoeven maar twee zinnen te zijn.” Pieter: “We doen sowieso dingen om elkaar te inspireren. We kijken films met elkaar: Filmpje, Gluckauf, De helleveeg, Prins, Verliefd op Ibiza. We stormen dat landschap door. Daarbij vragen we ons af: waarom werkt dit of werkt het niet? Wat vinden we hiervan? Waarom is het succesvol? Dat doen we trouwens tijdens de Matthijs Bockting-filmavond, die heb ik bedacht: Pieter van den Berg. Ik heb ook een visitekaartje.”
 
Thomas: “En we hebben hier een gameroom, er wordt een hoop ge-Mario Kart. Dat helpt je te resetten als je op een dag heel verschillende dingen moet doen.” Joost: “Word je lekker rustig van. Ik ben wel een paar keer woedend weggelopen.” Michael: “We hebben sinds enige tijd ook een VR-set. Dat is heel vet, maar we hebben hem ook gekocht om die manier van verhalen vertellen te leren kennen.” Matthijs: “Horror werkt bij VR het beste. Je opent in zo’n film een deur, je gaat door een donkere gang, ziet een trap, het enige wat je hoort is een enge galm en je móet naar beneden. Doodeng.” Pieter: “Het is heel leuk om je collega dan te bekijken.”
 
Joost en Thomas draaiden een tijd lang iedere week een YouTube-filmpje onder de naam Scenariobesprekingen. Ook nu maakt Winchester McFly nog steeds regelmatig filmpjes voor Facebook om zichzelf onder de aandacht te brengen. Joost: “We doen het omdat we er zelf om moeten lachen. Maar het straalt ook uit dat we het leuk hebben met zijn allen. Die online presence werkt. De filmpjes hebben geen groot bereik, maar mensen die kijken komen wel uit het vak en het gaat er in gesprekken regelmatig over. Zo’n gesprek is dan meteen iets vriendelijker en rustiger. We hebben trouwens één uitschieter gehad: een filmpje waarin we een Star Wars Lego-ding van Michael helemaal uit elkaar haalden om hem te stangen. Niet om 500.000 views te halen. Wat wel gebeurde, bizar.”

Mazzel
 
Zowel de mannen van Winchester McFly als de vrouwen van DramaQueens hebben zich vaak verwonderd dat er niet meer schrijverscollectieven bestaan, waar ze zelf zo lyrisch over zijn. “Jongens, hebben we nou helemaal niks te klagen?”, vraagt Michael vertwijfeld. De DramaQueens waren in 2010 het eerste collectief, Winchester McFly ontstond in 2013 en is uniek in zijn grootte; en in 2015 volgde Scriptease, het samenwerkingsverband van Eveline Hagenbeek, Marie Kiebert en Maarten van den Broek. Zij werken onder andere voor Disney Channel en hebben onlangs een treatmentbijdrage van het Filmfonds ontvangen voor de kinderfilm In de Nesten van Shooting Star. Naast de drie collectieven zijn er verschillende duo’s, bijvoorbeeld de broers Marc en Roeland Linssen (Silk Road, Freddy, Leven in de Brouwerij, Johan, logisch is anders) en Hein Schütz en Alma Popeyus (De Enclave, De Maatschap). Bij de DramaQueens is in feite nu ook sprake van een duo, al houden zij de optie van uitbreiding open.
 
Je moet er natuurlijk het type voor zijn om zo intensief samen te werken. Er zijn ongetwijfeld scenaristen die liever in hun eentje schrijven, omdat dat heel goed gaat, omdat ze alles onder controle willen houden en/of zelf alle eer of het honorarium willen opstrijken. En je moet geluk hebben: als je een paar schrijvers bij elkaar zet, heb je nog geen collectief.
 
Pieter: “Ik heb een keer in een writers room gezeten waar ego het devies was. Je kon met tienduizend ideeën komen, maar als de showrunner het niet zo kon ombuigen dat het zijn idee werd, dan had het geen kans.” Joost: “Wij hebben elkaar in de loop van de jaren als vrienden gevonden. De chemie die wij hebben komt kennelijk niet zoveel voor in Nederland.” Lotta: “Je moet mazzel hebben dat je iemand vindt om zo nauw mee samen te werken. Het is net alsof je 40 jaar getrouwd bent. Je kent elkaar door en door, weet precies wat de ander denkt, vindt of gaat zeggen. Jacqueline: “Klopt helemaal. Het klinkt heel cliché, maar je moet elkaar wat gunnen, ruimte geven en respect voor elkaar hebben. En samen keihard kunnen lachen om niks.”
 
Binnenkort zet Winchester McFly een nieuwe stap in de samenwerking. Matthijs: “In juli worden we een maatschap, met een website en showreel. En een gezamenlijke rekening in plaats van elke week tien euro in de pot voor de lunch.” Is er in deze wereld van rozengeur en maneschijn nog iets te wensen? “Wij zijn superblij met hoe het nu gaat”, zegt Lotta. “Op termijn zouden we ons schrijverscollectief wel willen uitbouwen, misschien tot iets dat meer een makerscollectief is, met bijvoorbeeld ook een creatieve producer of een dramaturg. En onze eigen plannen liggen nu een beetje stil. Daar hopen we snel meer tijd voor te hebben.”
 

Joost: “Wij hebben de afgelopen jaren weleens geprobeerd om een pitch te doen of een plan bij een producent te leggen met de vraag of hij het met ons wilde ontwikkelen. Maar eigen ideeën kosten meer tijd en verzanden daardoor nog te veel.” Michael: “Er komt telkens wel een producent met ‘dit is het project, dit is het geld en dan moet het af’ en dan duiken we er weer op.” Pieter: “We hebben het ontzettend zwaar.” Thomas: “Nee zeggen vind ik moeilijk. Ik denk wij allemaal. Want het gaat om dingen waarvan je zeker weet dat ze doorgaan, gemaakt worden, geld opleveren. Pieter: “Maar uiteindelijk willen we onze eigen ideeënmachine worden, voor internationale tv-dramaseries.”
 
Michael: “Natuurlijk krijgen we vaak te horen: ‘Wordt het niet eens tijd voor een vrouw in de groep?’ Daar had Joost een goede opmerking over. Wij zijn bij elkaar gekomen na veel projecten, er was een chemie die je niet zo heel snel kunt forceren. Maar onze ex-stagiaire Sarah Offringa heeft hier nu een bureau. Ze loopt hier al twee jaar rond en is onderdeel geworden van die chemie.” Joost: “Het lijkt ons hartstikke leuk om haar in projecten te trekken, die jeugdserie bijvoorbeeld, als die er komt.”
 
Foto boven: Winchester McFly. Van links naar rechts Thomas van der Ree, Matthijs Bockting, Michael Leendertse, Joost Reijmers en Pieter van den Berg.

Foto midden: DramaQueens Jacqueline Rogers (links) en Lotta Magnusson.

Foto onder: Nogmaals Winchester McFly, nu met ex-stagiaire Sarah Offringa, die inmiddels haar eigen bureau heeft bij het collectief.